Dagboek van de Opperrabbijn – 20 mei 2026

Hoewel ik na mijn 5½ uur nachtrust (nadat ik gistermiddag wel een flinke uil had geknapt) prima uitgeslapen ben, word ik toch met gemengde gevoelens wakker. Het spookbeeld ‘burgemeester in oorlogstijd’ gonst door mijn hoofd.

Trouwe lezer van mijn dagboek, ik excuseer me op voorhand dat dit dagboek geen echt dagboek gaat worden. Terwijl ik nog helemaal niet weet wat er uit mijn digitale pen gaat vloeien, zie deze compositie als een therapeutisch “van-me-af-schrijven”, misschien wel een noodkreet, een en al bezorgdheid. Maar ik weet bijna zeker dat de laatste regel positief zal zijn, want zo zit ik in elkaar.

Ik herinner me dat ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Elburg (3 mei 1985) aan de toenmalige burgemeester vroeg waarom ik recentelijk, veertig jaar na de oorlog, zo vaak word opgetrommeld om monumenten te onthullen ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden. Waarom nu pas? Ik herinner me heel goed zijn antwoord: “Mijn oudere collega’s willen liever de oorlog achter zich laten, want ze waren bevreesd dat hun eigen optreden, of beter geformuleerd hun niet-optreden, of soms zelfs het actief laten gebeuren, dan aan de kaak kan worden gesteld. Burgemeester in oorlogstijd.”

Ik denk erover om Frans Timmermans te gaan bellen en hem te vragen: “Beste Frans, help ons! Je hebt je uit de politiek teruggetrokken, nu kun je jezelf zijn. Ik ben er nog steeds volledig van overtuigd dat je geen antisemiet bent en ook zeker Israël niet van de kaart wilt vegen.” Maar politiek is politiek en gaat over stemmen, achterban, je eigen positie bewaren en bewaken, vaak ten koste van… Hetzelfde geldt ook vaak voor huidige politici en zelfs voor burgemeesters (m/v).

En wat met mezelf, Binyomin? Is het geen tijd om je Nederlandse mede-Joden op te roepen om…? Je hebt je mening veranderd ten aanzien van de individuele leden van de Joodse Raad; je denkt niet meer dat ze per definitie egoïstische schurken waren. Maar hun optreden bleek, zeker achteraf bezien, catastrofaal verkeerd te zijn geweest. Ja, als de geallieerden Nederland veel en veel eerder zouden hebben bevrijd, dan waren zij met hun pappen en nathouden de grote redders geweest, maar de geallieerden kwamen niet eerder.

En dus heeft dat telefoontje dat ik gisteren kreeg van een niet-Joodse vriend bij mij verwardheid gezaaid. “Binyomin, bega niet de fout van de Joodse Raad!” Toeval bestaat niet en alles heeft een doel en betekenis.

Enige maanden geleden was ik vanuit de EJA, European Jewish Association, in Krakau/Auschwitz met zo’n honderdvijftig politici uit geheel Europa. Bij het monument in Birkenau moest ik het kaddiesj-gebed uitspreken en een paar woorden van bezinning brengen. Omdat ik gewoonlijk mijn toespraken niet van papier oplees, maar uit het hoofd spreek, weet ik nooit helemaal van tevoren wat ik ga zeggen. En dus eindigde ik, zelfs tot mijn eigen verbazing en schrik, mijn overdenking als volgt: ik hoop dat onze nazaten hier over tachtig jaar niet wederom zullen staan om te herdenken… Auschwitz Twee!

Inmiddels heb ik al heel wat koffie op. Als ik ’s nachts niet kan slapen, neem ik drie koppen koffie als slaapmiddel. En als ik ’s morgens wakker ben, dan weer twee, maar dan om wakker te blijven. Ik heb net twee koppen koffie tot me genomen en kan nu weer realistischer en dus positiever denken.

