Sjawoe’ot, het Wekenfeest, is in aantocht (2 en 3 juni), maar… voor sommigen gaat het bijna
onopgemerkt voorbij.
Dat is erg jammer, want het is het feest waarop we gedenken dat 3337 jaar geleden het
Joodse Volk bij de berg Sinai stond, 49 dagen na de Uittocht uit Egypte, en daar de
aanwezigheid van G’d met eigen ogen zag en hoorde. Bovendien ontving het daar de Thora,
bestaande uit de Schriftelijke Leer (het Oude Testament) en de Mondelinge Leer (de
Talmoed), waarmee het Joodse volk een écht volk werd. Niets minder dan een nieuw begin,
een geboorte, en daardoor vormt dit feest een uiterst belangrijke datum op onze Joodse
kalender.
Toch zien we iets vreemds. Er ontbreekt iets, behalve de bekendheid. Het Joodse jaar staat
bol van symbolen. Met Pesach de matzes, met Soekot de soeka en de loelav, met Chanoeka
de menora, met Rosj Hasjana de sjofar……en met Sjawoe’ot: niets!
Er is nog iets afwijkends: er staat geen datum vermeld in de Thora die aangeeft wanneer het
Sjawoe’ot is. Slechts indirect weten wij de datum: vijftig dagen ná Pesach.
Ook moeten we ons afvragen waarom Simchat Thora (Vreugde der Wet), de dag waarop wij
ons verheugen dat wij de Thora hebben gekregen, op de laatste dag Soekot wordt gevierd en
niet op Sjawoe’ot zelf, toen het Joodse volk en daarmee de ganse wereld, de Thora ontving!
Rabbi Sjimon bar Jochaj, de schrijver van de Zohar, vroeg zich af waarom de mens wel twéé
oren en twéé ogen heeft, maar slechts één mond. Indien we namelijk twee monden zouden
hebben gehad hadden we met één mond gewijde taal kunnen spreken en onze tweede
mond hadden we kunnen gebruiken voor profane doeleinden: zoiets als het aanhouden van
de scheiding tussen Kerk (voor ons Joden, Synagoge) en Staat!
G’d heeft ons echter slechts één mond gegeven om duidelijk aan te geven dat het niet juist is
om half vroom te zijn en half vrij, dan weer eens wel en dan weer eens niet als gelovige
(Jood en niet-Jood) door het leven te gaan. Profaan en religieus dienen een eenheid te
vormen.
Sjawoe’ot is dus als het ware die ene mond. Daarom geen specifiek symbool, geen dansen
met de Thora op de dag van Sjawoe’ot zelf en geen duidelijke datum: Jodendom dient overal
in ons leven aanwezig te zijn, het heeft een paraplu functie. “Kent G’d op al uw wegen”
(Misjlee 3:6)
Betekent dit dat we ons dag en nacht met spiritualiteit dienen bezig te houden?
Materialisme uit de weg moeten gaan? Ons afzonderen van de wereld?
Toen G’d tot het Joodse volk sprak bij de berg Sinai weerklonk het geluid van de sjofar: “en
het geluid van de sjofar werd luider en luider” (Sjemot-Exodus 19:19). In onze Joodse filosofie
wordt aangegeven dat deze Goddelijke sjofarklanken niet alleen sterker en sterker werden,
maar dat zij ook geen echo hadden. Het geluid werd als het ware opgezogen in de wanden
van de bergen waartegen zij normaliter hadden moeten weerkaatsen om een nagalm, de
echo, te laten klinken.
Het opnemen van de Goddelijke klanken in de wanden en in de materie leert ons dat we
gewoon midden in de wereld moeten blijven staan, met beide benen op de grond, maar dat
alles waarmee wij bezig zijn doordrongen moet worden met de waarden en normen die G’d
ons in de totaliteit van de Thora, de Schriftelijke en de Mondelinge Leer, aangeeft.
In een ziekenhuis zijn medici aanwezig, verplegend personeel, de financiële staf,
maatschappelijk werk, het revalidatieteam, de keukenploeg en facilitaire medewerkers….
Maar de ethiek, die óók zijn specifieke bijdrage levert aan de genezing van de patiënt,
behoort geen aparte afdeling te vormen. Ethiek overkoepelt. Er bestaat geen Joodse
operatie, Joodse fysiotherapie of Joodse schoonmaakploeg. Wel dient in elk vakgebied
gewerkt te worden op een manier die in overeenstemming is met de Goddelijke wetten en
inzichten van de Thora, die grenzen, waarden en normen aangeven en die ieder deelgebied
beschermt tegen een onverhoopte, onethische benadering.
Dit ziekenhuis-voorbeeld betreft natuurlijk niet alleen een ziekenhuis, maar geldt voor de
samenleving in haar volle breedte. In bedrijf of vereniging, in het gezin of in de klas: elk
aspect van het dagelijks menselijk leven moet overkoepeld worden met en doordrongen zijn
van G’ds Woord, moet ethisch aanvaardbaar zijn.
En dat nu is nu de boodschap van Sjawoe’ot. Een balans zijn tussen leven en de wijze waaróp
we leven. Het Jodendom wordt niet alleen op hoogtijdagen en/of alleen in sjoel beleefd.
Voortdurend dienen wij onze Joodse erfenis, Sjawoe’ot, voor ogen te hebben.
Vandaar slechts één mond..
Nog vele jaren en gut Jom Tov,
Binyomin Jacobs, opperrabbijn