Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Stromingen, Dagboek van een Opperrabbijn 23 september

    Gisteren had ik beloofd om uitleg te geven over de diverse stromingen binnen het Jodendom en hoewel uitleg en leringen niet echt tot een dagboek behoren, ben ik toch maar zo vrij om de vrijheid die ik heb te misbruiken.  Van-huis-uit ben ik een typische jekke. Ik vermoed dat u, speciaal mijn niet-joodse lezer, het even niet kunt volgen. Het Jodendom bestaat uit stromingen die weliswaar precies dezelfde uitgangspunten hebben qua wetgeving (halaga) en qua geloofspunten, maar die onderling verschillen in beleving. Uitleg: een gezin met tien kinderen. Allen gaan ze dagelijks naar school (althans in het precorona tijdperk), ze doen allen aan sport, eten allemaal, slapen, lezen etc. Allen doen ze alles, alleen de een legt meer de nadruk op sport, de ander is meer een boekenwurm. Zo ook bestaat het Traditionele Jodendom, dat de eeuwen heeft weten te trotseren, uit stromingen die onderling geen dogmatische verschillen kennen, maar wel andere aspecten benadrukken. Een voorbeeld: er is een stroming die vrij in zichzelf is gekeerd, om zichzelf een muur heeft gebouwd om het moreel verval van onze huidige maatschappij buiten de deur te houden. Een andere stroming zal juist omdat er ‘buiten’ veel rotzooi is, geen muur opwerpen maar juist het ‘buiten’ opzoeken om de wereld te verbeteren. Beide benaderingen hebben hun voor en tegen. Door om mezelf en om mijn gezin een muur te bouwen, loop ik het risico dat de sfeer thuis verstikkend werkt en de kinderen als het ware uitbreken, de engte van het geloof niet meer aankunnen en hun leven buiten het geloof gaan plaatsen. En als er geen muren meer zijn, bestaat het risico dat niet de rabbijn de samenleving beïnvloedt, maar de alles-mag-en-en-alles-kan-cultuur de rabbijn. Welk van de twee stromingen is de juiste? Antwoord: beiden zijn juist, maar verschillend. Ik zit dus bij die tweede stroming, vandaar mijn naar-buiten-treden, vandaar dit dagboek, vandaar contact met andersdenkenden. Maar vandaar ook dat ik voortdurend moet oppassen geen grenzen te overschrijden en me niet door de omgeving te laten beïnvloeden. Maar ook moet ik ervoor waken geen situaties te creëren die verkeerd vertaald zouden kunnen worden. Was het veertig jaar geleden geen enkel probleem om een bejaarde dame thuis te bezoeken, heden ten dage moet ik daar erg voorzichtig mee omgaan. Derden zouden vertaalslagen kunnen maken die ongepast zijn en schadelijk. Maar dat is toch niet uw probleem, hoor ik u denken. Mis! Gelijk kwaadsprekerij een verbod is, is het ook verboden door je eigen gedrag anderen de gelegenheid te bieden om over jou te gaan roddelen. En dus trek ik erop uit en ben voortdurend mezelf aan het afvragen: waar ligt de grens? Maar, en daarmee begon ik dit dagboek, wat is een jekke? Jekkes zijn Duitse en Nederlandse Joden. Heel punctueel, altijd op tijd, alles van tevoren vastgelegd, een dagelijks ritme dat weinig ruimte laat voor het toeval. In het Nederlands zouden we zeggen: typisch Calvinistisch. Maar ik heb een beetje en langzaam dat jekkische huis verlaten en vertoef nu in de sfeer van dat Jodendom zonder muren, maar wel met die ietwat neurotische drang naar geordendheid. Vandaar onder andere dit dagboek, dat dus al maandenlang verschijnt en dagelijks precies op tijd klaar is. Mijn geordende achtergrond laat het niet toe om af en toe toch een dagje over te slaan!  U kunt me nu dus een beetje beter plaatsen.

     

    Maar vandaag had ik geen goed omlijnd programma. Voorbereiding voor Jom Kippoer, de Grote Verzoendag, zondagavond en de gehele maandag. Toespraak voorbereiden. Ook nog morgenavond een zoom-lezing. En natuurlijk, omdat ik voorga in de gebeden, dat weer voorbereiden. Ik ken de gezangen en melodieën wel, maar toch moet ik dat ieder jaar weer opnieuw vooraf doornemen. Een jonge collega wil dat ik een bepaald deel van de dienst inzing op zijn whatsapp, dus dat heb ik vandaag ook nog even gedaan en, zeer belangrijk, mijn wandeling-op-tempo ontbrak vandaag niet, hoewel ik de laatste dagen wel te veel spijbel in dezen. Niet goed en strookt niet met mijn jekkisch geordende gedrag.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks

  • Toeslagenaffaires. Dagboek van een Opperrabbijn 3 januari 2021

    De dagboek-opzet van het JCK, Joods Cultureel Kwartier, was om een indruk te krijgen van mijn leven in coronatijd. Af en toe vergeet ik bijna dat er corona heerst, maar zo rond Oud en Nieuw werd ik wel keihard op de feiten gedrukt. Overvolle ziekenhuizen en de dreiging dat artsen moeten gaan oordelen over leven en dood. Wie nemen we op en wie laten we aan z’n lot over.

     

    Ondertussen heb ik voor het eerst in mijn leven Oudejaarsavond gekeken naar een Nieuwjaarsshow omdat ik nieuwsgierig was en omdat ik er zelf ook in optrad: ‘Oud en Nieuw van christenen voor Israël.’ En hoewel ik een beetje had voorgenomen om te gaan kijken naar de oudejaarsconference van Joep van het Hek, heb ik dat toch maar niet gedaan. Reden: 1: verkwisting van tijd. 2: hoewel ik zeer goed tegen grappen kan en er best met van alles en nog wat de spot mag worden gedreven, vind ik vloeken onacceptabel. Even een korte uitleg ad 1: Vanuit het Joodse denken is het onjuist om tijd te verkwisten. Ontspannen is prima. Ik wandel dan ook iedere dag omdat dat goed is voor lichaam en geest. Maar echt helemaal niets doen of iets dat volkomen zinloos is, dat niet. Waarom lees ik dan wel kranten en luister ik braaf naar het nieuws, vraagt u zich af. Want, laten we eerlijk zijn, of ik nu wel of niet op de hoogte ben van het aantal dagelijkse coronabesmettingen heeft niet veel nut. Integendeel! Ik word er redelijk depressief van en met mij vele anderen.  Ook al die waanzinnige complottheorieën over het vaccin behoren niet tot mijn geliefde lectuur. Anderzijds heb ik nieuwsinformatie nodig om te weten hoe wanneer te handelen of om in staat te blijven bijvoorbeeld mijn dagboek te schrijven en/of een Joodse visie te geven op de actualiteit. Maar iedere seconde het nieuws volgen is totaal onnodig. Het zinvol besteden van de tijd is een belangrijk Joods gebod. Wat betreft 2, het vloeken. Ik zit in het Comité van aanbeveling van de Bond tegen het Vloeken. Ik ben daarvoor indertijd benaderd en heb ja gezegd. Ik zit in tal van Comités van Aanbeveling (ik beveel dus heel wat aan!), maar zit nooit ergens in om er maar in te zitten, maar laat mijn naam alleen gebruiken als ik de doelstelling van de Stichting onderschrijf. En vloeken vind ik onaanvaardbaar omdat het kwetst. Dus: vrijheid van meningsuiting met een beperking. En juist vanwege die in mijn optiek noodzakelijke beperking, dus zit ik braaf in het Comité van Aanbeveling van de zwaar christelijke Bond tegen het Vloeken.

     

    Vrijdagavond en sjabbat verliepen zoals wekelijks, alleen maakte ik me zorgen over onze vrijdagavond ‘stamgast’ die duidelijk veel vermoeider was dan gewoonlijk, niet goed liep en aangaf dat hij op Oudejaarsavond in z’n eentje elf oliebollen had gegeten, terwijl hij juist erg moet oppassen met suiker. Meteen na sjabbat heb ik hem gebeld om te vragen hoe het hem is vergaan, maar G.Z.D. maakt hij het goed. Mijn kleinzoon uit Engeland die hier dus nog steeds klem zit tussen Engeland en Israël, waar hij studeert, weet eigenlijk bar weinig over zijn Nederlandse voorouders. En dus vertelde ik wat ik weet en kwam tot de conclusie dat ikzelf over de 80% van mijn familie die ‘niet terugkeerden’ helemaal niets weet. Er werd over hen thuis niet gesproken!  Terwijl ik uitleg wat voor verschrikkingen de oorlog hier teweeg heeft gebracht, besloot ik hem te laten kijken naar ‘De zaak Menten’ met Engelse ondertiteling. Ondertussen heb ik zelf ook voor de zoveelste keer (mee)gekeken. Los van de oorlogsmisdadiger en de oorlogsmisdaden die worden getoond en die niet vergeten mogen worden, blijf ik me ergeren aan de corruptie rondom Menten. Overheidsfunctionarissen die zich laten omkopen, met rechtszaken worden bedreigd, Hans Knoop die ontslagen wordt, zijn fotograaf die gigantisch aan hem verdiend moet hebben en uiteindelijk zich ook laat omkopen. Ik denk aan de Toeslagenaffaire. Hoe heeft dit kunnen gebeuren in ons landje! En dit soort kwesties gebeuren nog steeds, dagelijks.  Corona is een plaag, maar de Toeslagenaffaires zijn dat ook. Ik schrijf bewust Affaires in het meervoud. Want de Toeslagenaffaire is boven water gekomen (met dank aan de media!), maar wat speelt er nog meer aan affaires die onzichtbaar waren en/of zijn? Ik ken er nog wel een paar!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Toespraak Menora Tweede Kamer. Dagboek van een Opperrabbijn 10 december 2020

    Allereerst mijn oprechte dank aan mevrouw Arib, voorzitter van onze Tweede Kamer, omdat ze zelfs dit jaar weer bereid was de Menora in ontvangst te nemen en die Menora een plaats te geven in het hart van ons Parlement. Waarmee automatisch, zonder woorden, ook getoond wordt dat dat kleine Joodse vlammetje, de Nederlands Joodse Gemeenschap of wat daarvan nog over is, onlosmakelijk verbonden is met de brede Nederlandse samenleving.

     

    ‘Zelfs dit jaar’, want het gezamenlijk aansteken van de kaarsjes, de vlammetjes, met daaraan gekoppeld de ontvangst van de rabbijnen zoals voorafgaande jaren, heeft niet plaatsgevonden. De brandende vlammetjes, de essentie van het hele Chanoeka gebeuren, ontbraken dit jaar. De essentie ontbrak! En dus rijst de vraag: Hadden we dit jaar Chanoeka, het aansteken van de Menora wellicht moeten overslaan, in het Parlement en op zovele andere plaatsen?

     

    We weten allen dat de gedachte achter het kruikje olie en het vlammetje dat daaruit voortkomt is: het verlichten van duisternis. In de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek, staat dat de Menora moet worden aangestoken als het buiten duister is en zolang er mensen buiten in de straat lopen. Maar wat als er niemand in de straat het licht kan zien en de boodschap van tolerantie niet kan horen? Als Joden in situaties verkeerden of verkeren waarin het voor het raam plaatsen van de Menora gevaarlijk is, of als er gewoon helemaal niemand buiten te zien is omdat ik bijvoorbeeld in woestijn woon, helemaal alleen?  Steken we dan geen Menora aan? Het antwoord op deze vraag is heel duidelijk: hoewel het tijdstip van aansteken alles te maken heeft met de zichtbaarheid, het verdrijven van duisternis juist bij de ander, toch moet de Menora zonder enige twijfel ook worden aangestoken als niemand maar dan ook niemand de zuivere vlammetjes kan zien.

     

    En dat is nu precies wat ook dit jaar gebeurt. Publiekelijk de Menora aansteken, met een grote menigte, zit er dit jaar niet in. Zelfs met een paar rabbijnen de Menora overhandigen en de lichtjes ontsteken in het gebouw van de Eerste en Tweede Kamer, hebben we niet willen doen. En desalniettemin wordt in ieder Joods huis het licht ontstoken. Een licht dat hoger is dan de ratio, een licht dat als taak heeft licht te verspreiden Maar ook als het niets verspreidt moet het toch branden.

     

    Is dat rationeel? Kunnen we dat verklaren? Neen, het is een soort contradictio interminis. Totaal niet te vatten. Zolang mensen het vlammetje kunnen zien moeten we de Menora aansteken, maar ook als niemand het ziet en het rationele deel dus ontbreekt, steken we het toch aan?! Laat ik het anders verwoorden: Stel we zetten een actie op poten om geld in te zamelen voor mensen die straatarm zijn. Ze hebben geen financiële mogelijkheid om eten te kopen. Iedereen zal doneren. Maar als op een gegeven moment de armen in staat zijn om zich in hun eigen levensonderhoud te voorzien hebben ze geen gaarkeuken meer nodig. Op dat moment is het zinloos om aan die gaarkeuken geld te geven. Sterker nog, volgens de Joodse wet mogen die armen, die inmiddels niet meer arm zijn, geen geld aannemen van Tsedaka, liefdadigheid, want het zou dan onterecht zijn, tegen de gerechtigheid indruisen.

     

    Wat zou er dus logischer zijn geweest dat de Menora alleen dan wordt aangestoken als de lichtjes van de Menora worden gezien door derden. Mensen die zich in de duisternis bevinden, ongeacht of dat een tastbare duisternis is, het is gewoon buiten donker, of een spirituele duisternis. De Menora zit gekoppeld aan het verspreiden van licht en dus het verdrijven van duisternis. Maar er bevindt zich niemand in duisternis!

     

    En dan zien we het volkomen onlogische: als de armen niet meer arm zijn, kunnen ze uiteraard niet meer nemen van de armenbedeling.

    Maar als er niemand aanwezig is die zich in de duisternis bevindt, zijn we toch verplicht om licht te brengen. Maar aan wie? Aan niemand. Totaal onlogisch! Niet te beredeneren.

     

    En dat is nu juist precies de essentie van Chanoeka. In de Talmoed wordt gevraagd: Wat is Chanoeka? En het antwoord is dan het wonder van het kruikje olie. Geen woord over het wonder dat een klein groepje onervaren strijders een gigantische Griekse professionele legerschare wist te verslaan. De reden?

     

    De Grieken waren geen antisemieten. Joden werden niet vervolgd zoals in de tijd van de inquisitie of in de Tweede Wereldoorlog. Joden mochten zelfs de Thora bestuderen. Maar er zat één maar aan: G’d, de spiritualiteit, de ziel moest eruit verwijderd worden. Alleen logica telde. Alles moest begrepen worden. De afgod Ratio moest vereerd worden.

     

    Dat was de strijd van toen en is ook de strijd van nu: Het licht van de Menora moet gezien worden, maar ook als niemand het ziet moeten we het toch aansteken.

     

    Het vlammetje van de Menora straalt uit dat we niet alles kunnen begrijpen. G’d moet aanwezig zijn in onze maatschappij. Niet alles is te vatten. We weten meer niet, dan wel. Als we daarvan doordrongen zijn, dan pas gaan we proberen te begrijpen. Die boodschap straalt dit jaar sterker uit dan andere jaren, met dank aan corona.

     

    Nog vele jaren Chanoeka, in gezondheid en met de echte sjalom, voor ieder medemens!

     

    Bovenstaande toespraak heb ik gebruikt als dagboekvulling: twee vliegen in één klap!

     

    Wat ik verder heb gedaan? Vanuit Zeeland waren een cameraman en een presentator gekomen naar ons huis om mij vijf minuten op te nemen voor TV Zeeland. Die vijf minuten worden dan wel, als ik het goed heb begrepen, zondag zes keer uitgezonden als onderdeel van een Chanoeka programmaatje waarin ook de menora wordt aangestoken in de sjoel van Middelburg door de onnavolgbare Luuc Smit, chazan van de Joodse Gemeente Zeeland. In datzelfde programma weerklinkt vanuit het carillon van de Grote Kerk het Ma’oz Tsoer.

     

    Vanavond bijna twee uur vanuit het Israel Producten Centrum in Nijkerk (bijna mijn tweede thuis!) het aansteken van het eerste kaarsje door Joop Elzas, voorzitter van het NIK, de federatie van Joodse Gemeenten, gevolgd door het zingen van Ma’oz Tsoer door mijn Canadese schoonzoon en aansluitend een lezing van mij over……Chanoeka! Ondertussen heb ik me nog wel even opgewonden over een relletje dat hopelijk na een gesprek met een burgemeester tot bedaren is gebracht. En ook begrijp ik nog steeds niet, waarschijnlijk vanwege mijn beperkte politieke verstand, waarom in Dubai producten uit de zogenaamde bezette gebieden zonder label mogen worden verkocht, maar in Nijkerk niet. Misschien moet het IPC – Israel Producten Centrum zijn wijn vanuit Israel naar Dubai laten sturen en dan vanuit Dubai naar Nederland. Als ons Ministerie dan gaat gillen krijgen ze de Verenigde Arabische Emiraten op hun dak. Ik snap dat dit voorstel niet erg klopt, maar dat is inherent aan de politiek. Als het maar goed en aannemelijk klinkt. En dat doet het zeker!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Vaccin verliest van de Minister, Dagboek van een Opperrabbijn, 1 november 2020

    Mijn blik viel vandaag op de column in het NIW van Michel Waterman waarin hij schrijft: “Ik moet vandaag mijn column inleveren en heb nog geen onderwerp. Ik kan u verklappen dat mijn bewondering voor columnisten die dagelijks produceren, sterk is toegenomen.”

     

    Toen ik dit had gelezen vroeg ik mezelf gevleid af of dat compliment voor mij bedoeld was. En dus rees bij mij de vraag: Ben ik nou rabbijn of columnist? Maar toen dacht ik ook even terug aan die psychotherapeut die mijn dagboek zag als een therapie. Na enig denkwerk kwam ik tot de conclusie dat mijn dagboek een combinatie is van 1: rabbijn 2: columnist 3: therapie. En dus was het compliment van Waterman niet aan mij gericht. Jammer, want af en toe heb ik wel behoefte aan een schouderklopje (met de ellenboog uiteraard, vanwege corona!), speciaal als ik weer eens onder vuur lig.

     

    Een ietwat uit de context gehaalde krantenkop haalde een paar voorpagina’s, waarna mensen gingen reageren. Dat was geweldig want dat betekent dat ik niet tegen dovenmansoren schrijf, mijn boodschap komt aan. Wat mij bijna stoorde was dat een (buitenlandse) collega, die kennelijk weinig anders te doen heeft dan het volgen van mijn dagboek, in contact is getreden met de niet-joodse journalist om tegen de (onhandige) krantenkop te protesteren. Het vloog even door mijn gedachte om hem een WhatsApp te sturen met mijn telefoonnummer. Dan kan hij bij een volgende gelegenheid eerst even bellen alvorens van een mug een olifant te maken bij de journalist die mij dan weer belt en niet snapt waarom hij boos wordt benaderd. Maar die WhatsApp heb ik niet gestuurd en ga ik ook niet sturen. Reden?

     

    Geleerd uit het gesprek tussen Awraham en Lot waarover sjabbat jl. werd gelezen in alle synagogen ter wereld: “Er ontstond twist tussen de herders van de kudden van Awram en de herders van de kudden van Lot…. Toen zei Awram tegen Lot: Laat er toch geen twist zijn tussen mij en jou en tussen mijn herders en jouw herders….Maak je toch los van mij; als het naar links is, ga ik naar rechts, is het naar rechts, dan ga ik naar links (Bereesjiet/Genesis 13:7-9). Waarom, mogen we ons afvragen, laat Awraham de keus aan Lot. Het gebied, het latere Israël, was toch het eigendom van Awraham. G’d had hem dit stuk grond toegezegd. Hij had Lot kunnen aantonen dat hij de beste papieren had!? Als we de Hebreeuwse tekst even grammaticaal bekijken zien we dat het Hebreeuwse woord voor twist de eerste keer in de mannelijke vorm staat en de tweede keer in het vrouwelijk. Twisten ontstaan het snelst tussen mensen die heel veel met elkaar samen zijn. De meest geschikte plaats voor twisten is dus het huwelijk! Hoe gaan we hiermee om? Moet de man proberen zijn gelijk te halen? Moet de vrouw voet bij stuk houden? De beste manier om met (huwelijkse) meningsverschillen te dealen is: accepteren! En daarom staat het woord twisteen keer in de vrouwelijke verbuiging en een keer in de mannelijke. Awraham begreep dat hij zijn gelijk had kunnen halen bij Lot, maar was er ook van doordrongen dat het beter is om de tegenstander, Lot in dit geval, gewoon z’n zin te geven. Voor de toekomst betekent dit winst. En dus zal ik mijn weleerwaarde collega in dezen niet benaderen en als we elkaar weer tegenkomen gewoon doen alsof mijn neus bloedt! Therapeutisch (3) heb ik het dus bij deze van me afgeschreven, ik heb er een column (2) van gemaakt en, het meest belangrijk, ik heb geleerd (1) van onze aartsvader Awraham!

     

    Wat we dus merken is, dat mensen vaak niet in staat zijn om buiten hun eigen beperkte cocon te kijken en/of te denken. Zoiets heet egoïsme, gevolg van de afgod IK. En dat probleem komen we helaas veelvuldig in onze samenleving tegen en kan zeer schadelijk zijn.

     

    Dr. Marcel Levi, medisch directeur van tien ziekenhuizen in Londen en de zoon van mijn voormalige voorzitter van het Sinai Centrum, is van mening dat het vaccin tegen corona reeds nu toegediend zou moeten worden. Maar de Britse Minister wil dat nog niet omdat misschien één van de 50.000 last zou kunnen krijgen van een bijwerking omdat het vaccin nog niet 100% is uitgetest. Levi legde de Minister uit dat zelfs als één op de 50.000 een ongewenste bijwerking krijgt, het nog steeds de moeite waard is om het vaccin reeds nu in te zetten, omdat daarmee voorkomen kan worden dat honderden besmet worden met corona en een algehele Lockdown de samenleving ernstig ontwricht. De Minister reageerde hierop, volgens de krant die Dr. Levi citeerde, dat als honderden sterven aan corona, hij, de Minister, nauwelijks verwijten zal krijgen. Maar als er ook maar één persoon slachtoffer wordt van het vaccin dat hij heeft goedgekeurd, hij met kritiek zal worden overstelpt. De Britse Minister is dus ook een volgeling van de afgod IK, gelijk mijn collega, met dien verstande dat er door het gedrag van de Minister, G’d behoede, mensen komen te overlijden, maar het gedrag van mijn collega heeft een positief resultaat: een onderwerp voor mijn dagboek van vandaag!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

     

  • Van Den Helder naar Sobibor, Dagboek van een Opperrabbijn 15 oktober 2020

    Ik ben weer ouderwets pré-coronaansch gevloerd. Om 11:30 uur vertrokken en nu om 19:00 uur thuis. Ik werd gereden door mijn vaste driver en omdat ik dus zelf niet reed, had ik alle tijd om mijn zoom-sjioer die ik om 20:00 uur moest geven voor RabbijnenNL voor te bereiden. En natuurlijk de telefoontjes en e-mails. De eerste stop was Den Helder. Onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de 118 Joden die werden weggevoerd. Uiteraard was alles in de open lucht en in zeer afgeslankte vorm. Burgemeester had eerst niet willen komen om te voorkomen dat hem verweten zou worden toch ergens publiekelijk aanwezig te zijn. Maar uiteindekijk was hij er toch, hield een gloedvol betoog voor het kleine selecte gezelschap. Het was goed, zo gaf ik aan in mijn toespraak na de onthulling, dat we toch bijeenkwamen. Goed omdat er fotografen en journalisten gekomen waren om de boodschap van dit monument verder uit te dragen. Afgelasten had ik onjuist gevonden. Voor mijn gevoel zou het ongepast en oneerbiedig zijn voor hen die hier toch nog hun eigen ‘grafzerk’ hebben gekregen na meer dan 75 jaar.

    Luister hoe treffend de staddichter Regina Kikkert het verwoordde:

    Deze stenen in Den-Helder

    vertellen een geschiedenis

    van liefdeloze onvrede,

    een tijd van diepe duisternis.

     

    Steen is onvergankelijk,

    markeert de Eeuwigheid op aard

    zelfs weer en wind kan het doorstaan

    en blijft ten allen tijd bewaard.

     

    Verzonken in Helderse grond

    zijn Joodse namen thuis gebracht,

    een teken van identiteit

    en in een monument herdacht.

     

    Beschermd door de dijk en pieren,

    dicht bij de duinen, zee en kust,

    veilig beschut in de luwte

    komt een levensverhaal tot rust.

     

    In herinnering verbonden

    spreekt elke steen, zijn eigen taal.

    Geëerd wordt heel het mensbestaan

    als medeburgers, allemaal.

     

    Met stil respect, vertraagd de pas,

    verleden tijd….. maakt nieuw begin.

    ZIJ ZULLEN NOOIT VERGETEN ZIJN,

    want zij gaan mee, de toekomst in.

     

    De Vrede is een kostbaar goed

    die wordt gekoesterd en bewaakt.

    Onder de Nederlandse vlag

    wordt een stil, eerbetoon gemaakt.

     

    Voor allen die gestorven zijn

    klinkt een SHALOM als welkomstgroet,

    in het Huis van de Eeuwige

    rust hun ziel in Vrede, voorgoed.

     

    Maar los hiervan: we zien in onze huidige corona-bubbel dat corona alles en iedereen overheerst. Ziekenhuizen zijn aan het afschalen.  Ik begrijp het, want corona is een zeer gevaarlijk virus. Maar antisemitisme is minstens zo sluw en onberekenbaar. We weten allen dat het coronavirus een beperkte levensverwachting heeft, uiteindelijk zal het uitgeroeid zijn of op z’n minst behandelbaar. Maar met het virus antisemitisme zal het niet zo goed aflopen. Dat venijn heeft zich bewezen onuitroeibaar te zijn en zit in een bijna voortdurend proces van mutaties. We hadden eerst het verkeerde geloof, toen veroorzaakten wij de pest, mijn ouders hadden het verkeerde ras en ik ben zionist en wordt ook al op social media verklaard tot de fabrikant van Covid-19. En daarom was de korte bijeenkomst met een zeer beperkt publiek zo enorm goed en indrukwekkend.

    Van Den Helder naar Heemstede voor een bespreking met het bestuur van de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest en toen naar huis na onderweg nog een telefoontje uit IJsland te hebben gehad. Toch onbegrijpelijk dat iemand uit IJsland mij zomaar weet te vinden tussen de Kanaalweg in Den Helder en de synagoge in Heemstede. We vinden het allemaal maar gewoon, maar dat is het toch echt niet!

    Het was dus een positieve dag en met een goed gevoel kwam ik weer thuis. Ik gaf mijn Zoom cursus en in plaats van naar bed gaan, ging ik toch nog de documentaire over de opstand in Sobibor bekijken. Alles kwam weer boven. Ik ben de generatie van direct na de oorlog. Ik ben grootgebracht met vóór en ná de oorlog, ik weet nog dat mijn ouders hebben geleden en alles in het werk hebben gesteld om mij er niet mee te confronteren. Wij, de generatie die nu al in de zeventig is, wij moeten doorvertellen wat onze ouders niet durfden bespreekbaar te maken. In het Sinai Centrum woonden de mensen die de oorlog wel en niet hebben overleefd. Streepjes-pyjama’s waren niet toegestaan. De verpleegsters mochten geen laarzen dragen en douchen kon ook echt niet. Onze bewoners wisten namelijk niet of er water of gas uit de douchekoppen zou komen……Ik verwijt mijzelf dat ik misschien niet goed genoeg doordrongen was van hun pijn. Ik weet zelfs niet hoe mijn lieve vader en mijn lieve moeder wel of niet nog hebben geleden van hun onderduik en verlies van hun naasten en hun angsten. Van mijn moeder hoorde ik de innige dankbaarheid voor de mensen bij wie zij is huis was geweest en die door en door goed waren. Haar angsten heeft ze nauwelijks met mij gedeeld. “Wij hebben het goed gehad, want wij waren niet in de kampen” heb ik honderden keren van mijn moeder moeten horen. Ik stop. Ik moet nog kunnen slapen. Den Helder was goed. Maar ook de onthulling in Warnsveld die zojuist is afgelast, moet mijns inziens doorgaan. Dan maar met minder mensen. En ik moet luisteren naar Jules Schelvis die in de documentaire de opdracht gaf om het door te vertellen……Wij, de second generation, moeten de opdracht “om niet te vergeten” overnemen, ook als dat onszelf schaadt, want het terugdenken aan en het zien van dit soort documentaires laat me niet onberoerd.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Verstoord contact, Dagboek van een opperrabbijn, 27 oktober 2020

    Als rabbijn mag je steeds vooraan staan, ik mag rondlopen met mijn koninklijke onderscheiding, verschijn in de media en nog veel meer van dit soort leuke dingen. Maar verkijk u niet! Er zijn vele nare klussen. Werk achter de schermen. Fouten begaan door derden die ik mag rechtbreien. Tragedies die ik mag proberen te begeleiden. Beslissingen nemen voor andere mensen die op mijn kompas willen varen. Jaloezie! Gisteren kwam iemand naar me toe met de oprechte vraag waarom ik niet gewoon stop met mijn werk. Gewoon met pensioen, genieten van de natuur, veel op vakantie gaan. Maar zo zit ik niet in mekaar. Ik ben naar Nederland gekomen om de Joodse gemeenschap te steunen, daar waar mogelijk te bouwen, een bijdrage te leveren. Is dat altijd makkelijk? Altijd leuk? Zeker niet! Maar het leven is nu eenmaal niet altijd gezellig.

     

    Ik herinner mij toen mijn voorganger Opperrabbijn Berlinger zl. mij vroeg om hem op te volgen. Hij zat al in een rolstoel toen hij mij, bij het 25-jarig bestaan van het Sinai Centrum in Amersfoort, publiekelijk aankondigde als zijn opvolger. Nadien vroeg hij of ik taken van hem wilde overnemen. Ik heb daarop positief geantwoord, maar, zo gaf ik aan, problemen die gekoppeld zitten aan het afgeven van zogenaamde Rabbinale Verklaringen en het erkennen van buitenlandse gioer-toetredingsverklaringen, dat wil ik graag zo lang mogelijk bij u laten. Daar tuimelde hij niet in: alles of niets! En dus koos ik voor het ‘alles’. En dus zit ik mijn hele rabbinale loopbaan (hoewel ik me afvraag of rabbijn überhaupt wel een baan is!) vast aan vele erg onplezierige klussen waarmee je echt geen vrienden maakt!

    Wat speelde er dan bijvoorbeeld vandaag? Een hoogbejaarde aardige man is al jarenlang lid van een Joodse Gemeente. Het sukkelige is dat het bestuur in wijsheid (want over wijsheid menen de meeste bestuurders royaal te beschikken!) had besloten de man lid te laten worden zonder na te laten trekken door ons Opperrabbinaat of hij überhaupt wel Joods is. En nu is hij ziekelijk, begint zich zorgen te maken over zijn begrafenis op de Joodse begraafplaats, zegt zelf dat hij waarschijnlijk niet Joods is en mag ik nu uitzoeken wat zijn status is. En na enig speurwerk is het antwoord op die vraag: Neen! Een erg aardige en vriendelijke man, maar niet Joods dus! Aan mij was vandaag de eer om hem dat te gaan vertellen!

     

    En dan ook nog een gesprek met een niet-joodse man die erg geïnteresseerd is in Jodendom, nadrukkelijk zonder joods te willen worden. En dus heeft hij een vereniging opgericht, genaamd Vrienden van de Voormalige Synagoge X. om de niet meer in gebruik zijnde vroegere synagoge weer min of meer in ere te herstellen en hebben ze een lokale Joodse man zo’n beetje als hun Rebbe aangenomen. De Rebbe geeft cursussen, houdt lezingen, treedt naar buiten als het gezicht van Joods X., laat zich goed betalen, kraamt de nodige onzin uit over Joodse tradities en blijkt van geen kant Joods te zijn! Zoiets heet dus misleiding en/of oplichting. En nu mocht ik vanochtend een gesprek hebben met de voorzitter van de Stichting Vrienden van de Voormalige Synagoge X. om te kijken hoe alle aangerichte schade weg te werken, waaronder een financieel probleem want de zogenaamde Joodse Rebbe heeft het ook nog gepresteerd om er met een gedeelte van de kas vandoor te gaan.

     

    Dan is er op een andere plaats een klein foutje gemaakt door een lokale functionaris en is er iemand begraven op de Joodse begraafplaats die achteraf bezien helemaal niet Joods is. De niet-joodse familie is hierover redelijk kwaad en wil een her-begraving op een niet-joodse begraafplaats op kosten van de Joodse Gemeente. Maar we kunnen natuurlijk niet zomaar gaan opgraven en verplaatsen!  Hoe dit op te lossen weet ik nog niet, maar ik zal er wel weer iets op (moeten) vinden. Ik krijg soms van die oplossende ingevingen out of the blue, waarover ik mezelf verbaas.

     

    Ondertussen had ik eindelijk mijn nieuwe laptop gekregen. Een groot scherm gekoppeld aan een hoogwaardige kleine laptop. Maar totdat ik dat volledig aan de praat had gekregen, was ik een halve dag verder. Het grote scherm is een verademing en de kleine laptop pijlsnel. Alleen klopte er iets niet in de verbinding tussen de pijlsnelle laptop en het grote scherm. Maar na uren experimenteren heb ik, na de aanwijzingen van een deskundige te hebben opgevolgd, de laptop en het scherm aan elkaar weten te koppelen. En in feite is dat een essentieel onderdeel van mijn rabbinale baantje: verstoorde koppelingen repareren en zorgen dat als gevolg van een goede samenwerking de juiste beelden worden gevormd. Ik moest hieraan speciaal denken toen ik een telefoontje kreeg van Koen. Koen werkt voor Christenen voor Israel in Oekraïne. Zijn enige doel is: lokale rabbijnen helpen met hun werk voor de Joodse gemeenschap. Koen belt me omdat hij ontevreden is over de opstelling van een van de rabbijnen die hij met honderden voedselpakketten en medicijnen heeft gesteund. De rabbijn wil/kan geen verantwoording afleggen over de hem geschonken pakketten. Tien minuten later een totaal ander verhaal van de jonge rabbijn. Hun probleem lijkt erg veel op dat probleem tussen mijn kleine pijlsnelle laptop en het grote zichtbare scherm. Ze spraken verschillende talen, werkten niet op dezelfde golflengte, ergens een verkeerde instelling met als gevolg: een communicatiestoornis. Dat computerprobleem is dus inmiddels opgelost, maar samenwerking tussen de jonge rabbijn en de keihard werkende Koen nog niet….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Vrijheid van meningsuiting…maar wel met grenzen! Dagboek van een Opperrabbijn 9 november 2020

    Geïnspireerd door een wijze oude dame die heel voorzichtig mijn mening vroeg over het beledigen van andersdenkenden bijvoorbeeld in een cartoon, kwam ik tot de conclusie dat vrijheid ook grenzen behoeft. De eerste vraag is natuurlijk: wat is beledigen? Ik las in ‘mijn eigen NIW’: “Er moet worden gevreesd dat het beleid van de vliegtuigmaatschappij (ELAL) er alleen maar orthodoxer op zal worden”. Wat wordt hiermee bedoeld? En wat is orthodox? Je wel of niet aan de wetten houden, als dat bedoeld wordt met orthodox, is niet hetzelfde als goed of slecht. Ik herinner mij Gerhard en Beppie Caneel, overlevenden van de oorlog. Door en door goede lieve zachtaardige mensen. Beiden ernstig beschadigd uit de oorlog gekomen en toch altijd opgewekt. Iedere sjabbath kwamen ze naar de sjoel, maar verder leefden ze niet echt volgens de Joodse wetten. Mijn Jodendom zit ik mijn hart, zei Gerhard vaak. En dat was een zichtbare waarheid. Maar zij werden wel als orthodox beschouwd door gemeenteleden die alleen op de Hoge Feestdagen in de synagoge verschenen, dus drie keer per jaar. En mensen die alleen op de Grote Verzoendag in de synagoge kwamen vonden die Hoge Feestdags-Joden orthodox en mij waarschijnlijk zeer orthodox. Met andere woorden: wie legt waar welke grens? En de allerbelangrijkste vraag: moeten er wel grenzen worden gelegd? Waarom al die hokjes? Ik ben Joods en net zo Joods als Beppie en Gerhard. En of ik goed ben? Dat wordt Boven bepaald! Maar ik weet 100% dat Beppie en Gerhard door en door goede mensen waren. En dus vind ik ‘de vrees dat de ELAL orthodoxer zal worden’ een polariserende vermelding. En polarisatie is gevaarlijk, ongeacht of dit in woord is of in beeld.

     

    En ik dus gevraagd aan een aantal overlevenden wat zij vinden van de zorg van die wijze oude dame over het bewust beledigen van andersdenkenden. Alle overlevenden die ik heb benaderd deelden haar mening dat er grenzen moeten zijn aan vrijheid van meningsuiting. Ieder mag vinden dat zijn manier van denken de enige juiste is, maar er moet wel ruimte zijn voor anderen om er een andere mening op na te houden. Als ik in vlijmscherpe woorden een andere godsdienst of leefwijze veroordeel, dan moet dat mogelijk zijn. Maar als mijn veroordeling oproept om de ander te doden of te discrimineren, dan moet ik keihard tot de orde worden geroepen en wegens opruiing achter slot en grendel verdwijnen.

     

    Maar wat als ik alleen maar beledig? Als dat mag, waarom hebben wij, als Joodse gemeenschap, ons dan zo opgewonden over de praalwagens in Aalst? Alles-mag-en-alles-kan toch?

     

    Enige jaren geleden werd ik geconfronteerd met een educatief audiovisueel programma vanuit de kerken. De beelden werden met zand gevormd. Er waren beelden en een verteller. Het onderwerp was het ontstaan van het Christendom. Voor- en tegenstanders van de nieuwe godsdienst waren allen Joden. Maar in de uitzending hadden de tegenstanders lange neuzen, keken allemaal erg boos en wekten de indruk dat het slechte mensen waren. Wat voor invloed zullen die beelden hebben op de jeugdige kijkers van dat programma? Met een bevriende predikant zijn we naar de makers van het programma gegaan met als resultaat dat zij het hele programma hebben aangepast. Hun bedoeling was absoluut niet om haat te zaaien!  Ik ben een keiharde fanatieke super ultraorthodoxe voorstander van de vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van pers.  Maar wat als er niet wordt opgeroepen tot geweld, maar er wordt ‘slechts’ beledigd. Wat dan?  Die oude wijze dame is de mening toegedaan dat ook beledigen onjuist is. Ik deel haar mening. De medemens geestelijk de grond inboren, diep kwetsen vind ik onaanvaardbaar. En dus mag ik protesteren tegen de praalwagen in Aalst omdat ik dat ervaar als beledigend. De Jood met lange neus, bakken met geld en dollartekens. Ik mag ook naar de rechter stappen. Maar geweld tegen een praalwagen die een boodschap verkondigt die ik gevaarlijk vind, het recht in eigen hand nemen of oproepen om het recht in eigen hand te nemen: no way! En dus denk ik dat die oude wijze dame, zelf een overlevende van de Shoah, gelijk heeft. Alles-kan-en-alles-mag moet kunnen, maar niet onbegrensd. En daarom was ik zo verheugd dat ik zondag jongstleden ondanks corona toch met burgemeester Marcouch in Arnhem voor het Joodse monument een krans mocht leggen. Een Islamitische burgemeester en een Joodse rabbijn, stonden (vanwege corona alleen in geest) hand in hand te demonstreren dat wat toen kon gebeuren nooit weer mag geschieden. En enige uren later verklaarde de scriba van de PKN, tijdens de virtuele herdenking van de Kristallnacht, luid en duidelijk dat we samen, vanuit een diep gevoel van verbondenheid, gaan strijden tegen antisemitisme en voor vriendschap. Vrijheid van meningsuiting, van pers, van geloof: Zeker. Maar…….wel met grenzen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Wederzijds respect. Dagboek van een Opperrabbijn 27 december 2020

    Ik heb een bijna echte dagboek-vakantie gehad, want zowel donderdag, vrijdag, sjabbath en zondag hebt u niets van mij ontvangen.  Was ik dagboek-moe? Helemaal niet! Integendeel, want ik begon al bijna afkickverschijnselen te vertonen. Laat ik een rabbinale uitleg geven aan mijn korte dagboekvakantie: Op sjabbat mag ik geen ‘werkzaamheden’ verrichten. Maar ook is het mij niet toegestaan om niet-joden, die geen werkverbod hebben op de sjabbat, voor mij te laten werken. Voorbeeld: mijn auto moet gerepareerd worden. Ik lever de auto een minuut voor het begin van de sjabbat af bij de garage en haal hem direct na de sjabbat weer op. De garagemonteur moet dus voor mij op de sjabbat werk verrichten. Niet geoorloofd! Maar wat als ik de auto voor het begin van de sjabbat breng en aangeef dat ik de auto, waaraan maar een paar uurtjes gewerkt zal moeten worden, in de loop van maandag kom afhalen en de garagemonteur besluit om mijn auto toch op de sjabbat te gaan repareren, dan is dat zijn keus waarvan ik geen voordeel en geen nadeel ondervind en dat voor mij ook zeker niet nodig was. Zonder verdere vragen te gaan beantwoorden, want zo’n wet roept natuurlijk veel vragen op, leer ik hieruit een prachtig principe: Ik mag de niet-joodse garagemonteur niet dwingen om voor mij op de sjabbat te werken, maar ik moet hem ook de gelegenheid geven om de reparatie op een dag te doen die voor hem aanvaardbaar is. Met andere woorden: we houden rekening met elkaar!

     

    En daarom schrijf ik nooit dagboeken op vrijdag, omdat die op onze Joodse rustdag, de sjabbat, bij de lezers aankomen. Maar ik wil ook niet dat niet-joodse lezers van mij op zondag een dagboek ontvangen, de christelijke rustdag. En dus verkeerde ik heel even in dubio: wat doe ik met de kerstdagen? Voor mij zijn het gewone-door-de-weekse dagen, maar voor vele van mijn dagboekeniers hebben die dagen een religieuze betekenis. En dus vind ik het niet passend dat mijn dagboek in de niet-joodse Inbox verschijnt op voor de ontvanger gewijde dagen, gelijk ik het fijn vind als met mijn Hoogtijdagen ook rekening wordt gehouden.

     

    Dit ‘rekening houden met’ heeft me jaren geleden een probleem opgeleverd. Ik was namelijk uitgenodigd bij de kroning van koning Willem-Alexander, hetgeen ik een enorme eer vond, maar ik was teleurgesteld dat het afscheid van koningin Beatrix op Jom Kippoer had zullen plaatsvinden in de Ahoy Hallen in Rotterdam. Waarom was ik teleurgesteld? Joodse Feestdagen stonden toen sinds enkele jaren niet meer vermeld in de diverse agenda’s en kalenders, waardoor door de organisatoren, naar ik vermoedde, Jom Kippoer over het hoofd was gezien. De reden was/is natuurlijk dat wij dermate klein waren geworden dat vermelding in agenda’s niet meer nodig werd bevonden. Dát deed me verdriet. De vertaalslag die mijn verdriet toen kreeg o.a. in het NRC was dat ik teleurgesteld was in koningin Beatrix en dat bericht zou de koningin hebben bereikt. Totale verkeerde weergave gevolg van mijn kennelijk onduidelijke boodschap. Ik heb de eer gehad uitgebreid met koningin Beatrix te hebben gesproken en haar opstelling richting Joodse gemeenschap en die van Prins Claus was zonder enige twijfel zeer pro-joods en pro-Israël. Maar mijn dubbel te interpreteren droefenis lag ten grondslag aan de ‘verkeerde’ interpretatie van het NRC. En dus ben ik sindsdien nog oplettender om al hetgeen uit mijn pen voortkomt op meerdere vertaalslagen te controleren. En zelfs als ik iets zeg voor een microfoon schiet er vooraf een soort ‘spellingscontrole’ door mijn hoofd.

     

    Maar mijn spellingscontrole functioneert af en toe ook als een soort voorgeprogrammeerde antwoordmachine. U heeft waarschijnlijk wel eens meegemaakt dat uw telefoontje of uw computer automatisch woorden neerschrijft die u dan weer moet deleten om verder te kunnen of u verstuurt berichten die kant nog wal raken, maar wel al verstuurd zijn. Zoiets heb ik ook af en toe bij het beantwoorden van lastige vragen. Voorbeeld (echt gebeurd): Premier Netanyahu had de Joden uit Frankrijk opgeroepen om naar Israel te verhuizen vanwege het opkomend antisemitisme. Prompt krijg ik een microfoon voor mijn mond gedrukt met de vraag: Wat vindt u hiervan? Dat was een lastige, voelde ik meteen aan. Als ik namelijk zeg dat ik het met hem eens ben, dan zeggen Nederlanders die me niet zo mogen dat dit bewijst dat ik geen Nederlander ben of op z’n best zullen ze kunnen zeggen dat ik hier niet thuishoor. En als ik zeg dat Netanyahu niets over ons, EU-Joden, te zeggen heeft, dan beschaam ik Netanyahu. En dus kwam de volgende reactie uit mijn mond: ‘Geweldig dat Israel bestaat en dat Joden daarheen kunnen als het in Europa te antisemitisch wordt. Natuurlijk bestond deze open uitnodiging al veel langer want met de oprichting van de Staat Israel kreeg iedere Jood ter wereld een plaats waar hij als Jood kon leven zonder vervolgd te worden. Maar of ik wel of niet mijn Nederland verlaat laat ik niet bepalen door angst voor terreur’. Nadat ik deze paar zinnen had gezegd aan de jouranalist, was ik zelf verbaasd over mijn antwoord. Want: ten eerste viel ik Netanyahu niet af en ten tweede toonde ik duidelijk dat Nederland mijn geboorteland is en ikzelf bepaal of ik Nederland wel/niet wil verlaten. Ik was onder de indruk van mijn briljante reactie. U ziet, af en toe komt de hulp zichtbaar van Boven!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Wie is Joods? Dagboek van een Opperrabbijn 1 februari 2021

    De vraag wie er nu eigenlijk Joods is wordt me regelmatig gesteld. Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: hij die geboren is uit een Joodse moeder of toegetreden is conform de halaga, de traditioneel Joodse wetgeving. In mijn jeugd was dat, naar ik me herinner, gewoon duidelijk. Maar later verwordt deze vanzelfsprekendheid en hoor je regelmatig zeggen dat iemand weliswaar Joods is, maar niet halagisch. Ieder die één Joodse grootouder heeft, ongedacht of dat via de vader of via de moederlijn loopt, kan aanspraak maken op de ‘wet op de terugkeer’ en dus Israel als Jood binnenkomen. Terecht, want die wet is gemaakt om Joden die in hun geboorteland, waar ze vaak al eeuwenlang wonen, vervolgd worden een toevluchtsoord te bieden. En de heer Cohen, ook als hij slechts één Joodse opa heeft en die opa heet toevallig Cohen, wordt slachtoffer van vervolging. En dus is hij welkom in Israel, het land dat behalve het Heilige Bijbelse land, ook het land is waar de vervolgde Jood heen kan gaan. Maar iemand met vier joodse grootouders, die dus volledig Joods is, kan op die wet geen aanspraak maken als hij een ander geloof is gaan belijden. Als een christen zegt atheïst te zijn, is hij dus niet meer christelijk, duidelijk.  Maar er bestaan wel Joodse atheïsten! Want de Jood blijft Jood. Ja, hoor ik u redeneren, er bestaan ook zwarte atheïsten. Een rake bemerking, maar: Jood is geen ras. Joden uit Siberië zijn vaak hoogblond en Joden uit Jemen negroïde. En vervolgens kreeg ik gisteren een artikel onder ogen, geschreven door een dominee, dat de Joden zelf een zogenaamde Messias belijdende Jood niet meer als Jood beschouwen. Onwaar! De Jood blijft Jood, ook als hij zijn geloof zegt te hebben afgezworen.  Ook kreeg ik vandaag een telefoontje van iemand die zich keihard voelt aangevallen door een mede-jood, die niet Joods is, over een politieke kwestie. Maar de aanvaller is echt niet Joods, maar wordt door de samenleving wel als zodanig beschouwd omdat hij een Joodse betovergrootvader had van vaders kant en een duidelijk herkenbaar Joodse achternaam heeft geërfd. Omdat het belangrijk is om juist in deze periode contacten te onderhouden met alleenstaanden, belde ik vandaag een man die net met pensioen is gegaan. We babbelden wat en hij vertelde mij dat zijn Marokkaanse buurman hem vroeg wanneer hij nu teruggaat naar Israël nu hij niet meer hoeft te werken. Voeg daar nog aan toe dat ikzelf zojuist een e-mail ontving met een compliment voor mijn goede beheersing van de Nederlandse taal en, ik heb het al vaker vermeld, de verbazing als ik vermeld dat ik in Amsterdam ben geboren, want men dacht dat ik uit Israël kwam. Om het nog iets complexer te maken: ik ken een scala aan Joden die bijna principieel niet naar de synagoge komen, maar als ze op vakantie gaan (als u nog weet wat dat is!) steevast synagogen bezoeken. En zelfs als ze duidelijk tegen keppels en baarden zijn, mij toch enthousiast op het vliegveld sjalom groeten, op een manier die doet denken dat we elkaar al eeuwen kennen. Kortom: Jood-zijn is iets heel dieps en misschien is daarom ook het antisemitisme, als een soort tegenpool, ook zo diep en bijna onverklaarbaar.  

     

    Omdat een journalist mij benaderde met de vraag wanneer nou eigenlijk iemand Joods is, heb ik er maar een dagboekje aan gewijd. Ik had namelijk wel twee loei interessante gebeurtenissen kunnen vermelden die vandaag mijn rabbinale revue passeerden, maar helaas. Ik weet dat mijn schrijfwijze als openhartig wordt gezien, maar vaak kan ik de echte interessante dagelijkse gebeurtenissen vanwege vertrouwelijkheid niet delen. U, beste dagboekenier, zult het dus vaak met de minder spannende gebeurtenissen moeten doen. En dus vandaag een uitleg in het ogenschijnlijke doolhof van de vraag wie er nou eigenlijk Joods is. En waarom die vraag vandaag beantwoorden? Vanwege die journalist die er geen (Joods) touw meer aan kon vastknopen.

     

    Het schilderijtje, waarover ik gisteren schreef, is aangekomen. We gaan het een ereplaats geven aan de muur vanwege de emotionele waarde die eraan gekoppeld zit. Alleen wordt het lastig zoeken omdat bijna al onze muren al bezet zijn met boeken. Ik wens mezelf en ons allen geen groter probleem dan een muur vol Joodse geschriften.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • YouTube met echte mensen en echte lichtjes, Dagboek van een Opperrabbijn 16 december 2020

    Het was vandaag wel en niet gezellig. Wel gezellig omdat we onze kleinkinderen in Nederland Chanoeka-geld zijn gaan brengen. Maar niet gezellig vanwege een woedende e-mail die ik kreeg. Niet woedend op mij, maar ik was de uitverkorene om het probleem op te lossen! Wat was, en is nog steeds, het probleem? De briefschrijver is een student, die naar ik begrijp tot de categorie eeuwige studenten behoort. Dat eeuwige zit echter niet vast aan het studeren. De student heeft al meer dan tien jaar een betalende baan en is sindsdien niet meer op de universiteit geweest. Maar voordat hij afgestudeerd was, was hij dus student en was daarom lid van een Joodse Gemeente tegen betaling van een studententarief. Maar inmiddels heeft de eeuwige student, die niet meer studeert, dus een baan, een echtgenote en twee kleine kinderen. Qua gezin is hij dus uitgebreid ten opzichte van zo’n tien jaar geleden. En ook qua inkomen. Maar, en nu komt het, zijn lidmaatschap van de Joodse Gemeente zit nog onveranderd op het studentenniveau! Hij was daarop door de penningmeester geattendeerd, maar het kwam niet verder dan attenderen. Want verzoeken van de penningmeester werden gewoon niet beantwoord. En dus toen er recentelijk, ondanks de corona, een Chanoeka feestje was met 1.5 m afstand en alle anderen RIVM-verordeningen, werd hem verzocht om, gelijk niet-leden, een bescheiden bijdrage te leveren aan het feestje. En omdat de eeuwige niet studerende student van mening is dat leden niet hoeven te betalen voor een feestje van de Joodse Gemeente en hij en zijn dochtertje dus onder de categorie leden vallen, weigerde hij een kleine bijdrage die nodig is om de kosten te dekken. En dus ontstonden er ‘woorden’ en liepen vader en dochtertje boos weg. En wat doe je dan als je thuiskomt? Een brief met een zware klacht naar Jacobs. Ik mag het dus kennelijk oplossen! Maar ik doe hieraan even niet mee! Ik heb gewoon de klacht doorgestuurd naar de penningmeester van de desbetreffende Joodse Gemeente.

     

    Ma Nisjtana – Wat verschilt dit jaar Chanoeka van alle andere jaren Chanoeka? Alle andere jaren Chanoeka kan de Menora zonder problemen ook buiten worden aangestoken, dit jaar geeft dat problemen. En dus waren er verschillende Joodse Gemeenten die ervoor kozen om maar niets te doen dit jaar en andere Joodse Gemeenten waren van mening om juist dit jaar extra actief te zijn. Andere jaren had ik hiermee geen enkele bemoeienis, dit jaar werd ik op verschillende plaatsen ingeschakeld om óf het bestuur over de Chanoeka-streep te krijgen óf de burgemeester. En daar waar ik werd ingeschakeld of (stiekem) mezelf inschakelde kregen we óf buiten óf binnen een gloedvolle Chanoeka bijeenkomst. De laatste hobbel is morgen. Bourtange, de 31ste keer. Op het Marktplein wordt het toch niet, maar in de synagoge wel. Met helaas  een heel klein aantal aanwezigen. Maar in aanwezigheid van een paar journalisten die het Chanoeka-wonder in Bourtange breed zullen laten stralen in de extra duisternis van dit corona-Chanoeka-jaar tot ver buiten de muren van de Vesting.

     

    En die extra brede uitstraling zien we nu al! Kijk even naar de synagoge van Middelburg https://www.youtube.com/watch?v=FbVUX-511t0. En als u gaat zoeken vindt u dat de YouTube van de eerste avond gezien is door meer dan 4.400 geïnteresseerden en het SGP-programma over Israel, waar achter mij de menora brandde, heeft al 6.500 kijkers mogen verwelkomen. Ook het programma van de CU dat de titel droeg: “Licht in het Parlement” staat op een blog (vraag me niet wat dat betekent!), maar ook op twitter en daar was het een paar dagen geleden meer dan 10.000 keer bekeken.

     

    En dus, ondanks de extra corona-duisternis, is het licht van de Menora dit jaar (met nog één dag te gaan) waarschijnlijk veel breder gekomen dan andere jaren. Wat leren we hieruit? Dat we ook andere jaren meer gebruik moeten maken van social media, maar dan wel samen met het echte aansteken. Want voor mij blijft dat vlammetje voor het Stadhuis met mensen die echt voor me staan indrukwekkender dan de vele YouTube ’s, hoe mooi, indrukwekkend, professioneel en warm ze ook mogen zijn. Hoewel: bij sommige lokale Joodse Gemeenten waren de YouTube ‘s een beetje sukkelig waardoor de leden van de joodse gemeente wel de Menora konden zien, maar nagenoeg niets konden horen. Dus volgend jaar dus gewoon weer in de open lucht met goede livestream, zoom en/of YouTube.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ze hebben mijn schoonvader niet kapot gekregen, Dagboek 4 november 2020

    Aanstaande zondag wordt de Kristallnacht herdacht. Uiteraard, helaas, zonder publiek. Met weemoed, als je zo kunt spreken over een herdenkingsbijeenkomst, denk ik terug aan al die jaren dat ik aanwezig was in de Portugese Synagoge in Amsterdam. Toch kan het heel wel zijn dat juist dit jaar er meer deelnemers zullen zijn. Gisteravond sprak ik namelijk via Livestream over “Gebed in de Joodse traditie”. Als er een volle zaal zou zijn geweest, dan hadden we misschien honderd deelnemers gehad. Maar nu waren het minstens vier keer zoveel, en dit dan nog even los van mensen die op een later tijdstip gaan kijken. Overigens was ik wel enigszins beducht dat er veel minder kijkers zouden zijn dan gewoonlijk als ik via Livestream spreek, vanwege de persconferentie van premier Rutte. Ik had vermoedelijk wel iets minder kijkers dan de premier, maar toch, volgens de deskundigen, had ik een hoge score! Toen ik begon te spreken bekroop mij wel even het negatieve gevoel dat er geen hond zou luisteren. Maar dat gevoel werd meteen in de kiem gesmoord omdat de presentatrice, Sara, haar hondje had meegenomen die zonder een keer te blaffen de hele lezing braaf heeft gevolgd.

     

    Het is dus bijna zeker dat er dit jaar veel meer ‘aanwezigheid’ zal zijn bij de Kristallnacht herdenking, die via een of andere inloglink te volgen zal zijn, dan vorige jaren. 

     

    ‘Joods bij de EO’ wil graag na afloop van de uitzending van zondag 16:00 uur een reactie van mij in hun tv-uitzending later die avond NPO2 om 23:00 uur. En dus zat ik vandaag van 12:15 uur tot 15:30 uur in de synagoge van Amersfoort met een cameraploeg die 8:40 minuten heeft opgenomen met mijn reactie en dan ook nog 3:53 minuten van Eddo Verdoner, voorzitter van het CJO, het Collectief Joods Overleg. Overigens was de cameraploeg al in de synagoge om 11:00 uur. Dus al met al: vier en een half uur opname voor 12 minuten en drieëndertig seconden uitzending. Maar het gaat wel een mooie uitzending worden vanuit de prachtige oudste-in-gebruik-zijnde synagoge van West-Europa, met ook nog wat beelden van de pittoreske omgeving, de binnenstad van Amersfoort.

     

    Op tafel staat bij ons een 24-uurs kaarsje te branden, net aangestoken. Mijn vrouw heeft Jaartijd van haar vader. Jaartijd is de sterfdag. Acht jaar geleden is hij in Londen overleden. Hij was een Refugé Polonais, een Pools vluchteling. Maar dat was hij dus geheel niet. Hij is een overlevende van de USSR, de Sovjet-Unie, en van de Duitsers. Na de oorlog in Poking, een ontheemdenkamp in Duitsland, opgevangen door de Joint, een Amerikaans Joodse organisatie die Joodse vluchtelingen hielp. Vandaar naar Parijs, Dublin en tenslotte beland in Londen. Daar heeft hij de Britse nationaliteit aangenomen, maar hij bleef vijf jaar ouder dan hij was vanwege de valse papieren als Refugé Polonais. Dus vijf jaar langer moeten doorwerken en in het ziekenhuis moest er steeds worden uitgelegd dat hij jonger is dan hij was, want 65 is niet gelijk 70. En 90 is net iets ouder als 85! Hij kreeg overigens vaak te horen door de artsen dat hij er jonger uitzag dan hij was. Mijn schoonvader heeft een geschiedenis meegemaakt onder het communisme, die hier in Nederland nauwelijks bekend is. Alleen het communisme was goed. Anders denken was een doodzonde, een staatsgevaarlijke activiteit waarop verbanning naar Siberië stond, ondervraging door de NKGB, martelingen, uithongering, veelal tot de dood erop volgde. Ieder was verplicht gelijk te denken. Vrijheid van meningsuiting werd beschouwd als een poging om het regime omver te werpen…….Hoe dankbaar moeten wij dan zijn met onze vrijheid van Godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Hoewel: een telefoontje van een oude wijze dame. Ze maakt zich zorgen en geeft aan dat ze mij een gekke vraag gaat stellen. Wat is mijn mening over de vrijheid van pers. Wat vind ik ervan dat alles vandaag gezegd mag worden. Cartoons gemaakt mogen worden die andere godsdiensten belachelijk maken. Ze refereert aan de afschuwelijke aanslag in Wenen, die van geen kant goed te praten is. Maar is het juist dat….. Mijn mening als rabbijn en als mezelf is dat vrijheid van godsdienst een groot goed is, dat we moeten koesteren. Ook vrijheid van meningsuiting, is goud waard. Kijk hoe mijn schoonvader heeft geleden onder een gezag dat godsdienst en vrije meningsuiting verbood op straffe van verbanning. En toch ben ik de mening toegedaan dat ook godsdienstvrijheid zijn beperkingen moet hebben en idem vrijheid van meningsuiting. Stel ik richt vandaag een nieuwe godsdienst op en een van mijn Tien Geboden is om ieder medemens van het vrouwelijk geslacht in het gezicht te spuwen. Moeten we dat dan tolereren? En het tweede gebod oproept om alle ongelovigen te doden. Mag ik dat klakkeloos aanvaarden, vanwege vrijheid van Godsdienst? En hetzelfde geldt ten aanzien van vrijheid van meningsuiting. We moeten innig dankbaar zijn dat ieder zijn eigen mening mag vormen en uiten. Maar ook daar dienen er beperkingen te zijn. Als mijn mening andersdenkenden vervloekt of hun Godsdienst diep beledigt, dan wordt er misbruik gemaakt van de vrijheid van meningsuiting en vereist die vrijheid een grens die niet mag worden overschreden. 18 Chesjwan, morgen dus, is de Jaartijd van mijn schoonvader. Vanavond dus begonnen, omdat de nacht voorafgaat aan de dag op de Joodse kalender. Maar vandaag was het 17 Chesjwan. De dag waarop de hele Joodse gemeenschap van Bobroisk, niet ver van Moscou, in 1942 werd uitgeroeid door de moffen, nadat ze Rusland waren binnengevallen. Een klein meisje van twee jaar die bij niet-joden in huis was, heeft het overleefd. Maar niemand weet waar ze is en wie ze is. Bobroisk was de geboorteplaats van mijn schoonvader. Zijn ouders, hun gezin en familieleden waren nog net op tijd uit Bobroisk gevlucht. Waarheen? Niet meer te achterhalen. Velen zijn in weeshuizen terecht gekomen, anderen moesten het leger in, weer anderen verbannen naar Siberië en weer anderen in Duitse concentratiekampen vermoord. Mijn schoonvader had acht kinderen, zevenenzestig kleinkinderen en bijna twee honderd achterkleinkinderen toen hij het aardse bestaan acht jaar geleden inruilde voor een hoger leven. Niet het communisme en niet de nazi’s hebben hem kapot gekregen!

     

    Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Zegt u maar jij. Dagboek van een Opperrabbijn 24 november 2020

    Een voormalig leerling van mij ging solliciteren bij een niet nader te noemen instantie. Om die baan te krijgen moest er eerst een sollicitatiegesprek zijn. Twee weken geleden had dat plaatsgevonden. Voordien had hij mij advies gevraagd wat wel te vermelden en wat achterwege te laten. Onwaarheden vermelden, liegen dus, is absoluut niet toegestaan, maar het is niet altijd noodzakelijk en verstandig om ongevraagd alles ter sprake te brengen. Ik legde hem uit hoe mijns inziens het best zo’n gesprek in te gaan en om voor het begin van het gesprek aan de personeelschef, die ik toevallig kende, mijn hartelijke groeten over te brengen. Zogezegd, zo gedaan. Na een goed kwartier stond hij alweer op straat, terwijl voor zo’n gesprek een uur is uitgetrokken. Uitslag zou per e-mail worden bekend gemaakt. Vandaag ontving hij per e-mail de mededeling: aangenomen! En dus kreeg ik, meteen vandaag nog, per e-mail achter in mijn auto het mooie bericht met de toevoeging: dankzij uw groeten heb ik de baan gekregen. Zo’n e-mail achter in mijn auto ontvangen doet me goed. Ik heb van tijd tot tijd bevestiging nodig. Wat me niet goed doet is het achter in de auto zitten. Ik vind dat gewoonweg gênant. Helaas vanwege corona heb ik geen keus, maar dat als een koning achter in de auto zitten, stuit me tegen de borst. Als ik een taxi neem, ligt dat anders. Zo’n chauffeur wil liever niemand naast zich hebben, automatisch neem je achterin plaats. Maar een onbezoldigde chauffeur die mij rijdt omdat hij dat plezierig vindt, niet naast hem gaan zitten, ervaar ik als gênant. Überhaupt vind ik het lastig om ergens vooraan te gaan zitten, terwijl dat wel van mij verwacht wordt. Vaak, als ik ergens acte de préséance moet geven, word ik opgewacht door een delegatie, word ik naar mijn plaats begeleid, braaf handjes geven en vriendelijk knikken, vooral niemand vergeten. Ik kan daar eigenlijk helemaal niet tegen. Reden? Ik ben van nature verlegen. Misschien ziet u dat niet aan mij af, maar dat is wel de waarheid. Alleen ik besef dat ik vanuit mijn positie vooraan moet staan, ongeacht in welke hoedanigheid ik aanwezig ben, in functie of privé. Er bestaat voor mij nauwelijks een privé, zoals er ook bijna geen in functie bestaat: ik ben altijd en onder bijna alle omstandigheden ‘Rabbijn’. En in het spaarzame geval dat ik even niet als rabbijn herkenbaar aanwezig ben, ben ik toch nog altijd de zichtbare orthodoxe Jood. Je kunt het vergelijken met een rechter in toga die de Rechtbank betreedt als iedereen al zit. “De Rechtbank”, wordt uitgeroepen, waarop iedereen zich verheft. Toen ik pas als jonge en nog onervaren rabbijn in Nederland arriveerde en ik voor de eerste keer in de synagoge aanwezig was, kwam een vriend van mij de sjoel binnen en riep duidelijk hoorbaar, de dienst was nog niet begonnen, gut shabbos Binyomin. De toenmalige voorzitter raakte daarover redelijk geïrriteerd en maakte zeer wel duidelijk aan mijn vriendje: Je noemt de rabbijn niet bij z’n voornaam! En tegen mij: mijnheer Jacobs, u bent rabbijn, u wordt geacht steeds enige afstand te bewaren. Hoewel zo’n opstelling niet echt bij mij past, klopt het wel halagisch. Van de Joodse wet wordt een rabbijn geacht enige afstand te houden. Als ik, bijvoorbeeld in Antwerpen, in orthodox Joodse kringen vertoef, word ik in de derde persoon aangesproken. “Heeft u, mijnheer de rabbijn, een goede reis gehad?” Hoewel dit soort protocollaire beleefdheden mij tegen de borst stuiten, hoewel ik er inmiddels toch wel aan gewend ben en het lijdelijk onderga, is het wel van belang. Ondanks mijn jonge leeftijd werd ik ook door mensen die zelfs ouder waren dan mijn eigen ouders, gevraagd te bemiddelen bij bijvoorbeeld huwelijksconflicten. Een collega van mij die zich vanaf dag één bij de voornaam liet noemen, werd nooit gevraagd voor dit soort problematiek. Gevolg is wel dat hij nog steeds lijdt onder het gevoel niet met respect behandeld te worden en het niet aanvaardbaar vindt dat hij publiekelijk met zijn voornaam wordt aangekondigd. De witte jas van de dokter heeft een functie, gelijk de toga van de rechter. En dus schik ik me al jaren in mijn lot. Dit betekent overigens niet dat bijvoorbeeld de geneesheer-directeur van het Sinai Centrum en ik elkaar met U aanspraken. Absoluut niet. Maar als we over elkaar spraken, bijvoorbeeld bij een toespraak, was het Dr. Lansen en Opperrabbijn Jacobs. Doet me even denken aan: zegt u maar jij, want ik haat u.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/