Hoe je het draait, wendt of keert: onze overheid kan en mag niet vergeleken worden met de nazi-overheid van toen. Mocht u gedacht hebben dat ik dat vóór mijn ochtendkoffie bedoelde, dan bied ik mijn welgemeende excuses aan, ik heb dat niet geschreven en absoluut niet gedacht! De Nederlandse overheid zorgt goed voor ons Joden. Onze twee Joodse dagscholen zijn bunkers met de Koninklijke Marechaussee voor de deur. Synagogen in den lande krijgen extra bescherming en ikzelf ben innig dankbaar voor de bescherming die mij van overheidswege, landelijk en door lokale burgemeesters (m/v), positief wordt ‘opgedrongen’.

Antisemitisme is van alle tijden, een muterend virus dat voor ieder geneesmiddel resistent is geworden. En dus achteroverleunen? No way! Bruggen bouwen, educatie, educatie, educatie. In AZC’s, op middelbare scholen, in het basisonderwijs, al op de kleuterschool en vooral thuis.

Wet op de privacy? Iedere wet heeft als doel om de gezondheid van de samenleving voor alle burgers te bevorderen, en dus ook de wet op de privacy. En dus moet er ook met ouders van kleuters gesproken kunnen worden als hun kleuter mij publiekelijk naroept: “Jehoed” of “Free Palestine”.

Educatie, educatie, educatie! Politici en zeker burgemeesters hebben een voorbeeldfunctie; tegen hen wordt opgekeken. Zij dienen er onkreukbaar uit te zien, zij dragen een ambtsketen, voor een burgemeester moet je opstaan, zij hebben invloed.

We staan aan de vooravond van Sjawoe’ot, het Wekenfeest, vrijdag en sjabbat aanstaande. Op Sjawoe’ot stond het Joodse volk na de Uittocht uit de Egyptische slavernij, meer dan drieëndertighonderd jaar geleden, bij de berg Sinai. Daar heeft G’d de totaliteit van Thora en Traditie gegeven en vond als het ware de geboorte van het Joodse volk plaats. Tot dat moment waren er Joden, maar van een volk was nog geen sprake.

Met het ontstaan van het Joodse volk ontstond ook de opdracht om je als volk en als Joods individu niet van de omringende samenleving af te zonderen, maar aan de maatschappij een positieve bijdrage te leveren door haar bekend te maken met de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten, basisprincipes die nodig zijn om een vredige samenleving te hebben.

Dat betekent ook bruggen bouwen, ook met medemensen die wellicht heel anders denken of anders leven. Van mening verschillen mag, maar haat, of nog erger, moeten we niet willen. En daarom is het soms verstandig om bepaalde onderwerpen (tijdelijk?) niet te bespreken. En dan zie je na verloop van tijd dat ook uiterst gevoelige onderwerpen, zonder eruit te komen, toch bespreekbaar worden.

Kijk naar de verhouding tussen Joden en christenen in ons eigen Nederlandje. Tussen Jodendom en christendom bestaan essentiële, onoverbrugbare verschillen en toch was maandag jl. de nieuwe scriba van de PKN, ds. Kees van Ekris, begeleid door de beleidsmedewerker van Kerk en Israël, Eeuwout Klootwijk (wij kennen elkaar al tientallen jaren!), bij mij thuis voor een kennismaking en om te bezien hoe we kunnen samenwerken op die gebieden die we gemeenschappelijk dragen.

Ik ga me voorbereiden op Sjawoe’ot. Het bestaan van het Joodse volk is een wonder. Ja, het was en is niet altijd even eenvoudig, en nu druk ik me netjes uit. Maar als ik in een onverhoopte en bijna depressieve gemoedstoestand ga doemdenken, dan duw ik dat snel weg met de gedachte dat mijn ouders geen kant op konden, maar dat er voor mij een piepklein landje bestaat waar ik altijd welkom ben.

Stop! Deze laatste zin had ik misschien niet moeten schrijven. Het Joodse volk leeft en overleeft. Am Jisraeel Chaj, zeker ook in mijn/ons Nederland!

 

 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven