Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Reprimande van ministerie voor Nederlandse consul die duizenden Joden redde

    Gisteren waren we fruit plukken met de kleinkinderen uit Almere en daarna een bezoek aan het Israël Product Centrum in Nijkerk. Een week eerder hadden we hetzelfde uitstapje gemaakt met onze kleinkinderen uit Londen. Er is daar, in Nijkerk, een imposante tentoonstelling, speciaal gericht op de jeugd van het Basis Onderwijs, over verzetsstrijders die met gevaar voor eigen leven Joodse medeburgers ondergedoken hadden of anderzijds zich hebben ingezet om o.a. mijn moeder te redden.

     

    De oorlog komt daar voor mij erg dichtbij. Ik denk daar aan de mensen in Friesland die mijn ouders en ik in mijn kinderjaren regelmatig bezochten. Duikouders van mijn moeder. Zonder die mensen zou mijn moeder de oorlog niet hebben overleefd. De naam Wiersma komt in mij op. Hij was de politieagent uit Boskoop die aan het hoofd stond van de verzetsbeweging die voor mijn moeder en mijn oom en voor vele vele anderen de onderduikplaatsen regelde. Ik heb me voorgenomen om mijn enige nog in leven zijnde tante namen en adressen te vragen. Misschien weet zij die nog. En dan nazaten opsporen en hun vertellen dat ik leef dankzij hun ouders/grootouders/overgrootouders.

     

    Na gezellig fruitplukken in Putten op de plukboerderij, naar Nijkerk, verre van gezellig. En toch neem ik mijn kleinkinderen mee. Ik wil dat ze weten dat ondanks het opkomend antisemitisme er ook goede niet-joden waren aan wie wij en zij ook hun leven te danken hebben. Jan Zwartendijk, de medewerker van het consulaat der Nederlanden die duizenden Joden in Litouwen voorzien heeft van een stempel waarmee ze naar de Nederlandse Antillen konden reizen en de hel van de nazi’s ontvluchten. Zijn zoon Piet heb ik mogen ontmoeten enige jaren geleden in Brussel op de ambassade van Litouwen waar zijn vader en de consul van Japan, Sugihara, die al die Joden een doorreisvisum verleende, geëerd werden.

    Zwartendijk heeft na de oorlog van het ministerie van Binnenlandse Zaken een reprimande gekregen want wat hij had gedaan (tussen de 3000-10.000 Joden het leven gered!) was niet conform de wettelijke regels, illegaal. Sic! En ook de Japanse consul Sugihara is gestraft voor zijn illegale doorreisvisa. In Brussel waren zoon Piet Zwartendijk en de kleindochter van Sugihara aanwezig. Ik herinner me dat ik die kleindochter, een volwassen vrouw, wel wilde omhelzen om haar te danken. Mijn kleinkinderen moeten weten dat er ondanks de Holocaust, ondanks het opkomend antisemitisme, er ook niet-joden waren die ons gered hebben. De tentoonstelling is niet eng, maar wel confronterend. Misschien voor mij wel meer als voor mijn kleinkinderen.

     

    Terug naar het nu. Rabbijn Mendel uit Mariupol heeft financiële steun nodig om een andere locatie te krijgen voor zijn synagoge annex Joods Centrum. Na de aanslag van enige weken geleden is hij bang. En terecht. De synagoge staat op een plaats die niet te beveiligen valt, ondanks de beveiliger die voor de deur staat. En hoewel het Mendel en zijn vrouw niet ontbreekt aan Godsvertrouwen is er een belangrijke regel in de Halaga -de Joodse wet- dat we niet mogen vertrouwen op wonderen. En dus mag ik meedenken hoe we dit nieuwe complex financieel van de grond kunnen krijgen.

     

    Het gaat lukken want in de Joodse wereld staat tsedaka hoog in het vaandel. Tsedaka zouden wij in het Nederlands liefdadigheid noemen. Maar de letterlijke vertaling van tsedaka is niet liefdadigheid, maar gerechtigheid. De arme man of vrouw heeft recht op mijn financiële steun, het komt hem toe. Want de rijkdom die ik bezit is een zegen van Boven. En ik heb die zegen uitsluitend gekregen om er anderen mee te helpen. Dit nog even los van de Joods wettelijke verplichting dat iedere Jood verplicht is om minstens tien procent van zijn inkomen aan tsedaka te geven. Maar ook vanuit de niet-joodse achterban, speciaal vanuit de christelijke hoek, verwacht ik bijdragen.

    Ik werd vandaag met nog een vraag om financiële steun geconfronteerd. Een van mijn Joodse Gemeenten was benaderd door een man die, naar zijn zeggen, in grote financiële nood zit. Het bestuur weet geen raad met dit verzoek en wendt zich dus tot hun geestelijk leider met een puur niet-geestelijke vraag: moeten we dit materiele verzoek wel of niet honoreren? Natuurlijk moeten we ieder medemens in nood bijstaan, maar de vraag is vaak of je iemand helpt door hem geld te geven of dat het wellicht beter is om hem geld te lenen, ook als je weet dat hij die lening niet kan terugbetalen. Door een lening te geven moedig je hem namelijk aan om te werken en niet uitsluitend van de bedelstaf te leven. Als je de medemens middels een lening (weer) in het arbeidsproces kan krijgen, dan heb je een veel betere daad verricht dan als je hem uitsluitend cash zou hebben gegeven.

    Maar in dit specifieke geval is het nog iets ingewikkelder. De man schrijft aan de Joodse Gemeente dat hij in het buitenland woonachtig was, gescheiden is van zijn wettige echtgenote, voor zijn ex moest vluchten, dat hij zeer orthodox is, inwoont bij zijn moeder, wellicht Nederland wordt uitgezet en een vriendin heeft en een baby. Natuurlijk moeten we zo’n man helpen, maar de vraag is waarmee. De eerste vraag die in mij opwelt en mij een nare bijsmaak geeft is: Waarom benadrukt hij dat hij orthodox is? En waarom ontvluchtte hij zijn ex? Moet hij wellicht alimentatie betalen? Meent hij daarmee dan extra recht te hebben op financiële ondersteuning van de Joodse Gemeente? En als hij dan zo orthodox is, waarom woont hij in een dorp waar geen Joodse Gemeente is? En sinds wanneer woont een orthodoxe Jood samen zonder burgerlijk en religieus huwelijk? Ik ga ervan uit dat hij niet wettelijk is getrouwd, omdat hij spreekt over zijn vriendin en niet over zijn echtgenote! Misschien is hij niet officieel gehuwd omdat hij nog niet is gescheiden van zijn (eerste) vrouw. Vraagtekens, vraagtekens, vraagtekens.

     

    En ondertussen zet hij goedwillende vrijwillige bestuurders van de kleine Joodse Gemeente onder morele druk. En dus mag ik ertussen springen en neem ik het op mijn rabbinale schouders om deze man met zijn warrige verhaal vooral geen financiële steun te bieden uit de tsedaka-kas van de Joodse Gemeente. We zien wel hoe hij gaat reageren. Ik zal de goedwillende bestuurders steunen, want hij zal ze niet zo snel met rust laten als hij een afwijzing zal ontvangen. Hij zal morele druk uitoefenen en niet iedereen is daartegen opgewassen.

     

    Morgen is de eerste van de maand Elloel, de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana, Joodse Nieuwjaar. Er wordt dan op de sjofar, de ramshoorn, geblazen als voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Vandaag heb ik al even een enkele toon geblazen om te oefenen. Lukte prima, ik heb een gezonde blaas……….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Binnen 24 uur begraven! Dagboek van een Opperrabbijn, 11 oktober 2020

    Ik had me een plezieriger Hosjana Rabba voorgesteld. Hosjana Rabba is de laatste dag van de tussendagen Soekot, de laatste dag dat we, als we in de soeka een maaltijd gebruiken, de lofzegging over de Soeka uitspreken. Een lewaja, begrafenis. Een goede bekende van mij, een klinisch psycholoog, die ooit zo’n 35 jaar geleden af en toe een sjabbat bij ons doorbracht. En vervolgens ontmoette ik hem ieder jaar bij de herdenking van de ‘ontruiming van het Apeldoornsche Bosch’, het Joodse psychiatrisch ziekenhuis in Apeldoorn en af en toe hadden we professioneel contact. Hij stuurde cliënten naar mij en ik ook naar hem. Hij was een ‘mensch’! Klaar staan voor de medemens in geestelijke nood, was zijn devies.

     

    Maar enige maanden geleden belde hij mij op, huilend. Ernstig ziek. Hij wist dat hij het niet zou halen. Ik hoop dat ik hem nog een beetje tot steun heb kunnen zijn. Zijn wens was dat ik de lewaja zou leiden en dat hij begraven zou worden op de begraafplaats waar velen van zijn familieleden ook begraven hadden willen worden…….en dus naar Zutphen gereden op deze feestelijke Soekot dag. Het zal u wellicht verbazen, maar ik kan hier helemaal niet tegen. Nooit heb ik kunnen wennen aan begrafenissen, zeker niet als het schrijnende gevallen betreft en er nagenoeg geen familie is en geen nazaten. Hij was een goed mens, stond klaar om te helpen en heeft er nog met veel inzet voor gezorgd vanaf zijn ziekbed dat zijn cliënten werden overgedragen aan andere therapeuten.

     

    Het was indrukwekkend hoe de kleine Joodse Gemeente Stedendriehoek binnen 24 uur alles heeft weten te regelen opdat de lewaja nog voor de Sjabbat en de Jom Tov kon plaatsvinden: Verlof tot begraven, transport, wassing, graf delven en de lewaja met minjan zodat alle gebeden konden worden uitgesproken! Kol hakawod – een prestatie! Ook hadden ze nog een cameraman en een geluidsman georganiseerd zodat de familie in Israël toch nog een beetje aanwezig kon zijn. Meer dan driehonderd mensen hadden meegekeken, vertelde de cameraman mij na afloop. Was de begrafenis toch nog aanzienlijk minder eenzaam dan ik aanvankelijk verwachtte.

     

    Inmiddels is het zondagavond en waren we Sjemini Atseret (het Slotfeest) en Simchat Thora (Vreugde der Wet) in Amsterdam bij onze zoon, schoondochter en de kleinkinderen (met inachtneming van de 1.50 m. We hadden zelfs een eigen appartement). Even weg van alles. Vanwege Jom Tov geen e-mail, geen Whatsapp en zelfs geen krant en radio. Wel corona, niet corona, het is even aan mij voorbijgegaan. Naar welke sjoel ik was in Amsterdam? Twee bekende vooraanstaande leden van de Joodse Gemeente Amsterdam, hebben direct na de eerste coronageluiden in de tuin een grote tent met verwarming, stoelen en eenpersoons tafeltjes gekocht en sindsdien is daar twee keer daags coronavrij sjoeldienst. Ik mocht daar sjabbat en zondag alle Jom Tov diensten bijwonen, want het aantal aanwezigen moet uiteraard beperkt blijven. Geweldig! Wat een gastvrijheid en wat een sfeer en saamhorigheid.

     

    Ondertussen zit ik in dubio over Ysselsteyn. Ysselsteyn, hoor ik u denken. Er gaat weer een herdenking plaatsvinden op de begraafplaats in Ysselsteyn waar Duitse soldaten begraven liggen, waaronder ook grote schurken en verraders die vele Joden de dood in gedreven hebben. Hiertegen is nu een petitie in omloop. Voor mij is het duidelijk dat dit niet aanvaardbaar is, maar voordat ik teken wil ik toch eerst weten hoe de vork precies in de steel zit. Want het gerucht gaat dat notabelen als Hirsch Ballin en Donner deze herdenking steunen en daar zullen ze zeker een reden voor hebben. Anderzijds zie ik dat het prominente lid van mijn persoonlijke adviesraad, Hans Knoop, ook de petitie heeft getekend. Wat is mijn twijfel? Mijn oma had een achterneef die met een niet-joodse vrouw was getrouwd. Hij was in 1938 uit Duitsland gevlucht, vrouw en kinderen achterlatend in Hamburg. Zijn kinderen werden gedwongen als soldaten op het Oostfront te vechten….Ik herinner mij dat ik met mijn ouders die achterachterneven van mijn vader als kind heb ontmoet. Voelt u mijn dubio om te tekenen? Zeer velen van die omgekomen Duitse soldaten waren niet per se ‘fout’, Ik ga dus eerst natrekken alvorens een besluit te nemen. Want ik plaats nooit zomaar even snel een handtekening!

     

    Overigens heb ik wel een brief ondertekend aan de President van Polen met het dringende verzoek om de wet die export van koosjer vlees verbiedt tegen te houden. Als die wet wordt aangenomen is dat een enorme klap voor Joods Europa. In steeds meer landen wordt koosjer slachten verboden en dus wordt er geslacht in bijvoorbeeld Polen. Maar als dan Polen de export gaat verbieden, hebben we een probleem. Met dierenwelzijn heeft dit echt niets te maken, puur antisemitisme. Het dierenleed in de slachthuizen is zeker een wezenlijk probleem, maar heeft niets te maken met koosjer slachten. Ook het vervoer naar de slachthuizen deugt vaak niet. Maar dat wordt, en ik beperk me maar even tot Nederland, niet aangepakt want de Voedsel en Warenautoriteit heeft het te druk met het zeuren over een paar flesjes wijn uit de zogenaamde Bezette Gebieden! Waarbij ik niet wil zeggen dat de voorstanders van zo’n exportverbod antisemieten zouden zijn, dat weet ik gewoonweg niet. Maar het fenomeen van het verbod op de sjechieta is door de eeuwen heen een voorloper geweest van Jodenvervolging. De eerste wet die in Nederland na de bezetting werd uitgevaardigd door de bezetter was, in juni 1940: verbod op koosjer slachten.

     

    Ondertussen ontving ik weer een verzoek om na te gaan of iemand die nu in Israël woont nog familie heeft in Nederland. In dit specifieke geval kwam de vraag bij mij vanuit een organisatie die tegen betaling dit soort onderzoeken doet. Maar dat opsporingsbedrijf komt er niet uit en dus: Gewoon Jacobs vragen om diep in archieven te gaan duiken, zelf uit te vissen of die archieven überhaupt bestaan en hopend dat Jacobs met minimale informatie de speld in de hooiberg kan vinden. Jacobs mag dus het werk doen en het bedrijf int de gelden! Daar pas ik dus netjes voor. Ik help graag, ben bereid ingewikkelde klussen op te lossen, maar ik weiger misbruikt te worden.

     

    De Feestdagen liggen achter ons, de soeka ga ik morgen afbreken en dan naar Den Haag. Een afspraak met de ambassadeur van Polen over die brief aan zijn President. De rust van twee heerlijke dagen is voorbij.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Ik voelde me gediscrimineerd, Dagboek van een Opperrabbijn 19 november 2020

    De dag begon niet goed. Een gescheiden man uit Israël wil zijn jonge kinderen bezoeken die bij zijn ex in Nederland wonen. Dat deed hij twee keer per jaar, maar nu moet hij een visum hebben vanwege corona. En om dat visum te kunnen krijgen heeft hij mij gevraagd om een brief waarin ik verklaar dat ik hem ken en dat hij wat mij betreft meer dan welkom is in ons land, althans zo had ik het begrepen. Maar omdat hij zich per WhatsApp tot mij had gewend en de Whatsapp ‘naar beneden schuift’ en daardoor uit het zicht verdwijnt, was ik het vergeten. Ik verwijt mezelf deze omissie. Want juist dit soort hulp, achter de schermen, bij persoonlijke individuele drama’s helpen, daarvoor ben ik rabbijn. Ik dus alsnog in de telefoon, WhatsApp en email om deze vader te helpen. En terwijl ik mijn verklaring aan het typen was, kreeg ik een verzoek van een jonge joodse vrouw, die in Israel al meer dan vijf jaar woonachtig is, om iets op te lossen. Het Jood-zijn van haar man hebben ze nooit kunnen aantonen waardoor ze nooit een choepa hebben gehad en dat zit ze beiden dwars. Aan mij dus om te helpen zoeken naar bewijs van zijn Jood-zijn. Ik kan me voorstellen dat sommige van mijn dagboekeniers zich zullen afvragen waarom dit nagezocht moet worden. Je bent wie je bent! Maar zo eenvoudig is het niet. Ik ben momenteel met vier mensen in contact die willen weten of ze wel of niet Joods zijn. Het betreft nazaten van voorouders uit de voormalige USSR en uit Polen. De voorouders zijn gevlucht en om te voorkomen dat hun nazaten ook in Auschwitz zouden belanden, hebben ze hun Jood-zijn geheim gehouden. Bij vele nazaten zal hun Jood-zijn nooit aandacht krijgen omdat het geheel onbekend is. Maar vaak ook sijpelt er wel wat door en zitten nazaten, meestal kleinkinderen, met een emotioneel probleem. Dit kan zeker ook nazaten betreffen die misschien alleen maar één Joodse opa hadden en dus, halagisch beschouwd, niet Joods zijn. Maar toch willen ze weten of die opa wel/niet Joods was. Een van die vier is speciaal naar Oekraïne afgereisd op zoek naar haar Joodse wortels, hetgeen duidelijk aangeeft hoe gevoelig en belangrijk dit voor de betrokkene is en dus hoe dankbaar ik ben om hierin te begeleiden. Maar ik kan me voorstellen dat u zich afvraagt of ik me met dit soort problematiek moet bezighouden, speciaal dat als die ene opa inderdaad Joods zou zijn, dat kleinkind toch niet Joods is. Het antwoord op deze vraag las ik vandaag in een soort ‘gedachte van de dag’ chassidisch boekwerkje: “Waar een mens zich bevindt, daar is zijn plaats. Daar wordt van hem verlangd dat hij akkert, zaait om uiteindelijk te oogsten.” En dus hoor ik wat op mijn weg komt op te pakken, ongeacht of de nazaten uiteindelijk wel of niet Joods zijn! En dus heb ik ook de twee telefoontjes, een uit België en een uit Engeland, nauwkeurig aangehoord. Beide telefoontjes waren van mensen eind twintig op zoek naar een Joodse partner. Waarom ze mij bellen? Geen idee, maar als ze bellen, als het op mijn weg komt, moet ik luisteren en kijken wat ik kan doen. En wat heb ik dan hiermee gedaan? Ik gaf de telefoon aan mij echtgenote. Die heeft een soort fotografisch geheugen voor namen, gezichten en geschiedenis. Luistert de kandidaat aan en gaat meteen op zoek. Lukt het dan altijd? Helaas meestal niet, maar soms ook wel. En ook als het niet lukt, heeft de kandidaat een luisterend oor gekregen en ook dat is belangrijk. Maar soms moet ik ook afhaken, niet ingaan op een verzoek. Bijvoorbeeld een verzoek van iemand die een gioer zou hebben gedaan en die door het Opperrabbinaat van Londen, een gerenommeerd collega, niet erkend wordt en vervolgens bijval verzoekt van mij. Daar doe ik dus niet aan mee, ik laat me niet uitspelen. Indien de persoon mijn hulp zou hebben gevraagd, advies hoe te handelen, akkoord. Maar een epistel naar mij waarin de vloer wordt aangeveegd met collega’s, terwijl ik de persoon nog nooit heb ontmoet, niet ken en hij geen enkele connectie heeft met Nederland, dan verdwijnt de e-mail in de Prullenbak.  Na nog een aantal van dit soort e-mails te hebben verwerkt, was er een vergadering van OJEC, Overlegorgaan Joden-Christenen. Prima bijeenkomst waar uiteraard ook de Schuldverklaring vanuit de Kerken werd behandeld. En voordat ik mijn computer sluit en me richting nachtrust begeef, blik ik terug op een volle dag. Wat viel me vandaag op? Wat was anders dan andere dagen? Ik voelde me gediscrimineerd! Ik heb gisteren mijn nieuwe baan als ROVA-medewerker bekend gemaakt. Voor hen die mijn dagboek van gisteren niet hebben gelezen: we kregen een nieuwe vorm van inzamelen van afval. Het gaat over een stuk of vijf separate containers waarvan een met een pasje werkt, drie worden afgehaald van huis via drie anders gekleurde kliko’s en twee andere soorten moeten worden afgeleverd aan het eind van onze straat. En daar werd ik gediscrimineerd! Bij de glasafvalcontainer kan ik niet zomaar het glas erin stoppen, maar moet ik onderscheid maken tussen wit, groen en bruin glas. Wit lukt me, daarmee kan ik leven. Maar groen en bruin is voor mij een crime: ik ben namelijk kleurenblind.  Het verschil tussen groen en bruin wordt door mij niet (h)erkend, gelijk het verschil tussen geel en oranje, blauw en paars, donkerrood en zwart……Ik voelde me dus daar voor die glasbak redelijk onnozel en zelfs een beetje gediscrimineerd!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Zeer geachte Opperrabbijn, dagboek van een opperrabbijn Zondag 29 november 2020

    “Steeds frequenter en steeds intenser lees ik de volgende aflevering van uw dagboek.

    Het is voor mij (vooral) de ethiek, de aanwijzingen daarvan, waar (ook) ik zoveel aan heb. Zo belangrijk (vooral ook) in deze tijd.

    Het is vooral ook zo belangrijk dat u ons daarmee richting geeft dat wij (vooral van u) zo nodig hebben.

     

    Ik denk daarbij, om maar iets te noemen, wat dat betreft wat u zegt over de Ysselsteyn-kwestie. Wat mij zo goed doet is dat u uw eerste visie, resultaat van oppervlakkige waarneming, feitelijk gedeeltelijk herroept en nuanceert nadat u zelf in Ysselsteyn bent geweest en u uzelf heeft laten voorlichten en goed heeft geluisterd naar de achterliggende bedoeling, waardoor u de nuance kon aanbrengen.  Zeer gefeliciteerd.”

     

    Bovenstaande geeft mij een goed gevoel, want ik ben mezelf voortdurend aan het afvragen of ik wel goed bezig ben. Ik herinner mij Prof. Hans Bloemendal, de chazan-voorzanger, die na afloop van een uitvoering meestal drijvend nat van het zweet was, zo heeft hij mij persoonlijk verteld. Altijd weer was hij bang niet optimaal te hebben gezongen! Als ik een toespraak houd of een lezing geef, voel en zie ik of het overkwam. Maar een digitaal dagboek dat bij de lezer ergens heel ver weg op een scherm verschijnt, verklapt geen enkele reactie. Ik weet zelfs niet of het wordt gelezen! En als er wel reacties zijn, dan verschijnen die op facebook, waartoe ikzelf geen toegang heb. Maar mijn doel en mijn opdracht als rabbijn is om mensen tot steun te zijn vanuit het Jodendom. En daarom was bovenstaande reactie belangrijk voor mij. Binnen dit kader was het ook fijn dat ik een korte bijdrage mocht leveren aan een vergadering van zakenmensen die bijeenkwamen om te spreken over de ethiek van het zakendoen. Ik heb daar de volgende geschiedenis verteld. Een succesvolle zakenman bracht een bezoek aan zijn Rebbe. Het was de eerste keer dat hij de Rebbe thuis bezocht en wat hem opviel was de armoedige inrichting. Alles wat nodig was, was er, maar meer dan ook niet. Rebbe, vroeg de zakenman, waarom woont u zo armoedig? Een man van uw niveau, met uw contacten en uw invloed behoort in een riante villa te wonen, niet in een armoedig flatje. Mag ik je wat vragen, vroeg de Rebbe op zijn beurt. Waar woon jij dan? Ik, antwoordde de zakenman, ik woon in een paleis van een huis met alle voorstelbare luxe. En, vroeg de Rebbe verder, als je voor inkopen naar Leipzig gaat, waar woon je dan? In Leipzig, waar ik slechts een paar keer per jaar kom, heb ik een flatje. Maar, zo vervolgde de Rebbe, het past toch niet voor een groot zakenman als u om in een eenvoudig flatje te vertoeven! Dat klopt antwoordde de zakenman, en daarom heb ik een schitterende woning in mijn vaste woon- en verblijfplaats, maar in Leipzig ben ik maar tijdelijk. Hetzelfde geldt voor mij ook, reageerde de Rebbe. Mijn vaste woonplaats bevindt zich na dit aardse bestaan en daar hoop ik een riante bungalow te verwerven. Maar mijn verblijf hier op aarde is slechts tijdelijk. Geld is een middel, maar geld is niet het doel, probeerde ik de zakenlui bij te brengen. Of ze het hebben begrepen, weet ik dus niet want niemand was aanwezig.

    Omdat ik afgelopen week toch nog even voor een gesprek op mijn Rabbinaat was in Amsterdam, bemerkte ik post die daar al wekenlang op mij lag te wachten. Waarom niemand even de moeite had genomen om de post door te sturen, is mij onduidelijk. Een van de brieven was van meer dan een maand geleden. Een drama wordt beschreven. Een Joodse grootvader die door zijn niet-joodse vrouw wordt verraden en zo in Auschwitz belandt en vergast.  Na de oorlog werd de vrouw door haar kinderen voor het gerecht gedaagd en belandt ze in de gevangenis. Haar kinderen worden op verschillende adressen ondergebracht. Een van hen, die dus volgens de Joodse wet niet-joods is, is nu hoogbejaard en wil graag Joods begraven worden op een Joodse begraafplaats. Haar dochter vraagt mij om te helpen, hoe dat zou moeten weet ik nog niet. Maar zeker is dat ik mijn uiterste best ga doen, maar niet nadat ik eerst mijn excuus zal hebben aangeboden, want een brief van 18 oktober beantwoorden op 26 november, is niet juist, eigenlijk onacceptabel! Welke oplossing het zal zijn, weet ik dus niet, maar ik zal er alles aan doen om een oplossing te vinden. Aan mij om creatief te denken, zonder de halaga ook maar op enigerlei geweld aan te doen, want halaga is halaga. Halaga betekent ‘wet’, maar in het woord halaga zit ook het woord ‘beweging’. Of er bewogen kan worden in dezen en hoe die beweging zal zijn: We gaan het zien. En als het onverhoopt niet gaat lukken, omdat er geen beweging in te krijgen is? Dan heeft dat dan ook zo moeten zijn en gaan we dat accepteren. Maar eerst op zoek naar ruimte om te bewegen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • “De arts belandt in de hel” Dagboek van een Opperrabbijn1 December 2020,

    Een bezoek aan iemand die ziek is neemt volgens het Jodendom een deel van zijn ziekte weg. Vandaar dat we dagelijks in het begin van het ochtendgebed vermelden dat het gebod om zieken te bezoeken vruchten afwerpt tijdens het aardse bestaan, maar de echte beloning wordt pas verkregen na dit aardse bestaan. Dit is mij natuurlijk al vele decennia bekend. En ik beken dat ik even zo lang tegen mezelf twijfelend zei: als een zieke maar genoeg bezoek krijgt, zou hij in principe gezond moeten worden. Daar heb je dus geen arts voor nodig! En het antwoord dat ik mezelf gaf was dan dat het natuurlijk niet zo letterlijk is als het er staat. Het is meer een beeldspraak. Met dat antwoord heb ik het al die jaren gedaan. Maar enige dagen geleden heb ik een passender antwoord gevonden, naar aanleiding van een ‘medisch’ advies dat ik aan iemand min of meer ongevraagd had gegeven. En ook naar aanleiding van een recent artikel in de weekend bijdrage van het RD.
    In de Talmoed staat geschreven: “de beste der artsen belandt in de hel”. Het woord dat hier wordt gebruikt voor “de beste” is het Hebreeuwse woord “tov”. Ook als u het Hebreeuws niet beheerst dan nog kent u dit woord van bijvoorbeeld “mazzeltov” of van “een toffe jongen”. “Tov” betekent “goed”. Maar als dat zo is, wat vertelt ons dan de Talmoed met de bemerking dat “de beste der artsen belandt in de hel”? “Tov” is in numerieke waarde zeventien. Het hoofdgebed dat wij drie keer per dag uitspreken is het achttien gebed. Dit gebed wordt het achttien-gebed genoemd omdat er achttien lofzeggingen in voorkomen. Welke arts maakt een goede kans om na dit aardse bestaan in de hel te eindigen? Die artsen die weigeren om alle achttien lofzeggingen uit te spreken. Ze zijn bereid om er zeventien te vermelden. Zeventien keer G’d te danken. Maar de achttiende weigeren ze te zeggen, in die achttiende geloven ze niet: “Geprezen bent U onze G’d, die de zieken geneest”. Ze denken namelijk dat zij de zieken genezen! Vol hoogmoed benaderen zij hun patiënten, want zij, de dokteren, zijn immers de beslissers over leven en dood, over ziek en gezond. Artsen met zo’n opstelling belanden uiteindelijk in de hel.
    Maar andersom werkt het ook. De arts die bescheidenheid uitstraalt, naar de patiënt luistert, meeleeft. Zo’n arts zal na dit aardse bestaan rijkelijk beloond worden. Maar dat niet alleen. Zijn begripvolle opstelling, zijn oprecht meeleven is voor de patiënten van wezenlijk belang. Ook bij een hopeloze medische diagnose zal de patiënt zich aanzienlijk minder gestrest voelen, want de arts leeft met hem mee. En daarover ging dat artikel in de bijlage van het RD. De genezende of op z’n minst de kalmerende werking die uitgaat van het woord van medeleven. De arts moet dus ook een beetje rabbijn zijn, zoals de rabbijn ook een beetje arts. Recentelijk had ik contact met een redelijk depressieve jonge vrouw. De pilletjes van de dokter nam ze niet, want ze had geen vertrouwen in het pilletje en al helemaal niet in de behandelend arts. Door goed naar haar te luisteren, door haar aandacht te geven, door oprecht begrip en medeleven te tonen, heb ik haar langzaam aan de medicatie gekregen en voelt ze zich recentelijk aanzienlijk beter. Pillen werken, maar woorden ook. En soms is medicatie de primaire genezer en het woord en begrip zijn slechts de hulptroepen. Maar vaak ook heeft het medicijn slechts een placebo werking en doet het woord de hoofdzaak. Toen het beroep “arts” nog niet bestond waren de rabbijnen vaak de artsen en de artsen de rabbijnen. De arts moet ervan doordrongen zijn dat hem door de Eeuwige de taak is gegeven om te genezen, maar dat alleen pilletjes niet voldoende zijn. En tegen mezelf zeg ik: wees er steeds van doordrongen hoe waardevol aandacht en begrip van de rabbijn kan zijn. Ik moet mezelf niet onderschatten en vooral in deze niet denken: wie ben ik? Hoogmoed: neen! Maar met valse bescheidenheid wordt ook niemand geholpen. Ja zeker, over het leven wordt uiteindelijk Boven beslist. Maar tot die beslissing er is.........

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • “Er zijn geheimen die je meeneemt in je graf” Dagboek van een opperrabbijn 11 november 2020

    In het NRC van vorige week verscheen een artikel over het mysterie van de verdwenen SS-Kampcommandant Walter Heinrich. Hij was een van de beulen van Kamp Amersfoort, verdween na de oorlog en is nooit gevonden. Ik moest hieraan denken tijdens een vergadering, per zoom natuurlijk, over de restitutie van… Er wordt dus al langere tijd gesproken over de terugbetaling van erfpacht die de Joden na terugkomst moesten betalen. Welkom back! Die vergadering was geweldig. Geweldig omdat bijvoorbeeld de onderzoekster die het oorlogsverleden van die plaats in opdracht van de burgemeester had onderzocht, zichzelf indrukwekkend kwetsbaar opstelde. Vragen die haar werden gesteld nam zij meer dan serieus. Zij zat niet aan het scherm (we spreken dus niet meer over ‘zij zat aan tafel’) als de deskundige die alles weet, maar als de kwetsbare onderzoekster die eigenlijk aangaf dat door de complexiteit van de materie niets is uitgesloten en zeker heeft zij nog niet alles aan idiotie kunnen achterhalen. Wat bedoel ik? Zij had als opdracht om in kaart te brengen of de burgerlijke gemeente na de oorlog naheffingen heeft gedaan bij overlevenden. Bijvoorbeeld of ze alsnog erfpacht moesten betalen. Nu zou dat bij de desbetreffende gemeente zeker niet het geval zijn geweest, omdat in die gemeente geen erfpacht bestond. Maar achterstallige rioolbelasting over de periode dat ze in Auschwitz zaten, behoorde wel tot de mogelijkheden. Maar al zoekend ziet zij dat tijdens de oorlog de gemeente een rekening stuurt naar de Joodse Raad in Amsterdam en om vergoeding vraagt voor ‘de begeleiding van vertrekkende Joden’. Ik vroeg me dus even af waaruit die ‘begeleiding van vertrekkende Joden’ bestond. Even dacht ik dat het toch wel erg vriendelijk was dat de Joden werden begeleid bij hun vertrek. Waarschijnlijk waren er maatschappelijk werkers die de vertrekkende Joden, zoals dat zo sensitief werd genoemd op de factuur, van eten en drinken voorzagen. Maar dat bleek dus toch iets onvriendelijker in elkaar te zitten. Maar terwijl de vergadering verder-zoomde werd het steeds vreemder. Huizen die waren geconfisqueerd en vervolgens door de Gemeente verkocht, Joden die na de oorlog moesten procederen om hun eigen huis in te mogen gaan.

     

    Huizenbezitters van nu die toen voor een prikje huizen van Joden hadden “gekocht”, privacy wetten die de privacy van oorlogsmisdadigers nog steeds beschermen en dus de onderzoekster belemmeren bij haar onderzoek. De rekening die de voorzitter van de Joodse Gemeente kreeg voor de lekkage die in de synagoge was ontstaan gedurende de oorlog als gevolg van een bombardement…… Na de vergadering zag ik dat ik een whatsapp had ontvangen van burgemeester Marcouch (die Whatsapp had ik ongezien kunnen bekijken door mijn mobile onder het scherm te plaatsen, maar dat had ik niet gedaan. De vergadering was te schokkend). Marcouch had het dus in z’n Islamitische hoofd gehaald om een krans te leggen bij het Joodse monument. Hem werd verweten dat hij naast mij had gestaan (schande!) en ook nog een keppeltje droeg en daarmee voor deining zorgde binnen de Islamitische gemeenschap. Ik ben er zeker van dat hij, nadat hij in de krant was verschenen op de foto naast mij staande (met meer dan de vereiste social distance), weer overstelpt is met twitters vol verwensingen. In de vergadering betrof het de jaren ’40-’45, maar de haat-twitters waren van vandaag en verzonden door mensen van nu. Mocht u de mening zijn toegedaan dat ik overdrijf, klik dan zelf op:  https://www.nadorcity.com/%D9%87%D9%88%D9%84%D9%86%D8%AF%D8%A7-%D8%B9%D9%85%D8%AF%D8%A9-%D9%85%D8%AF%D9%8A%D9%86%D8%A9-%D8%B1%D9%8A%D9%81%D9%8A-%D9%85%D8%B3%D9%84%D9%85-%D9%8A%D8%AB%D9%8A%D8%B1-%D8%B6%D8%AC%D9%91%D8%A9-%D8%A8%D8%B9%D8%AF-%D8%B8%D9%87%D9%88%D8%B1%D9%87-%D9%85%D8%B9%D8%AA%D9%85%D8%B1%D8%A7-%D9%82%D8%A8%D8%B9%D8%A9_a95612.html.

     

    Wat heeft dit te maken met het begin van dit dagboek? Herinneringscentrum Kamp Amersfoort werd officieel in 2000 geopend en werd toen een Nationaal Monument. Maar tot het officieel een Nationaal Monument werd, was er een lange weg vol hobbels afgelegd. Om de een of andere reden moest Kamp Amersfoort vergeten worden. De man die zich vol overgave inzette om Kamp Amersfoort uit de vergetelheid te onttrekken, werd met ontslag bedreigd. Ik werd ingeschakeld, jaren voordien, om via de commissaris van de Koningin, Jhr. Beelaerts van Blokland, het Herinneringscentrum van de grond te krijgen. En toen mij gevraagd was om bij de opening, waar een indrukwekkende menigte aanwezig was, het woord te voeren, waren er brieven binnengekomen met het verzoek om de rabbijn van de sprekerslijst te verwijderen. De dag na de opening zat ik in de gevangenis van Groningen, bij de herdenking van de ex-politieke gevangen. Naast mij zat een oude militair in uniform voorzien van een indrukwekkende waslijn met medailles. Deze oude militair gaf mij een compliment voor mijn toespraak bij Kamp Amersfoort waarbij hij, als oud-gevangene, ook aanwezig was. Ik zag mijn kans schoon en vroeg hem wat er toch speelde rondom Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Zijn antwoord zal ik nooit vergeten: Rabbijn, zei hij zachtjes tegen mij, er zijn geheimen die je meeneemt in je graf.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • 36 Joden bestaan alleen nog in het mapje 'Iran' op mijn compute

    Twee bestuurders van een van mijn Gemeenten kwamen op bezoek om iets te bespreken. Omdat het onderwerp voor iemand een plezierige verrassing moet zijn, kan ik dus niet aangeven wat dat ‘iets’ inhoudt. Uiteraard zaten we om corona-technische reden in onze tuin, ontworpen en onderhouden door mijn Blouma. Een klein paradijsje in het hectische leven van een rabbijn. (Ik bedoel dus de tuin….) 

    Van het een komt het ander en Blouma toont een speciaal tafelkleed uit Iran dat wij ooit cadeau hebben gekregen, omdat ik iemand heb mogen en vooral kunnen helpen via mijn netwerk. Netwerken zijn leuk. Recepties, acte de préséance geven, vooraan zitten, foto’s, maar vooral: netwerken zijn nuttig en zijn er om te gebruiken! Door dat tafelkleed kwam bij mij Iran weer opborrelen in mijn herinnering en ik begon spontaan te vertellen, misschien wel omdat het precies op de dag af 9 jaar geleden is dat ik een VIP-ontvangst had geregeld op een van onze ministeries om hulp te bieden aan een groep Joden die in Iran in grote nood verkeerden.

    Van de ene gedachte komt de andere boven: Een telefoontje van bekende advocaat. Een probleem waarbij mijn hulp noodzakelijk is. De advocaat en ik zijn tegenpolen van elkaar. Hij is van de harde aanpak, ik niet. Als mensen kwaad op hem zijn, is hij tevreden. Ik kan daar niet zo goed tegen. Maar juist die karakterverschillen maken het dat wij vaak heel veel mooie zaken samen mochten oplossen. Mochten? Momenteel zijn we weer samen iets aan het regelen. Hij de felle jurist, ik de aantrekkelijke verpakking.

    Maar in het geval van het telefoontje lag de nadruk niet zozeer op onze samenwerking, maar op mijn zorgvuldig opgebouwde netwerk. Op Schiphol was een man gearresteerd met een vals paspoort. Hij zou ten hoogste twee weken in het gevang kunnen belanden en dan zou de KLM, die toen nog volledig in de lucht was, hem naar zijn land van herkomst moeten terugsturen. In dit geval: Iran. Wat speelde hier? De man, zeventig jaar oud, was geboren en getogen in Iran. Daar had deze rijke zakenman ook nog steeds vele panden, hoewel hij inmiddels met kinderen en kleinkinderen in Israël woonde. Maar om zijn Iraanse nationaliteit niet kwijt te raken en daardoor al zijn onroerend goed in Teheran te verliezen, heeft hij de Israëlische nationaliteit nooit aangenomen en zijn Iraanse paspoort behouden.

    In 2002, als ik me goed herinner, was zijn Iraanse paspoort verlopen en in Israël was er nog geen consulaat van de Iraanse Republiek, zelfs niet in Jeruzalem. En dus probeerde hij in verschillende landen op het consulaat van Iran een nieuw paspoort te krijgen. Overal werd hij weggestuurd omdat hij niet woonachtig was in het land waar dat consulaat gevestigd was. Uiteindelijk, vlak voor de datum dat het paspoort verliep, vond hij een consulaat dat bereid was om hem, voor veel geld, een nieuw paspoort te geven. Vanaf 2002 tot 2008 reisde hij hiermee de wereld rond, totdat hij in 2008 Nederland wilde binnenkomen en hij werd gearresteerd omdat zijn paspoort vals was. Het probleem was niet dat hij veroordeeld zou worden en twee weken de cel zou indraaien. Neen, probleem was de serieuze dreiging dat hij na de twee weken detentie per KLM teruggestuurd zou worden naar Iran. Hoe de ontvangst van deze Joodse Israëliër in Iran zou zijn, laat zich raden. En dus werd ik ingeschakeld door deze advocaat. 

    Het was vrijdagmiddag, een paar uur voor sjabbat. Ik bel een contactpersoon uit mijn netwerk waarvan ik denk dat hij hierin iets kan betekenen. Hij zal er meteen achteraangaan en inderdaad, een paar minuten na sjabbat, inmiddels diep in de nacht, belt hij terug: “Binyomin, maak je geen zorgen. Het komt goed!” En het kwam goed, want de daaropvolgende maandag werd door de rechter asiel aangeboden. En mocht hij daarin niet geïnteresseerd zijn, dan zal de marechaussee hem op het vliegtuig zetten naar een land van zijn keuze. Maar naar één land mogen ze de zakenman niet terugsturen: Iran. Ik mocht een schakeltje zijn in de redding van één mens.

    Ja, met Iran heb ik nog een succes geboekt. Een bruid, al meer dan 13 jaar in de USA woonachtig, maar afkomstig uit Iran, wil zo graag dat haar moeder bij haar choepa-bruiloft aanwezig zal zijn. Maar de moeder kan in Iran geen visum krijgen voor de USA. Ook daar heb ik iets mogen betekenen. Als dank heb ik dat tafelkleed gekregen dat bij mij Iran weer in mijn gedachten bracht. Twee successen. Maar in een andere kwestie waar het tientallen levens betrof en waarin ik wederom een heel klein schakeltje had kunnen zijn, mislukte het volledig. Mijn netwerk deed het prima. Buitenlandse Zaken deed meer dan ze konden, maar toch liep het mis en verdwenen zesendertig gevangengenomen Iraanse Joden in het duistere gat der vergetelheid. Alleen hun namen en het vermoedelijke adres van hun gevangenis zit nog ergens in het mapje ‘Iran’ op mijn computer.

    En ondertussen wordt er nauwelijks, gewoon hier in ons eigen landje, aandacht besteed aan de bekladding van een viaduct in Wildervanksterdallen. “Arbeit macht Frei”. “Verboden voor Joden”. Het is wel onleesbaar gemaakt. De racistische tekst is visueel verdwenen, maar het onderliggende antisemitische probleem niet. Waarschijnlijk waren de daders jongeren of verward……….

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Aangevallen en bedreigd: Advies gevraagd!

    Afgelopen sjabbat, terwijl ik mij sjabbat-middag-dutje deed, werd ik wakker door een enorm lawaai. Ik dacht aan het geluid van de luchtballonnen die vaak op sjabbatmiddag over ons huis vliegen en dan hoor je een geluid van, naar ik vermoed, het gas dat wordt ontstoken of zoiets. Maar dat was het dus niet. Neen, voor ons huis, midden op de rijweg, een Turkse bruiloft.
    Dat het een Turkse was werd duidelijk door de vele Turkse vlaggen. Maar los van die zichtbare vlaggen was luidkeels hoorbaar een trommel, een of andere fluit, heel veel witte auto’s met loeiende motoren, dansen, lawaai. Kortom: Heel gezellig en het deed mij even de drukkende bedomptheid van de hittegolf vergeten. Het verkeer kon er niet echt meer door en ook een autobus stond braaf te wachten. Een passerende auto, die er toch in slaagde door de meute heen te komen, raakte een van de feestvierders, al dan niet opzettelijk, aan zijn hand. Gevolg: boosheid, irritatie, een gewonde hand en vier feestvierders die hun witte auto insprongen en de achtervolging inzetten. En dan zie je iets gebeuren in die groep. Een heel klein aantal is erg geëmotioneerd en opgewonden, maar de meerderheid is rustig en probeert te kalmeren.
     
    En zo gaat het ook, dacht ik, in Gaza en in vele andere brandhaarden van onze woelige verhitte aarde. Verreweg de meeste mensen, ongeacht afkomst, ras, of geloof willen gewoon rust en vrede. Maar ze worden geïndoctrineerd, in een denkpatroon geperst via media en schoolboeken Het vormen van een eigen mening bestaat niet, niet in praktijk en zelfs niet in theorie. Het ‘kleine groepje’ beheerst namelijk alles. Dit soort criminele overheersing leidt tot gijzeling, willekeurige schietpartijen, zelfmoordaanslagen, totale onderdrukking. Vaak vecht het groepje elkaar ook de tent uit en overheerst alles en iedereen, desnoods onder het mom van religie.
     
    Recentelijk kwam mij een boek onder ogen over de interne intriges in het leiderschap van nazi-Duitsland. Vrienden werden geëlimineerd, vijanden naar voren geschoven. Het enige doel was en is: het dienen van de afgod IK, buiten en binnen de groep.
    Maar helaas bestaat in die meeste brandhaarden geen mogelijkheid om het ‘kleine groepje’ te kalmeren, zoals voor mijn deur in de straat wel het geval was. Maar wat doen we eraan? Wat kunnen we eraan doen? Geen idee, helaas.
     
    Waarom ik dit nu naar voren breng? Ik zit zelf met een dilemma. In mijn dagboek van een paar dagen geleden vermeldde ik dat er 1. een auto op mij was ingereden en dat ik, geheel los hiervan, 2. een dreigtelefoontje had gekregen. Ik zou namelijk geschreven hebben, hoewel ik het niet heb kunnen natrekken, dat de BLM-beweging marxistisch is. Nogmaals mijn opvatting over BLM: Ik veroordeel iedere vorm van racisme. Als Zwarte Piet door mensen als beledigend wordt opgevat, moeten we ermee stoppen. Maar ik vind BLM een gevaarlijke beweging alleen al vanwege de antisemitische spreekkoren die bij demonstraties tegen racisme worden gescandeerd en vanwege hun felle antizionistische opstelling.
     
    Terug naar mijn 1. en 2. Hoe ga ik hiermee om? Door te vermelden dat iemand op mij inreed of het dreigtelefoontje van een ‘verward persoon’, zoals de politie hem omschreef, in mijn dagboek op te nemen, krijgt de intimidatie precies de aandacht die ze willen. Bovendien kan het anderen op gedachten brengen om ook te dreigen of daadwerkelijk te beschadigen. En dus kreeg ik een telefoontje van een goede vriend met de opmerking: Dit had je niet moeten vermelden. Geef ze geen platform!
    Een korte piepkleine enquête bij een paar bekenden leverde echter ook de zienswijze op dat verzwijgen onacceptabel is. Niet benoemen betekent aanvaarden. Het zal wel goedkomen als we maar stil zijn, heeft geen resultaat gehad in de holocaust, zelfs niet in Nederland.
     
    Beste lezer van mijn dagboek: ik zit in dubio. Ik heb gekozen om wel te benoemen en wil daarmee eigenlijk verder gaan. Maar is dit een goede keus? Of breng ik mezelf hierdoor nodeloos in gevaar? Ik hoor het graag van u. Mag het per e-mail? U kunt mij (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) bereiken.
  • Adviezen van lezers, Dagboek van een opperrabbijn

    Vandaag heb ik me voornamelijk beziggehouden om alle e-mails te lezen die ik heb ontvangen vanwege mijn verzoek om advies. Herinnert u zich mijn vraag nog uit mijn dagboek van een paar dagen geleden? Ik had vermeld dat 1. een auto op ons was ingereden en ons getrakteerd had op een niet vriendelijk klinkende antisemitische scheld kanonnade en 2. had ik een dreigtelefoontje ontvangen van een, volgens de politie, verwarde man. Mijn dilemma was, achteraf geredeneerd, of het verstandig was dat ik deze twee voorvallen vermeld en dus platform geef aan de belagers of dat ik er niet over had moeten schrijven.

     

    En toen dacht ik: ik vraag aan mijn dagboekeniers een advies. En aldus geschiedde met als gevolg tegen de honderd e-mails in mijn digitale brievenbus. En toen, hoor ik u denken. Maimonides, de grote Joodse geleerde schrijft in zijn beroemde werk Jad Hachazaka: De leerlingen geven de leraar meer wijsheid en verbreden zijn gevoelens. Zoals de Wijzen hebben gezegd: veel heb ik van mijn leerlingen geleerd en nog meer van mijn vrienden. Aan deze halaga, wetsbepaling, moest ik denken toen ik vandaag alle adviezen bekeek, die ik op mijn emailadres had ontvangen.

    • Wanneer wij zwijgen en mensen er niet op attent maken, dat zij verkeerd bezig zijn, hoe kunnen zij zich dan verbeteren? Versterk je dan eigenlijk niet het akelige, verkeerde gedrag? We proberen toch een betere wereld te maken? Daarbij, uw voorbeeld geeft ook aan ons, uw lezers, een richting aan, een houvast, iets om over na te denken.
    • Als je zonder compromis met elkaar schrijft is er een mogelijkheid om je te verrijken in kennis en zienswijzen.
    • U brengt misschien wel uw leven in gevaar. Maar ik vind het wel heel moedig dat u ook onderwerpen als dit ter sprake brengt in uw dagboek. Eenieder heeft het recht om zijn mening te uiten. Want hier in Nederland geldt dat we allen het recht van vrijheid van mening hebben. Soms te vrij. Dat is mijn mening. Men denkt niet na. Maar ik vind het wel te ver gaan als men met uw uitgesproken mening groepen uitsluit of kwetst. En soms moet je wel je mening over iets ventileren, zeker als het in uw ogen heel wat kwaad kan doen aan mensen.
    • Nogmaals: Ik vind het heel dapper dat u dit ter sprake brengt in uw blog. Want soms is alleen toekijken niet genoeg.
    • Ik zal met de deur in huis vallen: U had dit niet moeten vermelden. Ik stel dit aan de hand van de vraag: wat wilt u bereiken en denkt u dat u datgene bereikt wat u zou willen bereiken met een en ander te vermelden? U had moeten zwijgen en dat heeft niets te maken met aanvaarden en het zal wel goedkomen, maar met dat u op deze wijze niet datgene bereikt wat u zou willen bereiken.
    • Het verzwijgen, of je hoofd in het zand steken, struisvogelpolitiek, is in het verleden niet de juiste optie gebleken. Ik zie dat heel plastisch voor me, die vogel stopt zijn hoofd weg, maar de rest van zijn lijf is voor iedereen zichtbaar en hij zelf ziet niets meer en is daardoor veel kwetsbaarder.
    • Het blijven benoemen en kenbaar maken aan zoveel mogelijk mensen is denk ik de beste optie, al besef ik wel dat dit ook wel de heftigste is. Er is veel moed voor nodig, die heeft u. De door u gekozen weg lijkt mij wel de beste.
    • Uw ontzetting, ongerustheid e.d. zijn wellicht deel van hun ‘brandstof’ voor het organiseren van verdere ellende.
    • Speak softly and carry a big stick. Die grote stok heeft u, gezien uw persoonlijke bekendheid en uw toegang tot politiek en media, altijd op uw bureau liggen.
    • Als je dus veel op het internet zit als Jood, moet je incalculeren dat je geconcentreerd veel antisemitisme tegenkomt, omdat de communicatie enorm verbeterd is. Naast de nuchterheid dat inderdaad alle onderzoeken van de wereld, een stijging laten zien de afgelopen jaren.
    • Ik denk dat je nooit mag zwijgen. Hebben we al te lang gedaan en het heeft ons niets opgeleverd. Beter staande te sterven dan op je knieën te leven. Wij van dit oeroude joodse geslacht zijn van de JLMT (Jewish Lives Matter Too), een club met weinig leden.

    Bovenstaande is een bloemlezing uit het grote aantal reacties die ik op mijn e-mail mocht ontvangen en nog steeds komen er meer binnen. Bijna iedereen was van mening dat zwijgen niet acceptabel is. En ten aanzien van gevaar, wat natuurlijk best reëel is, adviseerde een van de schrijvers mij om mijn echtgenote te laten beslissen. Een heel goed antwoord. Zo goed, dat ik moet bekennen dat ik dat advies al jarenlang opvolg. En met betrekking tot mijn coronadagboek: Twee keer overleefde een coronadagboek de censuur niet en was ik tot in de late uurtjes bezig met herschrijven totdat mijn Blouma haar koosjer-stempel kon geven. En dan zijn er nog steeds mensen die denken dat in het Jodendom de vrouw is achtergesteld. Ze moesten eens weten!*

     

    *Deze laatste woorden zijn na de censuur toegevoegd!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Alle Nederlanders zijn een beetje calvinistisch

    Het is nu 4:30 uur in de ochtend. Ik ben op, heb 5 uur geslapen en voel me heerlijk uitgeslapen. Het nadeel van die korte nachten is dat ik dan ergens overdag toch de neiging vertoon om een half uurtje iets minder goed bij de les te zijn.

     

    Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en dus zit ik achter mijn computer om mijn dagprogramma in te vullen, want het moge dan zo zijn dat ik qua stroming binnen het Jodendom tot het chassidisme behoor, van huis-uit ben ik een typische jekke. Morgen zal ik dat nog uitleggen, maar het komt erop neer dat ik nogal georganiseerd ben. Niets mis mee, hoor ik u denken. Klopt, want de meeste Nederlanders zijn ook georganiseerd. Alle Nederlanders zijn ondanks verschillende geloven, toch een beetje calvinistisch. Tien uur is tien uur. Niet vijf voor tien en niet tien over tien.

     

    Als iemand met mij een afspraak heeft om elf uur dan zie ik ze soms al om een paar minuten voor elf voor de deur staan, maar om precies elf uur bellen ze aan. Zo zitten wij Nederlanders in elkaar. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar af en toe gaan we iets te neurotisch om met onze punctualiteit. En dus moet ik voor mezelf weten wat ik vandaag moet doen. Agenda: mijn toespraak voorbereiden voor Jom Kippoer; dagboek voor vandaag; voor morgenavond een Zoom-les voor de Joodse gemeenschap voorbereiden; toespraak voorbereiden voor zondagochtend op de begraafplaats te Haarlem; een paar pastorale telefoontjes; mensen bedanken voor de bloemen die we voor Rosj Hasjana ontvingen. Dat is het, maar ik moet altijd ruimte hebben voor het beantwoorden van e-mails en het te woord staan van mensen die me bellen.

     

    Die oningevulde ruimte, die iedere dag zichzelf vult, is de dagelijkse onzekere factor in mijn agenda waarmee ik rekening moet houden. Overigens ben ik vergeten te vermelden dat ik om 14:30 uur naar Den Haag moet voor de opening van een tentoonstelling op de ambassade van Litouwen. De tentoonstelling genaamd “Kindness of one’, is geïnspireerd door de Japanse diplomaat Chiune Sugihare en de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk, die beiden in Kaunas (Litouwen) aan duizenden Joden ‘visas for life’ hebben uitgereikt in een paar dagen tijd en met hun heldendaad duizenden Joden het leven hebben gered. Na de oorlog werd Sugihare in Japan ontslagen en heeft Jan Zwartendijk in plaats van erkenning en een meer dan verdiende Koninklijke Onderscheiding, een reprimande gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van deze illegale visums.

     

    Boosheid voel ik in mezelf opkomen als ik dan eraan denk dat de burgemeester van een plaats in de nabijheid van Utrecht, zo werd me gisteren door iemand verteld, geheel vrijwillig en nog voordat het van burgemeesters werd gevraagd door de nazi's, reeds een lijst met Joden had gemaakt. Soms is het braafste-jongetje-van-de-klas-zijn een kwalijke en criminele eigenschap. Hier moest ik gisteravond ook even aan denken toen ik onze minister van Buitenlandse Zaken vanuit Brussel hoorde vertellen dat het besluit om de oppositie in Wit-Rusland te steunen niet meteen ten uitvoer kan worden gebracht want er moet eerst nog een formele weg worden bewandeld via het ambtelijke EU-apparaat. En ondertussen worden de moedige demonstranten in Minsk en in vele anderen steden hardhandig de gevangenissen ingetrapt…. Ik verlaat dit dagboek nu even, want me opwinden zo vroeg in de ochtend is niet gezond. Ik ga nog even een uurtje naar bed. Tot straks!

     

    Inmiddels 22:30 uur en een volle dag achter de rug. De bijeenkomst in de ambassade van Litouwen was fijn, waardig en indrukwekkend. Een telefoontje van iemand die mij ooit ergens had ontmoet. Of ik contact kan opnemen met een hoogbejaarde dame bij wie de oorlog weer helemaal bovenkomt. Ook nog even een aanbevelingsbrief geschreven voor de aanvraag van een Koninklijke Onderscheiding voor iemand die het echt verdient. En een verzoek om voor iemand anders ook zo’n aanbevelingsbrief te schrijven. Maar of ik dat wil doen weet ik niet. Soms weet ik namelijk te veel…

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Ambassadeurs lijken wel Rabbijnen. Dagboek van Opperrrabbijn 21 oktober 2020

     

    Vandaag stond in het teken van het buitenland. De ambassadeur van Hongarije had mij uitgenodigd voor een lunch op zijn ambassade. We kennen elkaar al een paar jaar, ontmoeten elkaar van tijd tot tijd en vandaag dus weer. Reden van het bezoek? Geen. Gewoon weer even bijpraten over koosjer slachten, dat een probleem dreigde te worden in Polen, de relatie Hongarije-Israel en w.v.t.t.k.* Omdat het nu niet bepaald eenvoudig zou zijn om op de Hongaarse ambassade een koosjere maaltijd te regelen, hebben wij, mijn Blouma en ik dus, hem bij ons voor de lunch uitgenodigd. De ambassadeur dus naar Amersfoort en wij niet naar Den Haag. Omdat hij niet met lege handen wilde komen had hij een enorme bos bloemen meegenomen en een fles koosjere wijn.

     

    Hoe was hij aan die wijn gekomen? De ambassadeur heeft z’n vriendje Naor (de ambassadeur van Israel) gebeld en die heeft ervoor gezorgd dat er een fles koosjere Israëlische wijn die afkomstig was van het IPC –het Israel Producten Centrum- te Nijkerk op de Hongaarse ambassade hedenochtend werd afgeleverd. En omdat de ambassadeur van Hongarije niet van het bestaan afwist van het IPC, dat op tien minuten van mijn huis ligt, heb ik hem na de lunch daarheen genomen. Uiteraard heb ik ervoor gezorgd dat hij naast de rondleiding en uitleg over de doelstelling van IPC en Christenen voor Israel, ook een pak koekjes kreeg. Want: morgen komt de ambassadeur van Israel op bezoek bij de Hongaarse ambassadeur en dan leek het me wel aardig dat ik dan de fles wijn terugbetaal via een rol koosjere Israëlische koekjes. Los daarvan heb ik een masker aan de ambassadeur gegeven met daarop “I love Israel”, zodat de Hongaarse ambassadeur dat dan kan dragen als de Israëlische ambassadeur zijn opwacht komt maken. Netwerken heet zoiets. Levert meestal ter plekke niets op, maar is wel belangrijk voor wanneer nodig. Ambassadeurs doen niet anders, lijken wel rabbijnen, althans mijn soort rabbijnen. Want ik ben van mening dat de rabbijn er uiteraard primair is voor de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte. Maar voor die Joodse gemeenschap is ook het contact met buiten die gemeenschap van vitaal belang, want we zijn een onderdeel van de brede samenleving: Noach moest op last van G’d de Ark verlaten! Los van het belang voor de Joodse gemeenschap hebben wij ook de plicht, mijns inziens, om mee te werken aan het welzijn van de ons omringende maatschappij. Gisteren had ik ander soort ambassadeur op bezoek, namelijk Dr. Pieter de Boer, lid van het deputaat Kerk en Israel van de CGK-Christelijk Gereformeerde Kerken- en de woordvoerder van de Interkerkelijke Werkgroep. Die Werkgroep had een schuldverklaring opgesteld over de houding van de kerken tijdens en kort na de oorlog. Vandaag is die schuldverklaring officieel naar buiten gebracht. Hoewel voor mij zo’n schuldverklaring niet echt hoeft, gaf het me toch een goed gevoel. Speciaal de opmerking over wat er mis is gegaan na de oorlog raakte me. Neefjes en nichtjes van mijn opa en oma mochten niet bij mijn opa en oma grootgebracht worden, maar moesten in de Christelijke gezinnen blijven waar ze ondergedoken waren geweest. Natuurlijk hadden die duikouders een band met hun duikkinderen ontwikkeld, hadden ze hun levens gered, maar……hun vermoorde ouders hadden ze echt niet afgestaan met de bedoeling dat ze zouden worden grootgebracht als Christenen.

     

    En nu we toch aan het ambassadeuren zijn: een telefoontje uit Oekraïne. Een van de rabbijnen zat in een conflictsituatie met Christenen voor Israel die hem steunen met een adoptie project. Mensen in Nederland adopteren een straatarm Joods gezin in Oekraïne voor €25 per maand. In Kirovograd liep de communicatie tussen de Nederlandse gevers en de lokale rabbijn even niet goed. En dus word ik gebeld door de rabbijn en sla ik aan het bemiddelen of aan het oplossen, als een soort ambassadeur van wie weet ik eigenlijk niet, maar ik zit wel ergens tussen. Na de nodige telefoontjes hoop ik dat ik alles weer recht heb kunnen strijken en het ook in Kirovograd weer vlekkeloos verloopt. Lastig is hier wel dat de lokale rabbijn wel vloeiend Russisch spreekt, maar geen Jiddisch, gebrekkig Engels en ook niet optimaal Ivriet en al helemaal geen Nederlands! Ondertussen wacht ik op de uitslag van een archiefonderzoek om iemand zijn Jood-zijn te kunnen bevestigen. Voor mijn gevoel is dat zo na te kijken, maar niet iedereen deelt mijn mening dat (bijna) alles meteen moet worden opgepakt. In principe beantwoord ik ook altijd e-mail per direct. Moet ik interessant doen en pas na een week antwoorden als ik het ook meteen kan doen? Gevolg is wel dat ik soms tot diep in de nacht achter die stomme computer zit, die mijn hele leven aan het beheersen is!

     

    Goed nieuws! Althans voor mijn gevoel. Want hoewel het natuurlijk echt niet zo is dat honderd toehoorders bij een lezing belangrijker zijn dan tien, en hetzelfde geldt voor het aantal lezers van mijn dagboeken, toch, ik moet mijn zwakte in deze bekennen, vind ik het wel fijn dat mijn dagboeken breed worden gelezen. En dus: Goed nieuws voor mij! Toevallig (hoewel ik dus echt van mening ben dat toeval niet bestaat) heeft de EJA –European Jewish Association- een van mijn dagboeken gezien, met google vertaald en toestemming gevraagd om een paar keer per week dit dagboek te mogen plaatsen op hun website en hun Facebook. En dus weer meer lezers. Mijn dagboek gaat Europees!

     

    *w.v.t.t.k.: wat verder ter tafel komt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Antisemitisme op Jom Kippoer in Zweden

    In Brussel was vandaag een conferentie met verschillende Europarlementariërs georganiseerd door EJA, de European Jewish Association. Onderwerpen: veiligheid, koosjer slachten, besnijdenis. De hele conferentie uiteraard via zoom met slechts enkelen fysiek aanwezig, waaronder mijn persoon. Om 10:15 uur vertrokken en zojuist weer thuis aangekomen, precies 12 uur later. De vertegenwoordiger van Zweden mv. Saskia Pantell, voorzitter van de Zweeds-Israëlisch samenwerkingsverband, had afgezegd vanwege de nazi-demonstraties op Jom Kippoer.

     

    U leest het goed. Demonstraties tegen Joden op Jom Kippoer in Zweden waar slechts een handjevol Joden woonachtig zijn. Geen demonstratie tegen Israël, maar gewoon puur tegen de Joden. Joodse Zweden kregen brieven in hun bus met o.a. de opmerking dat Joden hun kinderen besnijden om kinderbloed te kunnen proeven. Kijkt u hier maar even. Ik hoop dat de Nederlandse media hieraan ook aandacht willen besteden ondanks het feit dat de demonstratie en de antisemitische folders niet tegen Israël waren gericht. Mijn fijne en optimistische Jom Kippoer gevoel was plotsklaps verdwenen. Niet goed.

     

    De Israëlische minister van Diaspora Mv. Omer Yankelevich deed ook mee aan de conferentie, als zoomer. Duidelijk stelde zij dat om als Joods volk te overleven wij niet onze keppeltjes moeten gaan verbergen of anderzijds ons moeten verstoppen. Integendeel: om te overleven moet de Joodse gemeenschap zijn identiteit juist behouden en versterken. Maar om antisemitisme te bestrijden moeten er ook coalities worden gevormd met niet-Joodse groeperingen, hetgeen we in Nederland duidelijk doen.

     

    Duidelijk werd verwoord dat antisemitisme van alle kanten komt: extreemrechts, extreem-links en Moslimextremisme. Om te voorkomen dat ik te depressief zou worden heb ik maar naar mijn autogarage gebeld om te vragen wanneer mijn nieuwe leaseauto klaarstaat. De auto was inmiddels wel al gearriveerd. Mijn depressie was al bijna verdwenen.

     

    Maar denkend aan de nieuwe auto dwaalden mijn gedachten af naar Jom Kippoer: G’d vroeg ons echt niet in welke auto wij hebben gereden. Wel zal Hij ons hebben gevraagd of wij onze medemensen geholpen hebben om op de juiste plaats aan te komen, hun doel te bereiken. G’d vroeg ons ook niet hoe groot ons huis was, maar wel hoeveel gasten er over de vloer kwamen. G’d zal ook geen navraag hebben gedaan over de grootte van onze klerenkast, onze garderobe, maar Hij zal wel graag weten hoeveel arme mensen we hebben mogen kleden. En, zo kwam het in mijn gedachten op, zal G’d ook niet geïnteresseerd zijn geweest in het aantal vrienden dat wij hadden, maar wel zal Hij benieuwd zijn aan hoeveel medemensen we vriendschap hebben gegeven. En tenslotte is het zelfs niet belangrijk in welke buurt we woonden, maar essentieel is wel hoe we omgingen met onze naasten.

     

    Ondertussen werd er gesproken over de veiligheid en beveiliging van synagogen en andere Joodse gebouwen. De veiligheidsdeskundige waarschuwde dat politici de neiging hebben te vergeten want het is alweer een tijdje geleden dat er een terreuraanslag heeft plaatsgevonden. Het moge stil zijn, maar de vijand slaapt niet en dus, waarschuwde de EU-deskundige, mogen de Joodse instellingen niet indommelen.

    Het was het dagje wel. Na overleg met mijn (lijf)arts zag hij geen bezwaar aan mijn deelname aan deze EU-conferentie, mits 1,50 m social distance, handen wassen en ventilatie, ventilatie, ventilatie. Ondertussen heb ik ervoor gezorgd dat ik de conferentie voor 18:00 uur heb verlaten zodat ik geen verplichting/advies heb om in quarantaine te gaan. Onderweg nog een hele tijd stilgestaan op een parking voor een belangrijk telefoongesprek.

     

    En nu dus thuis en rustig naar bed, dacht ik. Want er kwam nog een telefoontje want er was iets misgegaan bij een begrafenis. De functionaris functioneerde niet, was niet genoeg zichtbaar en kwam knullig over, zo in het kort was de inhoud van het gesprek dat ik met de zoon mocht voeren. Ik voel me schuldig, want ik had dus de lokale jonge rabbijn beter moeten uitleggen hoe e.e.a. in z’n werk gaat. Een gemiste kans. Juist bij een begrafenis is de pastorale zorg zo heel erg belangrijk. Of de kritiek op de rabbijn terecht was of niet, is niet relevant: het blijft een triest gegeven dat de zoon en ook de kleinkinderen met een naar gevoel zijn blijven zitten, en dat had niet gehoeven…..

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ben ik rabbijn of predikant? Dagboek van een Opperrabbijn 23 november 2020

    Het was vandaag een ouderwetse Mediene-dag. Gewoon om 7:30 uur in de auto, met chauffeur nr. 1 van Amersfoort naar Almere voor de maandagochtend sjoeldienst, snel-ontbijt in Amersfoort en daarna, met chauffeur nr.2 naar Winterswijk, Aalten, Borculo om vervolgens om 19:00 uur weer thuis te zijn in Amersfoort. En daarna, als een soort dagsluiting, een zoom-vergadering. Het was me het dagje dus wel. Onderweg bezig geweest met Chanoeka. Geregeld zijn nu Bourtange, Arnhem, Eindhoven en Kampen. Nijmegen is bijna rond. In deze plaatsen zal ik dus gewoon, gelijk andere jaren, aanwezig zijn. Uiteraard met alle RIVM-restricties. Maar onderweg was ik bezig met het organiseren van de eerste avond, donderdag 10 december om  19:30 uur een life-stream landelijke uitzending. In Winterswijk heb ik naast een paar bezoeken-met-mondkapje alle Thora-rollen in de sjoel gecontroleerd. Zijn ze wel of niet koosjer. En in Borculo een kijkje genomen in de deels gerestaureerde sjoel. Eens was hier een grote orthodox Joodse Gemeente. Nog slechts één Jood telt Borculo. Hij was een van de drie bestuursleden van de Stichting Synagoge Borculo die mij ontvingen. Alle drie gedreven om op z’n minst de herinnering aan wat eens was, levend te houden. Een plaquette met namen van de vermoorde Joden, het mikwa, boeken en relikwieën. Een reliëf plattegrond van Borculo voor de oorlog met lampjes van alle woningen en bedrijven die Joods waren. En terwijl ik dat bekijk vertelt mij de voorzitter dat de Stichting probeert om de sjoelruimte, die nu verhuurd is aan een sociale werkplaats, tot een educatief herinneringscentrum te maken, maar ze hebben het geld van de huur nodig. Ik voel boosheid opkomen. Wat is er gebeurd met alle Joodse huizen? Alle Joodse bankrekeningen? Een van de overlevenden, zo werd mij verteld, woonde na terugkomst in het huis van zijn opa, maar moest wel huur betalen. Neen, niet aan zijn opa, want die was vergast, maar aan de koopjesjager die in de oorlog het huis had overgenomen zonder een cent te betalen aan zijn opa. Ik ben trouwens vergeten of ik dat in Winterswijk heb gehoord vandaag of inderdaad in Borculo, want overal komt de oorlog boven. Maar het zou niet meer dan redelijk zijn als de Gemeente Borculo de sjoel aan de Stichting schenkt. Er is heel wat van ons gestolen.

     

    Het waren fijne bezoekjes vandaag, maar de eenzaamheid is groot. Eens woonden al deze oudere mensen in bloeiende Joodse Gemeenten, nu zijn ze stuk voor stuk de laatste der Mohikanen. In Winterswijk vernam ik van de voorzitter dat haar zus in Israël dagelijks mijn dagboek leest. Dat is nou weer eens leuk. Mooi was ook te horen van de ambassadeur van Duitsland per e-mail dat hij in het NIW had gelezen in mijn dagboek dat ik net voordat ik bij hem kwam, mijn auto in de vangrail had gereden en dat hij daarvan niets had gemerkt in mijn houding. Zo hoort het. Als ik bezig ben met gebed, met een lezing, met een pastoraal gesprek of met een ambassadeur, dan moet ik niet ergens anders met mijn gedachten zijn. De Ba’al Shem Tov heeft ooit gezegd: de mens is waar zijn gedachten zijn. En dus was ik toen ik bij de Duitse Ambassadeur was, in zijn residentie, in gesprek met de ambassadeur en was mijn gedachte niet bij mijn nieuwe auto die ik net van de nodige deuken en krassen had voorzien.

     

    Het slot van mijn werkzame dag was de zoom-vergadering van OJEC met vertegenwoordigers van Christelijke en Joodse organisaties. Een goede vergadering die van de voorzitter, Piet van Midden, een 7½ kreeg. Ik kreeg daar ook iets, wat voor mij volledig nieuw was. Het kan u niet ontgaan zijn in de loop van mijn dagboeken dat een rabbijn met van alles en nog wat bezig is. Maar heden heb ik een functie erbij gekregen die waarschijnlijk uniek in de hele wereld is. Er werd gesproken over de opstelling van de Kerk ten opzichte van Joden. Antisemitisme, antizionisme en bekering. Hoe het precies ter sprake kwam is me niet helemaal duidelijk, maar vanuit de Christelijke hoek kwam er kritiek op Christenen voor Israël. Christenen voor Israël zou als doel hebben het bekeren van Joden. Ik denk niet dat dit soort interne Christelijke meningsverschillen in deze groep aan de orde dienen te komen. Gelijk ook verschil tussen Traditioneel Jodendom en Reform niet in dit gremium thuishoort. Maar de aanval op Christenen voor Israël kwam dus toch ter sprake en aan mij, de rabbijn, werd verzocht om de Christenen voor Israël te hulp te komen en uitleg te geven waarom op grond van het Christelijk denken zending niet past bij Christenen voor Israël. Ik vroeg mezelf bijna af: ben ik rabbijn of predikant?

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Beroepsgeheim! Dagboek van een Opperrabbijn 19 oktober 2020

    Vandaag kon ik min of meer de hele dag niet op de computer want er werd een nieuwe geïnstalleerd. Ik was redelijk bevreesd omdat het een hoogwaardige computer ging worden met daaraan ook een hoogwaardig prijskaartje. Ik wachtte al enige maanden tot het nieuwe wonder eindelijk vandaag zou arriveren. Waarom niet een eenvoudige goedkope die direct leverbaar was?  Bij een goede bekende, een oud-leerling, advies ingewonnen en toen kwam er dus een combinatie uit van een kleine lichte laptop en een groot zwaar scherm met toetsenbord en ingebouwde camera. Het grote scherm voor thuis op mijn Opperrabbinaal Hoofdkantoor (mijn Rabbinaat heeft de afmeting van één vierkante meter en bevindt zich in de hoek van onze woonkamer) met de kleine zeer lichte laptop die het scherm aanstuurt. Maar die kleine lichte laptop kan ook makkelijk meegenomen worden zodat ik zelfs vanuit de auto (als ik niet zelf achter het stuur zit!) verder kan met het beantwoorden van e-mails, het schrijven van mijn dagelijkse dagboek, het in elkaar fabriceren van Rab@Rik - levenslessen van de Opperrabbijn - dat op www.cip.nl verschijnt, het bekijken van diverse documenten en archieven, het in contact blijven met buitenlandse collega’s enz.  De operatie, het overzetten van al mijn gegevens, die bijna een hele dag duurde, viel mee. En u, beste dagboekenier, heeft de primeur om de eerste productie te mogen ontvangen. Lijst dus s.v.p. dit dagboek in, wie weet wat voor waarde dit in de toekomst zal krijgen!

     

    Hoewel dus per e-mail vandaag moeizaam bereikbaar, werkte de telefoon normaal. Weer van alles en nog wat door mekaar. Maar ik observeer iets vreemds. Regelmatig word ik gevraagd om naspeurwerk te verrichten over Joodse afkomst. Maar het aantal dat mij deze weken bereikt is wel erg groot. Met maar liefst zes gevallen ben ik bezig, bijna allemaal van niet-Nederlanders wier ouders of grootouders uit ons land afkomstig zijn. Bij bijna allemaal weten of vermoeden ze sinds kort dat ze afkomstig zijn van Joodse voorouders. Bij allen hadden de grootouders na de oorlog alles in het werk gesteld om de Joodse afkomst te verbergen en sinds kort is dat dan toch uitgekomen. En dus gaan de nazaten op zoek naar hun afstamming en dan kom je uiteraard uit bij de rabbijn, waar anders zou ik bijna zeggen. Ik voel me soms een gediplomeerd Joods vuilnisvat. Ik ben nu bezig met twee Nederlandse gevallen, een uit Nieuw-Zeeland, een uit Israel, een uit België en een heel lastige uit de voormalige Sovjet-Unie. Lastige klusjes die enerzijds een heel zakelijke aanpak behoeven, anderzijds erg gevoelig en emotioneel liggen. Ik heb het gevoel dat dit soort identiteitsproblematiek wordt aangewakkerd door het vele thuiszitten en ook door de confrontatie met de relativiteit van het leven, het wegvallen van zekerheden, die nu toch minder zeker blijken te zijn.

     

    Vragen of wij iemand kennen die een geschikte huwelijkspartner zou zijn voor zoon of dochter bereiken ons ook regelmatig, maar die zitten in de portefeuille van Blouma. Die kent altijd iedereen, weet de juiste vragen te stellen en heeft erg vaak al voor het kennismakingsgesprek per telefoon al een paar ideeën. Maar dan is er nog niemand getrouwd, zo snel gaat het ook weer niet. Deze week werden we gebeld door een vader die voor zijn dochter in Israel via een datelijst een keurige jongen had gevonden. Maar wat bleek, de jongen oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, had niet de hele waarheid over zichzelf opgegeven. En aan mij nu het verzoek of ik even de datasite kan aanspreken en/of ook de jongen een reprimande kan geven. Ja, wat moet ik daar nou weer mee, gonsde het door mijn hoofd. Ik ken die jongen nauwelijks tot niet. Maar het probleem loste zich automatisch op. Tien minuten na het telefoontje van de boze vader van het meisje belt de jongen uit Israel me zelf op. Hij heeft een probleem. Moet hij wel of niet meteen nog voor het eerste gesprek het kleine probleem dat hij met zich meedraagt vermelden. Als hij dat doet, zal niemand in hem geïnteresseerd zijn omdat hij a priori zal worden afgewezen. Anderzijds wil hij absoluut de waarheid niet verzwijgen. Na enig flitsend denkwerk heb ik hem een advies gegeven waarmee komende vaders niet boos kunnen worden en hij zonder onwaarheid te verkondigen, zonder bewust te verzwijgen en zonder zijn kansen op de datesite huwelijksmarkt te verkleinen, gewoon verder kan. Wat ik hem heb geadviseerd? Beroepsgeheim!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Betrapt met pet! Dagboek van een Opperrabbijn 2 december 2020

    Het is lastig om het midden te vinden tussen overdrijven en naïviteit. De gulden middenweg is de juiste weg om te bewandelen, dat moge duidelijk zijn. Maar waar ligt die gulden middenweg? Van een oudere intelligente dame, een moedige vrouw, had ik al enige weken niet meer vernomen. En dus belde ik haar op en bleek ze al een tijdje een beetje te sukkelen met haar gezondheid. Goed dat ik haar had gebeld, maar ik voel me wel schuldig dat ik nu pas, na een paar weken, haar afwezigheid had bemerkt. Ondertussen, omdat ik haar had gebeld, is ze een paar van mijn dagboeken gaan lezen en stuurt me de volgende reactie: “Beste rabbijn Jacobs. Ik lees uit uw dagboeken dat u veel mensen ontmoet met persoonlijke problemen en dat u zich ernstige zorgen maakt over het opkomend antisemitisme. Dat lijkt me erg zwaar. Ikzelf vind het verschrikkelijk die ervaringen te lezen. Het is me te veel. Ikzelf ben groot geworden met de woorden ‘mag niet, anders maken ze je dood’ gedurende de oorlog. En na de oorlog moest ik in geuren en kleuren alle verschrikkingen aanhoren van overlevenden van de kampen. Voor mij begon de oorlog na 5 mei ’45. Ik wil al die ellende die u moet aanhoren liever niet lezen.” En dus, na deze reactie, vraag ik me af wat de gulden middenweg is. Ik probeer te waarschuwen voor het opkomend antisemitisme, maar ik moet, mag en wil absoluut geen paniek zaaien en zeker niemand die al pijn heeft, nog meer pijn bezorgen. Heel veel WhatsApps ontvangen om ‘het Joodse geluid’ te laten horen over de rel rondom Forum voor Democratie. Maar wat is ‘het Joodse geluid’? En ben ik dan ‘het Joodse geluid’? Maar zwijgen? Een goede vriend van mij, een niet-joodse psychiater, heb ik mijn probleem voorgelegd. Als ik m’n mond open doe gaan sommigen gillen of doe ik, bijvoorbeeld deze moedige vrouw, onnodig pijn. En als ik zwijg krijg ik klachten dat ik niets laat horen. Zijn reactie was heel duidelijk: “Als je nu je mond niet opendoet, ben je voor mij geen rabbijn meer. En als mensen door jouw opmerkingen verdrietig worden, help ze. Dat is toch jouw primaire taak als rabbijn.” Maar naast zorgen over het opkomend antisemitisme en alle daaraan gekoppelde spanningen, begint Chanoeka erg dichtbij te komen. Vandaag een telefoontje uit Jeruzalem om tijdens het aansteken van de menora bij mij thuis, zonder gasten, een filmpje te maken met een oproep om ook als het buiten niet mogelijk is vanwege corona de menora aan te steken, het vooral wel binnen te doen. De oproep moet in het Nederlands na het aansteken van het derde lichtje. Een tweede telefoontje, ook vandaag dus, uit Brussel om, ook na het aansteken van het derde lichtje, een boodschap in het Engels over een niet-religieus onderwerp, maar wel over Chanoeka. En de derde opdracht/verzoek kwam uit Zuid-Amerika om een toespraak te houden in het Nederlands van 25 minuten. Dat zal aan nog zeven opperrabbijnen gevraagd worden. Iedere avond zal een rabbijn uit een ander land spreken en voor ondertiteling zal gezorgd worden. Los hiervan heb ik komende week ook nog drie tv-opnames over…Chanoeka! Na al die telefonische verzoeken voor TV, zoom, video’s, Whatsapps en YouTube vraag ik mezelf af of ik wellicht beter regisseur kan worden. Maar ondertussen zal ik de komende week keihard aan de voorbereiding moeten werken. Voor het opnemen van de video’s heb ik al een vrijwillige professional gevonden. Maar aan mij de teksten! Dat is ook een spanning, maar wel fijn. Maar toch geven al die problemen spanning, verdriet en teleurstelling. Het werd me een beetje te veel. En dus heb ik vanavond gespijbeld. Blouma en ik hebben de auto genomen, naar het strand gegaan. Uiteraard ging ik niet met mijn hoed op, maar met een pet. Even incognito. Uitwaaien. Heerlijk! We lopen nog geen twintig minuten op de boulevard, ruiken het water, voelen de wind of plotseling roept iemand achter mij: rabbijn Jacobs! Waarom draagt u geen hoed. U zegt toch altijd dat we niet moeten zwichten voor het antisemitisme en onze Joodse kleding moeten behouden gelijk onze voorouders in Egypte. U zegt toch altijd dat u niet bereid bent uw hoed in te wisselen voor een baseball-cap! Ik wist even niet wat te antwoorden, ik voelde me betrapt met mijn pet, maar de wandeling was wel erg verfrissend.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Columnist in RD schrijft demoniserende verhalen

    Nog vele jaren wens ik u allen, terwijl ik vermoeid na bijna 26 uur niet gegeten en niet gedronken te hebben, achter mijn computer ben gekropen om dit dagboek te schrijven. Met de wens dat het een goed en zoet jaar voor alle bewoners van Uw aarde moge worden, eindigde ik mijn toespraak voordat het Slotgebed werd uitgesproken. Waarom ‘goed en zoet’? Is alleen goed of alleen zoet niet voldoende? En waarom dopen we op Joods Nieuwjaar de appel in de honing? Het ware logischer geweest dat we bijvoorbeeld mierikswortel, het bittere kruid, in de honing dopen. De symboliek is dan veel aansprekender: we wensen dat het bittere het komende jaar uitsluitend zoet zal mogen worden.

     

    Dus waarom goed en zoet? Een operatie is pijnlijk, maar leidt tot genezing. Het voelt verre van goed, maar het resultaat, de genezing, is goed, daar gaat het om. Andersom: een heerlijke sigaar, zoet, kan ernstige ziekte tot gevolg hebben. Van vele kanten hoor ik de positieve benadering dat corona een onverwachte éénheid brengt. Mensen staan klaar voor elkaar, helpen elkaar, jongeren doen boodschappen voor de ouderen. En ten aanzien van onze Schepper: ieder voelt dat uiteindelijk wij mensen niets voor het zeggen hebben, de verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen. De Almachtige wordt veel zichtbaarder.

     

    De verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen.

     

    En toch is dit niet wat we elkaar wensen aan het begin van het Joodse Nieuwjaar. We willen geen verleiding die een tijdelijk goed en bevredigend gevoel geeft, maar leidt tot misère en zelfs geen bittere tijden, corona, die genezing brengen, lichamelijk of geestelijk. Neen, wij vragen de Eeuwige een goed en een zoet jaar! Vrede die eenheid brengt of eenheid die overvloeit in vrede, een totale en echte shalom, voor ieder mens en voor de gehele mensheid.

     

    De dienst ingaande Jom Kippoer, zondagavond, en vandaag van 9:30 uur tot 20:30 uur non-stop was goed. Normaliter is de sjoel op Jom Kippoer vol. Dit jaar helaas dus niet. Kon ook niet vanwege de 1,5 meter afstand. Maar speelt bij andere geloofsgemeenschappen alleen corona, bij ons Joden zitten we met het probleem dat ventilatie lastig kan zijn, want er mogen vanwege onverhoopte terreur geen deuren open en ook geen ramen aan de straatkant! En dus, als er wel een deur in de synagoge waar ik vandaag was open moet, moet er beveiliging worden geregeld. Welkom in Nederland anno 2020!

    Omdat een goede vriend niet naar zijn synagoge kon deze Jom Kippoer omdat ‘zijn’ synagoge geen dienst had vanwege….. verbleef hij bij ons de gehele Jom Kippoer en uiteraard heeft hij na Jom Kippoer de maaltijd bij ons genuttigd alvorens huiswaarts te keren. Om reden die verder niet relevant is, vertelde hij dat hij een broertje heeft gehad. Dat wil zeggen zijn ouders hadden net voor de oorlog een zoontje gekregen. Dat jongetje zat ondergedoken met de duiknaam Keesje. In 1945 werd hij ziek en namen zijn (duik)ouders hem naar de huisarts. Die weigerde het vijfjarige kind te behandelen omdat hij besneden was en dus is Keesje overleden……een gewone Nederlandse huisarts!

     

    Jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving.

     

    Misschien een goed idee voor de Israël columnist van het RD om daarover eens iets te schrijven in plaats van polariserende en demoniserende verhalen over ultraorthodoxe Joden. Waarschijnlijk was Alfred Muller op z’n vingers getikt omdat hij had geschreven dat ultraorthodoxe Joden en Arabieren de schuld zijn van corona in Israël. In de zaterdageditie op blz. 7 heeft hij dat hersteld door te schrijven: “In Israël is veel geklaagd over het gedrag van haredim. Vele ultraorthodoxen houden zich onvoldoende aan de afstandsregels en blijven bij elkaar komen-met alle risico’s van dien……” en nu komt het: “Met name de Chassidim die een derde deel van de haredim vormen, willen daarvan niet afwijken …”.

     

    Weet de columnist überhaupt wat haredim en wat Chassidim zijn? Ik behoor zelf tot een chassidische stroming en herken mij hierin totaal niet. Ik ga zeer zorgvuldig om met de coronamaatregelen. Maar gelukkig is er ook nog iets goeds aan de Grote Verzoendag want, en hij zegt dan een rabbijn Pfeffer te citeren, “De Misjna (de oudste rabbijnse neerslag van de mondelinge Thora) zegt dat op de Grote Verzoendag de ongetrouwde meisjes naar de wijngaarden gaan. Daar komen jonge mannen om hun partners te kiezen. Het is een dag van liefde tussen God en het Joodse volk en de wereld in het algemeen.”

    Misschien kan de columnist mij even laten weten waar in Israël of elders in de wereld ongetrouwde meisjes op de Grote Verzoendag de wijngaarden zijn ingetrokken. (Of misschien alleen dit jaar niet vanwege de 1,5 m afstand?) Het is jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving. Typisch een voorbeeld van de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. Jammer, triest en niet goed in een tijd van opkomend antisemitisme.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Dagboek 10 september 2020

    Ik spijbel vandaag! In plaats van mijn dagboek ontvangt u de toespraak die ik vandaag heb uitgesproken ter herinnering aan de eerste razzia in Twente. Na een verzetsdaad werden in Twente 105 Joodse mannen opgepakt, afgevoerd en vermoord in Mauthausen.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten…..en zij zullen op rechtvaardige wijze rechtspreken(Deuteronomium 16:18).

    De enige oorzaak van ons jaarlijkse samenzijn hier in Enschede is omdat toen, in die afschuwelijke jaren, het recht krom was en de rechters en politieagenten weliswaar waren aangesteld, bij alle poorten stonden, maar met een doel dat tegen iedere vorm van rechtvaardigheid indruiste. Het gevolg?

    Voor enkelingen, ook hier vandaag aanwezig, is die razzia hun hele leven beangstigend actueel gebleven. Grootgebracht zonder vader, raak je nooit meer kwijt, ook niet als je inmiddels hoogbejaard bent. Als je je vader op hoge leeftijd verliest, dan is dat verdrietig, maar normaal. Je bent dankbaar dat je zo lang een vader mocht hebben. En zelfs een vader verliezen op jonge leeftijd als gevolg van een natuurlijke ziekte, is tot op zekere hoogte aanvaardbaar. Maar als je jonge vader bij de razzia werd opgepakt en je je bijna niets meer van hem herinnert, dan is er sprake van een gapende wond waarmee je weliswaar leert leven, maar die altijd schrijnend blijft. Die jonge vaders gedenken wij hier vandaag.

    Maar de meeste mannen/vaders die bij de razzia werden opgepakt, afgevoerd en vermoord lieten geen gapende wonden achter, omdat ook hun kinderen, hun ouders en andere naasten in die duistere jaren werden afgevoerd om nimmer weer te keren. Laten wij speciaal die slachtoffers, die helemaal geen familie meer hebben en aan wie niemand kan terugdenken, niet vergeten, terwijl ze al lang vergeten zijn.

    Kwam die razzia plotsklaps en onverwacht?

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Deze razzia, en überhaupt de moord op onze 103.000 Joodse Nederlanders, had een prelude. Het recht was juridisch verkromt. Wellicht is het u bekend dat toen in het voorjaar van 1940 in ons eigen land de verplichting kwam van de Ariërverklaring, er door onze eigen Nederlandse Hoge Raad aan onze eigen vertegenwoordiger in de Volkerenbond, Mr. Francois, is gevraagd of volgens het Internationale Recht de Hoge Raad aan het uitsluiten van Joden mocht meewerken? Het antwoord was klip en klaar duidelijk: Nederland mocht op grond van het Internationaal Recht meewerken aan het afgeven van Ariërverklaringen. Recht werd krom. Meer dan 200.000 Nederlanders ondertekenden, slechts tientallen weigerden.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Kan ik deze verplichting heden ten dage naleven? Ik, zoals ik voor u sta, ik heb geen poorten, heb geen landerijen. Maar de Thora is eeuwig en het moge dan zo zijn dat sommige wetten alleen kunnen worden uitgevoerd in bepaalde tijden of onder bepaalde omstandigheden, toch blijft de eeuwigheidwaarde behouden. En dus hebben wij allen hier ook de opdracht om rechters en politie aan te stellen bij onze poorten.

    Allen hier bijeen hebben we poorten: onze ogen, onze oren en onze mond zijn onze huidige poorten. Bij onze ogen, oren en bij onze mond worden wij geacht rechters en beveiligers te plaatsen. Wat komt er uit mijn mond? Zijn het opbeurende woorden of richten mijn woorden schade aan. Woorden kunnen dodelijk zijn, woorden kunnen traumatiseren, woorden kunnen indoctrineren. En ook bij mijn oren moet ik bewakers plaatsen. Wat hoor ik wel en wat niet? En wat voor vertaalslagen geef ik aan hetgeen ik hoor. Hoor ik alles negatief, terwijl het wellicht zeer goed bedoeld is? Of versta ik in al wat ik hoor juist het goede en het mooie en heeft dat onverantwoorde naïviteit tot gevolg?

    En mijn ogen? Hoe kijk ik aan tegen de medemens? Ik ken mensen die in de ander alleen maar slecht ontwaarden. Voor het goede hebben ze geen oog. Om nog maar te zwijgen van de ogen die doen hunkeren naar macht, geld en ontucht.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Vanaf de jaren dertig werd er gewerkt aan een beïnvloeding die de weg heeft vrijgemaakt voor de razzia die wij hier herdenken. De Jood werd gedemoniseerd via karikaturen, zoals we die nog vrij recentelijk in Aalst bij een onschuldig ogende carnavalsstoet konden bewonderen. Via de weg der geleidelijkheid werd de samenleving opgevoed met de gedachte dat het uitroeien van Joden een ethisch verantwoorde plicht was. De public relation man van nazi-Duitsland, Göbbels, heeft het goed weten uit te leggen en het Duitse en ook het Nederlandse geweten, voor zover nog aanwezig, tot kalmerende rust weten te brengen. Slechts enkelingen, helden, weigerden de verkeerde rechters en de corrupte plichtsgetrouwe politieagenten te accepteren. Zij zwichtten niet voor de aanlokkelijke Fl. 7,50 kopgeld voor iedere verraadde Jood. Dankzij dit soort mensen, die weigerden het onderscheid te maken tussen mensen en übermenschen, sta ik hier. Kind van ouders die gered werden door mensen die met gevaar voor eigen leven weigerden zich te laten beïnvloeden en vasthielden aan:

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    We moeten alert zijn: de razzia en Mauthausen zijn niet plotseling uit het niets ontstaan.  Het antisemitisme werd langzaam maar zeker ingevoerd, verblindde, werd verbaal overgebracht en werd aan de hand van karikaturen zichtbaar, salonfähig, gemaakt.

    En hoe is de situatie nu? Bestaat Göbbels nog? Wat krijgen wij, en speciaal onze jeugd, te horen? Te zien? En welke beveiliging bewaken de huidige poorten? Wat in de jaren ’30, de prelude voor de jaren ’40-’45, langzaam maar zeker werd voorbereid, zou zich zomaar kunnen herhalen. Of druk ik me nu te naïef uit omdat het zich niet zou kunnenherhalen, maar zich reeds herhaalt! Op 14 augustus jl. stond in de grootste Franstalige Belgische krant een cartoon waarin de Joodse wijk in Antwerpen Coronadorp wordt genoemd en er letterlijk staat als onderschrift: Le foyer du Covid-19 ne peut qu’être Juif. Sociale media zijn pijlsnel en nagenoeg ongrijpbaar. De beïnvloeding is beangstigend. De demonisering van Joden bloeit tierig. Antisemitisme is nu verpakt in antizionisme, waardoor het aanvaardbaar wordt gemaakt. Het zijn dezelfde karikaturen die toen het klimaat voor razzia en Mauthausen zorgvuldig, doelbewust maar langzaam hebben voorbereid, die nu onze ogen, oren en mond, bijna 24/7 indringend en pijlsnel beïnvloeden.

    Waartoe dit gaat leiden? Ik weet het niet.

    Maar ons samenzijn hier is om te herdenken en nimmer te vergeten, die 105 Joodse mannen.

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

    Enschede 10 september 2020, jaarlijkse herdenking Razzia Twente

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

                         

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek 27 juli 2020, De derde Tempel, licht in duisternis

    Toen ik afgelopen Sjabbat een ommetje maakte werd ik aangesproken door een islamitische dame met de vraag “Spreek je Arabisch?”. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar ik heb maar gewoon in het Nederlands geantwoord. Tenslotte wonen we in ons eigen Nederland met onze eigen Nederlandse taal en cultuur, waarvan ik, met meer dan tien generaties Nederlands Jodendom en de Nederlandse taal als moedertaal, deel uitmaak.

     

    Gisteren was ik aanwezig bij de begrafenis van de heer David Rosenberg. Op bijna 96-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, hetgeen voor wat eens Joods Nederland was een unicum. Bij de meeste Joodse begrafenissen is niet eens het vereiste quorum van tien volwassen mannen te realiseren. Rosenberg behoorde tot de generatie die voor de oorlog nog een gedegen Joodse kennis had gekregen, was ondergedoken tot begin 1945, toen verraden (waardoor een paar foute Nederlanders fl. 7,50 rijker konden worden) en vervolgens vanuit een ongekende gedrevenheid probeerde de Joodse gemeenschap weer op te bouwen. Letterlijk op de ruïnes van een rijk bloeiend Joods leven. Beilen, Stadskanaal, Emmen… Ja, in Emmen staat nog een sjoel of beter geformuleerd: het gebouw dat eens een sjoel was.

     

    Ik had dus eigenlijk op vakantie moeten zijn, een paar dagen naar het zuiden des lands in een hotel van een goede vriend van ons. Maar mijn vrouw Blouma vond dat ik het niet kon maken om vanwege vakantie bij deze begrafenis te ontbreken. En gezien de positie van de vrouw binnen het Joodse gezin bepaalt zij… Maar het was goed dat ik aanwezig was. Immers, ook de heer Rosenberg was altijd aanwezig als er ergens in het noorden van het land een begrafenis was en er op hem een beroep werd gedaan. Vaak wordt er niet beseft dat wij als Joode gemeenschap in Nederland nog maar piepklein zijn. Er was bijna geen stad of dorp waar een synagoge, begraafplaats of een mikwa, een kerkelijk bad, ontbrak. En toch waren er die in de concentratiekampen, en ik weet over wie ik spreek, die gezworen hadden dat als ze er levend uit zouden komen ze op de resten van Joods Nederland zouden gaan herbouwen. En dat hebben een aantal overlevenden op ongelofelijke wijze gedaan. Ze hebben na de oorlog gestreden. Mijn generatie heeft dit soort mensen als voorbeeld, is door hen grootgebracht.

     

    En dus vechten ik en velen van mijn naoorlogse generatie om het Jodendom voor Nederland te behouden. Onze strijd is tegen antizionisme=antisemitisme=BLM=BDS. Is het leuk om strijdend door het leven te gaan? Zeker niet. Maar er is geen alternatief. Vechten in tijden van duisternis zit in onze Joodse genen. Ook in de duisternis weten wij dat er uiteindelijk weer licht zal zijn.

     

    Wij bevinden ons in de zogenaamde Negen Dagen. De dagen voorafgaande aan Tisje Be’Av. Op die dag werd de Tempel in Jeruzalem verwoest en begon de ballingschap waarin we ons bevinden. Vanwege deze duistere periode heet afgelopen Sjabbat de ‘Zwarte Sjabbat’. Maar op die ‘Zwarte Sjabbat’ wordt juist gedacht aan de Derde Tempel die door G’d zelf herbouwd zal worden. Juist in de zwarte duisternis straalt het summum van bevrijding, echte bevrijding. Er wordt niet alleen gedacht aan de Derde Tempel met de daaraan gekoppelde komst van de Mosjiach, maar de Derde Tempel wordt zelfs getóónd. Hij wordt als het ware zichtbaar voor allen die hiervoor oog hebben.

     

    En als dan eindelijk de Mosjiach er zal zijn, dan betekenen BDS en BLM en zelfs de Verenigde Naties helemaal niets meer. De Eeuwige zal dan door allen (h)erkend worden, er zal echte Sjalom zijn en niet alleen voor Joden, maar voor de gehele mensheid. Jeruzalem zal zonder enige discussie de eeuwige hoofdstad zijn van Israël, Joden en niet-Joden zullen dringen om de muren van de Tempel te mogen aanraken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

     

  • Dagboek 5 augustus 2020, Stond de wekker aan de verkeer kant van de Libanese grens?

    Vandaag is het 15de van de Joodse maand Menachem Aw. Op deze dag is er in het verleden van alles en nog wat gebeurd en wordt deze dag in zekere zin gelijkgesteld aan de Grote Verzoendag. Deze dag is gekoppeld aan diverse vreugdevolle gebeurtenissen.  Een van die gebeurtenissen is dat vanaf de eerste Niesan (niet die auto, maar de maand van de Uittocht uit Egypte!) tot 15 Menachem Aw, dus gedurende 3½ maand, hout werd gesprokkeld dat bedoeld was om te gebruiken in de Tempel voor de offerdienst. Ik vermoed dat u nog niet van uw stoel valt van verbazing en dat u wellicht reageert: nou en? Maar laat ik het uitleggen. 15 Menachem Aw was een grote feestdag omdat op die dag de voorbereidingklaar was, er werd vanaf die dag geen nieuw hout meer gesprokkeld om de offerdienst uit te voeren. Op de negende van dezelfde maand, dus zes dagen eerder, herdachten we de vernietiging van de Tempel, het begin van het Ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Het summum dus van misère. En vandaag gedenken we de voorbereiding die nodig was en nodig is om de Tempel weer te laten terugkeren naar zijn religieuze functie. Het bericht is erg duidelijk: voorbereiding naar iets positiefs is essentieel. Als we allen de neuzen de goede kant op hebben staan, komen we er. Dan krijgen we uiteindelijk de echte shalom, voor de gehele mensheid. De Derde Tempel in Jeruzalem zit onlosmakelijk gekoppeld aan de komst van de Mosjiach, of beter geformuleerd: de echte shalom voor elk en ieder schepsel. Die voorbereiding vieren we.

     

    Ik moest speciaal hieraan denken n.a.v. de afschuwelijke ramp in Beiroet. De hele wereldpers staat bol van de informatie over de (onverhoopte) corruptie van Netanyahu. De rechter zal hierin uitspraak moeten doen en dat gaat ook gebeuren. We spreken hier over financiële malversaties, die niet kunnen, zeker niet voor een premier. Over Beiroet wordt nu geschreven, nu letterlijk heel Beiroet ontploft is, dat de HH-politici van dat land corrupt zijn. Waarom hebben we daarover tot nu toe nauwelijks iets in de media gezien of gehoord. Goed dat dat nu zichtbaar wordt. Ik hoop, maar verwacht het niet, dat die corruptie nu dan eindelijk de volle aandacht krijgt die het verdient. Maar ook de corruptie van de Libanese Overheid vind ik minder interessant. Mijn verbijstering is: waarom geen aandacht voor de vraag waarom 2750 ton Ammoniumnitraat, oorzaak van de gigantische ontploffingen, daar überhaupt lag opgeslagen als we weten dat dit stofje gebruikt wordt bij terroristische aanslagen. Het dringt nu spaarzaam door tot de media dat er al eerder ontploffingen waren geweest. Wat deed dat vernietigende spul daar? En waarom heb ik nooit eerder in de media gelezen over de opslag en dus de voorbereiding van deze gevaarlijke stof die daar opgeslagen lag als voorbereiding voor…….Terwijl de Joodse kalender benadrukt hoe belangrijk het is om voorbereidingen te treffen voor de ultieme shalom ten behoeve van de gehele mensheid, zweeg en zwijgt de wereld als het duidelijk is dat hier de voorbereiding lag, al vele jaren, voor het tegenovergestelde van shalom. Waar zijn de Verenigde Naties? Waarom niet nu meteen een resolutie tegen Libanon conform de voortvarendheid waarmee resoluties tegen Israël worden aangenomen? En waarom nooit eerder opgemerkt en uitgelicht door de media, want al veel vaker waren er kleinere ontploffingen. Kennelijk waren die niet luidruchtig genoeg en/of lagen ze aan de verkeerde kant van de grens. De wekker was al meerdere keren afgegaan, maar de wereld sliep. Israël is wakker, klaarwakker. Niet om te verwijten, maar om te helpen! Of ze zullen mogen helpen is nog niet bekend, maar ik hoop en bid dat de hulp aanvaard zal worden, ook als die om politieke redenen buiten het radar moet blijven, want als het gaat om mensenlevens moeten we de politiek maar even politiek laten en de media de media.