Dagboek van de opperrabbijn, 26 juli 2026

Eigenlijk wilde ik dit dagboek overslaan, maar gezien de honderden en honderden reacties op mijn dagboek van vorige week waarin ik vertelde over mijn bezoek aan het Anne Frank Huis, wilde ik niet verstek laten gaan en een week spijbelen.

Het was donderdag Tisj’a Be’av, de dag waarop de Eerste en Tweede Tempel werden verwoest, de dag waarop door de eeuwen heen veel vervolgingen hebben plaatsgevonden, het begin van de ballingschap. Ingaande deze vastendag was ik in de sjoel van Amersfoort, donderdagochtend in Maastricht en donderdagmiddag in Almere. We hebben inmiddels de zwaarste vastendag van het Joodse jaar overleefd en dus vanaf vrijdag was ik terug naar het normaal. Maar eigenlijk is er niet veel interessants geschied. Vrijdag was het gewone wekelijkse vrijdagprogramma, sjabbat idem en vandaag, zondag, uitstapje met kleinkinderen naar het NEMO  Science Museum.

Een van de redenen van de verwoesting van de Tempel was ‘haat zonder reden’, iedere vorm van haat, ook, of misschien wel juist, onderlinge haat. En dus reageer ik hier op een commentaar dat iemand met een duidelijk Portugees Joodse voor- en achternaam heeft geplaatst als reactie op mijn eerder vermelde dagboek. Even ter verduidelijking: ik lees bijna nooit de reacties op mijn dagboeken en ook deze reactie/commentaar had ik dus zelf niet opgemerkt, ware het niet dat een van mijn trouwe dagboekeniers het mij had toegestuurd. Door deze commentator word ik denigrerend een ‘sektarische provincie rabbijn’ genoemd die alles in het werk stelt om zijn, mijn dus, Chabad achtergrond aan derden op te leggen. Er zitten nog meer verwijten in zijn commentaar, maar die ben ik inmiddels vergeten. Beste mijnheer X met de Joods Portugese voor- en achternaam, u mag zondermeer met mij van mening verschillen en ik sta altijd open voor kritiek! En juist daarom: waarom heeft u mij niet gebeld? Bel me alsjeblieft alsnog. Mijn telefoonnummer is makkelijk te vinden! Mocht u niet bij machte zijn om zelf mijn telefoonnummer boven water te krijgen, bel gerust naar Chacham Toledano die daar  zeker over beschikt en met wie ik een meer dan goede verstandhouding  heb, anders dan u suggereerde.

Komende week staat al op mijn programma: dinsdag een interview met een of ander dagblad i.v.m. het 300-jarig jubileum van de sjoel van Amersfoort, woensdag een choepa en donderdag herdenking Loods24 in Rotterdam met/zonder ambassadeur van Israël, met/zonder burgemeester Carola Schouten, maar zeker wel met mij, juist vanwege de met/zonder bij burgemeester en ambassadeur.

Dat het IPC, Israel Producten Centrum, onder vuur ligt vanwege de import van producten uit de zogenaamde bezette gebieden, was u natuurlijk bekend, maar wat ik vrijdag nog even in elkaar heb geregeld was de volgende brief van EJA, European Jewish Association, aan het IPC, Israël Producten Centrum:

Aan het bestuur van het Israël Producten Centrum

Betreft: steun van de European Jewish Association

Geacht bestuur,

Tot onze verbazing vernamen wij de situatie waarin het Israël Producten Centrum is beland vanwege de verkoop van Israëlische producten.

De aanval op uw organisatie is niet alleen onrechtvaardig en buitenproportioneel, maar draagt er ook toe bij dat het reeds zorgwekkende niveau van antisemitisme in Nederland verder wordt aangewakkerd.

Wij begrijpen niet waarom een conflict in het Midden-Oosten op deze wijze wordt geïmporteerd naar de straten en winkels van Nederland. Toch is dat hier precies wat dreigt te gebeuren.

Nederlandse burgers en ondernemingen mogen niet het doelwit worden van politieke campagnes enkel omdat zij Israëlische producten verkopen of banden met Israël onderhouden. Het kan zeker niet de bedoeling van de Nederlandse Overheid zijn om maatregelen te nemen die in de praktijk leiden tot uitsluiting, stigmatisering of ongelijke behandeling van Israëlische ondernemingen en hun Nederlandse handelspartners.

Daarbij valt de onevenredige aandacht voor Israël sterk op, terwijl ernstige vervolging, onderdrukking en geweld tegen christenen, moslims en andere minderheden in tal van landen nauwelijks dezelfde politieke of maatschappelijke verontwaardiging oproepen. Deze dubbele maatstaf is verontrustend en kan niet los worden gezien van het klimaat waarin Joodse organisaties steeds vaker worden geviseerd.

De European Jewish Association staat achter het Israël Producten Centrum. Wij spreken onze bijzondere waardering uit voor uw vasthoudendheid en moed om onder zware druk uw rechtmatige activiteiten voort te zetten.

Wij vernamen dat u ons voorstel heeft aanvaard om ons, waar juridisch mogelijk, toe te voegen in de procedure tegen de Nederlandse Staat.

Wij zijn verheugd dat u met dit voorstel heeft ingestemd en zijn bereid om samen met u te onderzoeken hoe wij deze zaak juridisch, inhoudelijk en publiekelijk het best kunnen ondersteunen.

U staat niet alleen! Voor iedere vorm van steun die u nodig heeft en die binnen onze mogelijkheden ligt, mag u ten alle tijde een beroep op ons doen.

Wij zullen ons blijven verzetten tegen maatregelen die Israëlische organisaties, Joodse instellingen of hun handelspartners op oneigenlijke gronden uitsluiten, stigmatiseren en/of discrimineren.

Met vastberadenheid en volledige solidariteit,

 

En dan de handtekening van Rabbi Menachem Margolin, de voorzitter van EJA, van Ellen van Praagh, vicevoorzitter EJA, en van mij als voorzitter van het Committee Combatting Antisemitism. EJA heeft z’n hoofdkwartier in Brussel, waar ik dan ook regelmatig te vinden ben, maar zet zich in voor de EU in z’n geheel. (NB: De stijl van bovenstaand epistel is niet geheel de mijne maar door een Vlaamse collega, die dus denkt Nederlands te spreken (!), opgesteld.)

 

Toch mooi?  Als EJA willen we gewoon tot steun zijn, want ik ben er helaas van overtuigd dat vele organisaties, waaronder ook christelijke, zullen afhaken, want de weg van het wegkijken is eenvoudiger en voorkomt veel boe-geroep, ongewenste negatieve publiciteit en intimidatie!

EJA heeft trouwens ook een schrijven ter ondersteuning doen uitgaan naar de organisatoren van de herdenking Loods24.

Ondertussen schijnt een aanslag op een sjoel in Parijs te zijn voorkomen maar vond er wel een afschuwelijke moordpartij plaats op de Pride Parade in Berlijn. Voor alle duidelijkheid: voor mij is het gezin de hoeksteen van de samenleving en ben ik derhalve geen voorstander van een Pride Parade en van het gedachtengoed dat erachter zit. Maar een aanslag is misdadig en volstrekt onacceptabel. Van mening verschillen mag, maar haten, oproepen tot haat, andersdenkenden vermoorden of zelfs alleen maar onvriendelijk bejegenen omdat ze anders denken of anders zijn: onaanvaardbaar, sic! Duidelijker kan ik het niet verwoorden.

En net voordat ik dit dagboek wil beëindigen bereikt mij het bericht dat op sjabbat de synagoge in Haditch-Oekraïne die bij het graf staat van rabbijn Shneor Zalman (1745-1812) de oprichter van het Chabad-Chassidisme, is afgebrand. Politie vermoedt opzet, maar het onderzoek is nog in volle gang.

Toen we gisteravond om 22:37 uur de sjabbat eindigden wensten we elkaar een shavua-tov, een goede week. Maar inmiddels is het me duidelijk dat de week helaas verre van goed-tov is begonnen…

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven