Dagboek van de Opperrabbijn, 4 mei in de vroege ochtend

Het waren voor mij rustige dagen sinds mijn vorige dagboek. Ik heb niet vaker dan gewoonlijk het Free Palestine naar mijn hoofd geslingerd gekregen. Hoewel de wereld op z’n kop staat was ik zondag in Arcen. Gemakshalve ga ik ervan uit dat mijn gemiddelde dagboekenier Arcen niet helemaal weet te plaatsen, maar voor mij als ‘Medienestamper’ zeker geen onbekend terrein. Arcen is namelijk een ‘voorstad’ van Venlo. Op zondag 3 mei, gisteren, werden er vier Stolpersteine onthuld. Het initiatief lag bij de Stichting Heemkunde Arcen en stond in het teken van het herdenken van Joodse inwoners die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vervolgd en vermoord. De onthulling vond plaats op twee locaties in het dorp. Op Venlo.nieuws.nl was mijn aanwezigheid als volgt aangekondigd:

Bijzonder aan de bijeenkomst is de aanwezigheid van Opperrabbijn Jacobs, die een groot deel van het programma zal bijwonen en ook aanwezig is bij de onthulling van de Stolpersteine. Zijn betrokkenheid onderstreept het belang van deze herdenkingen, juist ook voor huidige en toekomstige generaties.

De grafzerken zonder graf werden gelegd voor Otto Sternheim aan de Koestraat en voor Hugo en Julie Terhoch-Levy en hun dochter Ilse Lina, aan de Grensweg, waar hun laatste woning stond. Met deze stenen kregen de slachtoffers – ruim tachtig jaar na dato – opnieuw een naam en een plek in de gemeenschap. De voorzitter van de Stichting Heemkunde Arcen: “Ook in een kleine gemeenschap als Arcen zijn deze verhalen dichtbij. Juist daarom is het belangrijk dat we ze zichtbaar blijven maken. Met de Stolpersteine brengen we de geschiedenis terug naar de straat en geven we de mensen achter die geschiedenis weer een plek in ons dorp.” Het is nu 3 uur in de vroege ochtend van 4 mei. Over een paar uurtjes word ik afgehaald om naar het Nationaal Ereveld Loenen te gaan waar de Oorlogsgravenstichting zijn jaarlijkse 4 mei herdenking houdt. Honderden, waaronder vele Vips, zullen aanwezig zijn. De officiële ceremonie begint om 13:30 uur met bijdragen van onder anderen oud-secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer, president van de Oorlogsgravenstichting Jaap Smit en Timian Horst. Hij vertelt het verhaal van zijn betovergrootvader Willem van Boven die tijdens de oorlog boswachter was in Loenen en onderduikers, Engelse piloten en ontsnapte krijgsgevangenen in de bossen verborgen hield. Toppers als Jaap de Hoop Scheffer en Jaap Smit zullen voor u geen onbekenden zijn. Maar wie is Timian Horst (ik hoop dat ik z’n naam juist heb geschreven!)?  En ik ben zo vrij te veronderstellen dat u ook nog nooit van zijn betovergrootvader heeft gehoord. Na deze grootse herdenking zal ik om 16:00 uur aanwezig zijn als burgemeester Bolsius van Amersfoort een krans legt bij het Joodse licht-monument op het Borneoplein waar op 4 mei alle 360 lichtjes branden, ter nagedachtenis aan de 360 Amersfoortse Joodse mannen, vrouwen en kinderen die ‘niet weerkeerden’, zoals we dat zo steriel kunnen zeggen. En dan de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam.

Waarschijnlijk vraagt u zich af, mijn trouwe dagboeklezer, waar ik naartoe ga. En ik bedoel niet waarheen ik me fysiek ga bewegen, maar wat ben ik aan het vertellen, wat is mijn boodschap aan de vooravond van de vierde mei waarop dit jaar Free Palestine luidkeels zal weerklinken, Joden voor kindermoordenaars zullen worden uitgemaakt en via de sociale media wetenschappelijk, misleidend en haat zaaiend zal worden aangetoond dat er helemaal geen zes miljoen Joden werden vermoord maar slechts tweehonderdzeventig duizend, en waarschijnlijk, als Auschwitz überhaupt heeft bestaan, was het geen vernietigingskamp maar een soort vakantieoord. En bijna zeker zal ons Joden verweten worden dat wij, de nazaten van de overlevenden, de vier mei herdenking hebben gekaapt, want vier mei dient eigenlijk… Vult u zelf maar in.

Vele jaren geleden werd mij verweten dat ik waarschuwde voor het opkomend antisemitisme. Een rabbijn moet vreugdevolle boodschappen brengen, niet zeuren over narigheid waarvan er toen nog geen zichtbare sprake was. En inderdaad, mijn jarenlange waarschuwingen waren achteraf bezien totaal zinloos.

Vanavond, 4 mei, begint op de Joodse kalender Lag Ba’omer, de 33ste dag van de zogenaamde Omertelling. Na de Uittocht uit Egypte trokken de Joden door de woestijn naar de berg Sinaï, alwaar ze op de 50ste dag de Tien Geboden zouden ontvangen. Maar om hiervoor geestelijk rijp te zijn was er geestelijke voorbereiding nodig, zelfreflectie. De Joden hadden Egypte, toonbeeld van immoraliteit, verlaten, maar Egypte nog niet de Joden. De negenenveertig dagen tussen de Uittocht uit de Egyptische slavernij en het ontvangen van Thora en Traditie, het Woord van G’d, waren en zijn dagen van zelfonderzoek, hoe zit het met mijn eigen persoonlijke minder goede neigingen? En midden in de toch enigszins minder gezellige periode, is het Lag Ba’omer, de drieëndertigste dag van die periode, een dag van grote vreugde gekoppeld aan Reb Simon bar Jochaj. Mocht u niet bekend zijn met Lag Ba’omer, stop gerust met mijn dagboek-lezing en google even. Op deze dag gaan duizenden en duizenden naar het graf in Miron, noord-Israël, van deze grote Rabbijn om te bidden en om vreugdevuren te ontsteken. De Sefardische Opperrabbijn van Israël, David Yosef, heeft keihard verboden om dit jaar naar Miron te gaan. Onverantwoord gevaarlijk. Het gaan naar Miron is een ‘gewoonte’, het jezelf in een levensgevaarlijke situatie brengen is een ‘verbod’ en een verbod weegt vele malen zwaarder dan een gewoonte.

Ik was dus in Arcen, duidelijk zichtbaar Joods. Moet ik mijn Jood-zijn gaan verbergen? Adviseren om geen davidster meer te dragen op bepaalde plaatsen in ons ‘bevrijde Nederland’?

Wat moeten we doen? Waarom spring ik van de hak op de tak? Van de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam naar lokale Stolpersteine in Arcen? Omdat de enige manier om Nederland echt bevrijd te krijgen is door middel van educatie, vanuit de landelijke Overheid en vooral ook gewoon lokaal, op scholen, door het gesprek met elkaar, met andersdenkenden, met de ouders van de jongeren, met gewoonlijk een niet-Nederlandse achtergrond, die mij naroepen omdat ik een Nederlandse Jood ben.  Inmiddels heeft de politie de eigenaar van de brommer gevonden die vorige week uitgaande sjabbat mijn gast voor kankerjood meende te moeten uitschelden. Volgens de politie waren zijn ouders erg ontdaan, dit hadden ze niet verwacht van hun lieve onschuldige zoontje die omstreeks elf uur ’s nachts op een fat bike door de straten scheurt. Het doet me goed dat de ouders schrokken, maar een bosje bloemen of een spijtbetuiging heeft mijn gast nog niet ontvangen. Ik ben bereid het gesprek met ouders en zoonlief aan te gaan. Niet om te vermanen, maar om een bruggetje te bouwen. Maar ik ben er bijna van overtuigd dat de wet op de privacy de bouw van dat bruggetje niet zal toelaten en het besmeuren van het Nationaal Monument op de Dam zal bevorderen.

En toch is er hoop en zijn er vele lichtpunten. Het aantal bemoedigingen en steunbetuigingen die mij bereiken is indrukwekkend. Nog nooit wordt mij op straat zo vaak sjalom gezegd en de begripvolle blikken spreken boekdelen. En weet u, zelfs onderduikadressen worden me aangeboden.

 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven