Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Binnen 24 uur begraven! Dagboek van een Opperrabbijn, 11 oktober 2020

    Ik had me een plezieriger Hosjana Rabba voorgesteld. Hosjana Rabba is de laatste dag van de tussendagen Soekot, de laatste dag dat we, als we in de soeka een maaltijd gebruiken, de lofzegging over de Soeka uitspreken. Een lewaja, begrafenis. Een goede bekende van mij, een klinisch psycholoog, die ooit zo’n 35 jaar geleden af en toe een sjabbat bij ons doorbracht. En vervolgens ontmoette ik hem ieder jaar bij de herdenking van de ‘ontruiming van het Apeldoornsche Bosch’, het Joodse psychiatrisch ziekenhuis in Apeldoorn en af en toe hadden we professioneel contact. Hij stuurde cliënten naar mij en ik ook naar hem. Hij was een ‘mensch’! Klaar staan voor de medemens in geestelijke nood, was zijn devies.

     

    Maar enige maanden geleden belde hij mij op, huilend. Ernstig ziek. Hij wist dat hij het niet zou halen. Ik hoop dat ik hem nog een beetje tot steun heb kunnen zijn. Zijn wens was dat ik de lewaja zou leiden en dat hij begraven zou worden op de begraafplaats waar velen van zijn familieleden ook begraven hadden willen worden…….en dus naar Zutphen gereden op deze feestelijke Soekot dag. Het zal u wellicht verbazen, maar ik kan hier helemaal niet tegen. Nooit heb ik kunnen wennen aan begrafenissen, zeker niet als het schrijnende gevallen betreft en er nagenoeg geen familie is en geen nazaten. Hij was een goed mens, stond klaar om te helpen en heeft er nog met veel inzet voor gezorgd vanaf zijn ziekbed dat zijn cliënten werden overgedragen aan andere therapeuten.

     

    Het was indrukwekkend hoe de kleine Joodse Gemeente Stedendriehoek binnen 24 uur alles heeft weten te regelen opdat de lewaja nog voor de Sjabbat en de Jom Tov kon plaatsvinden: Verlof tot begraven, transport, wassing, graf delven en de lewaja met minjan zodat alle gebeden konden worden uitgesproken! Kol hakawod – een prestatie! Ook hadden ze nog een cameraman en een geluidsman georganiseerd zodat de familie in Israël toch nog een beetje aanwezig kon zijn. Meer dan driehonderd mensen hadden meegekeken, vertelde de cameraman mij na afloop. Was de begrafenis toch nog aanzienlijk minder eenzaam dan ik aanvankelijk verwachtte.

     

    Inmiddels is het zondagavond en waren we Sjemini Atseret (het Slotfeest) en Simchat Thora (Vreugde der Wet) in Amsterdam bij onze zoon, schoondochter en de kleinkinderen (met inachtneming van de 1.50 m. We hadden zelfs een eigen appartement). Even weg van alles. Vanwege Jom Tov geen e-mail, geen Whatsapp en zelfs geen krant en radio. Wel corona, niet corona, het is even aan mij voorbijgegaan. Naar welke sjoel ik was in Amsterdam? Twee bekende vooraanstaande leden van de Joodse Gemeente Amsterdam, hebben direct na de eerste coronageluiden in de tuin een grote tent met verwarming, stoelen en eenpersoons tafeltjes gekocht en sindsdien is daar twee keer daags coronavrij sjoeldienst. Ik mocht daar sjabbat en zondag alle Jom Tov diensten bijwonen, want het aantal aanwezigen moet uiteraard beperkt blijven. Geweldig! Wat een gastvrijheid en wat een sfeer en saamhorigheid.

     

    Ondertussen zit ik in dubio over Ysselsteyn. Ysselsteyn, hoor ik u denken. Er gaat weer een herdenking plaatsvinden op de begraafplaats in Ysselsteyn waar Duitse soldaten begraven liggen, waaronder ook grote schurken en verraders die vele Joden de dood in gedreven hebben. Hiertegen is nu een petitie in omloop. Voor mij is het duidelijk dat dit niet aanvaardbaar is, maar voordat ik teken wil ik toch eerst weten hoe de vork precies in de steel zit. Want het gerucht gaat dat notabelen als Hirsch Ballin en Donner deze herdenking steunen en daar zullen ze zeker een reden voor hebben. Anderzijds zie ik dat het prominente lid van mijn persoonlijke adviesraad, Hans Knoop, ook de petitie heeft getekend. Wat is mijn twijfel? Mijn oma had een achterneef die met een niet-joodse vrouw was getrouwd. Hij was in 1938 uit Duitsland gevlucht, vrouw en kinderen achterlatend in Hamburg. Zijn kinderen werden gedwongen als soldaten op het Oostfront te vechten….Ik herinner mij dat ik met mijn ouders die achterachterneven van mijn vader als kind heb ontmoet. Voelt u mijn dubio om te tekenen? Zeer velen van die omgekomen Duitse soldaten waren niet per se ‘fout’, Ik ga dus eerst natrekken alvorens een besluit te nemen. Want ik plaats nooit zomaar even snel een handtekening!

     

    Overigens heb ik wel een brief ondertekend aan de President van Polen met het dringende verzoek om de wet die export van koosjer vlees verbiedt tegen te houden. Als die wet wordt aangenomen is dat een enorme klap voor Joods Europa. In steeds meer landen wordt koosjer slachten verboden en dus wordt er geslacht in bijvoorbeeld Polen. Maar als dan Polen de export gaat verbieden, hebben we een probleem. Met dierenwelzijn heeft dit echt niets te maken, puur antisemitisme. Het dierenleed in de slachthuizen is zeker een wezenlijk probleem, maar heeft niets te maken met koosjer slachten. Ook het vervoer naar de slachthuizen deugt vaak niet. Maar dat wordt, en ik beperk me maar even tot Nederland, niet aangepakt want de Voedsel en Warenautoriteit heeft het te druk met het zeuren over een paar flesjes wijn uit de zogenaamde Bezette Gebieden! Waarbij ik niet wil zeggen dat de voorstanders van zo’n exportverbod antisemieten zouden zijn, dat weet ik gewoonweg niet. Maar het fenomeen van het verbod op de sjechieta is door de eeuwen heen een voorloper geweest van Jodenvervolging. De eerste wet die in Nederland na de bezetting werd uitgevaardigd door de bezetter was, in juni 1940: verbod op koosjer slachten.

     

    Ondertussen ontving ik weer een verzoek om na te gaan of iemand die nu in Israël woont nog familie heeft in Nederland. In dit specifieke geval kwam de vraag bij mij vanuit een organisatie die tegen betaling dit soort onderzoeken doet. Maar dat opsporingsbedrijf komt er niet uit en dus: Gewoon Jacobs vragen om diep in archieven te gaan duiken, zelf uit te vissen of die archieven überhaupt bestaan en hopend dat Jacobs met minimale informatie de speld in de hooiberg kan vinden. Jacobs mag dus het werk doen en het bedrijf int de gelden! Daar pas ik dus netjes voor. Ik help graag, ben bereid ingewikkelde klussen op te lossen, maar ik weiger misbruikt te worden.

     

    De Feestdagen liggen achter ons, de soeka ga ik morgen afbreken en dan naar Den Haag. Een afspraak met de ambassadeur van Polen over die brief aan zijn President. De rust van twee heerlijke dagen is voorbij.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Alle Nederlanders zijn een beetje calvinistisch

    Het is nu 4:30 uur in de ochtend. Ik ben op, heb 5 uur geslapen en voel me heerlijk uitgeslapen. Het nadeel van die korte nachten is dat ik dan ergens overdag toch de neiging vertoon om een half uurtje iets minder goed bij de les te zijn.

     

    Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en dus zit ik achter mijn computer om mijn dagprogramma in te vullen, want het moge dan zo zijn dat ik qua stroming binnen het Jodendom tot het chassidisme behoor, van huis-uit ben ik een typische jekke. Morgen zal ik dat nog uitleggen, maar het komt erop neer dat ik nogal georganiseerd ben. Niets mis mee, hoor ik u denken. Klopt, want de meeste Nederlanders zijn ook georganiseerd. Alle Nederlanders zijn ondanks verschillende geloven, toch een beetje calvinistisch. Tien uur is tien uur. Niet vijf voor tien en niet tien over tien.

     

    Als iemand met mij een afspraak heeft om elf uur dan zie ik ze soms al om een paar minuten voor elf voor de deur staan, maar om precies elf uur bellen ze aan. Zo zitten wij Nederlanders in elkaar. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar af en toe gaan we iets te neurotisch om met onze punctualiteit. En dus moet ik voor mezelf weten wat ik vandaag moet doen. Agenda: mijn toespraak voorbereiden voor Jom Kippoer; dagboek voor vandaag; voor morgenavond een Zoom-les voor de Joodse gemeenschap voorbereiden; toespraak voorbereiden voor zondagochtend op de begraafplaats te Haarlem; een paar pastorale telefoontjes; mensen bedanken voor de bloemen die we voor Rosj Hasjana ontvingen. Dat is het, maar ik moet altijd ruimte hebben voor het beantwoorden van e-mails en het te woord staan van mensen die me bellen.

     

    Die oningevulde ruimte, die iedere dag zichzelf vult, is de dagelijkse onzekere factor in mijn agenda waarmee ik rekening moet houden. Overigens ben ik vergeten te vermelden dat ik om 14:30 uur naar Den Haag moet voor de opening van een tentoonstelling op de ambassade van Litouwen. De tentoonstelling genaamd “Kindness of one’, is geïnspireerd door de Japanse diplomaat Chiune Sugihare en de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk, die beiden in Kaunas (Litouwen) aan duizenden Joden ‘visas for life’ hebben uitgereikt in een paar dagen tijd en met hun heldendaad duizenden Joden het leven hebben gered. Na de oorlog werd Sugihare in Japan ontslagen en heeft Jan Zwartendijk in plaats van erkenning en een meer dan verdiende Koninklijke Onderscheiding, een reprimande gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van deze illegale visums.

     

    Boosheid voel ik in mezelf opkomen als ik dan eraan denk dat de burgemeester van een plaats in de nabijheid van Utrecht, zo werd me gisteren door iemand verteld, geheel vrijwillig en nog voordat het van burgemeesters werd gevraagd door de nazi's, reeds een lijst met Joden had gemaakt. Soms is het braafste-jongetje-van-de-klas-zijn een kwalijke en criminele eigenschap. Hier moest ik gisteravond ook even aan denken toen ik onze minister van Buitenlandse Zaken vanuit Brussel hoorde vertellen dat het besluit om de oppositie in Wit-Rusland te steunen niet meteen ten uitvoer kan worden gebracht want er moet eerst nog een formele weg worden bewandeld via het ambtelijke EU-apparaat. En ondertussen worden de moedige demonstranten in Minsk en in vele anderen steden hardhandig de gevangenissen ingetrapt…. Ik verlaat dit dagboek nu even, want me opwinden zo vroeg in de ochtend is niet gezond. Ik ga nog even een uurtje naar bed. Tot straks!

     

    Inmiddels 22:30 uur en een volle dag achter de rug. De bijeenkomst in de ambassade van Litouwen was fijn, waardig en indrukwekkend. Een telefoontje van iemand die mij ooit ergens had ontmoet. Of ik contact kan opnemen met een hoogbejaarde dame bij wie de oorlog weer helemaal bovenkomt. Ook nog even een aanbevelingsbrief geschreven voor de aanvraag van een Koninklijke Onderscheiding voor iemand die het echt verdient. En een verzoek om voor iemand anders ook zo’n aanbevelingsbrief te schrijven. Maar of ik dat wil doen weet ik niet. Soms weet ik namelijk te veel…

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Antisemitisme op Jom Kippoer in Zweden

    In Brussel was vandaag een conferentie met verschillende Europarlementariërs georganiseerd door EJA, de European Jewish Association. Onderwerpen: veiligheid, koosjer slachten, besnijdenis. De hele conferentie uiteraard via zoom met slechts enkelen fysiek aanwezig, waaronder mijn persoon. Om 10:15 uur vertrokken en zojuist weer thuis aangekomen, precies 12 uur later. De vertegenwoordiger van Zweden mv. Saskia Pantell, voorzitter van de Zweeds-Israëlisch samenwerkingsverband, had afgezegd vanwege de nazi-demonstraties op Jom Kippoer.

     

    U leest het goed. Demonstraties tegen Joden op Jom Kippoer in Zweden waar slechts een handjevol Joden woonachtig zijn. Geen demonstratie tegen Israël, maar gewoon puur tegen de Joden. Joodse Zweden kregen brieven in hun bus met o.a. de opmerking dat Joden hun kinderen besnijden om kinderbloed te kunnen proeven. Kijkt u hier maar even. Ik hoop dat de Nederlandse media hieraan ook aandacht willen besteden ondanks het feit dat de demonstratie en de antisemitische folders niet tegen Israël waren gericht. Mijn fijne en optimistische Jom Kippoer gevoel was plotsklaps verdwenen. Niet goed.

     

    De Israëlische minister van Diaspora Mv. Omer Yankelevich deed ook mee aan de conferentie, als zoomer. Duidelijk stelde zij dat om als Joods volk te overleven wij niet onze keppeltjes moeten gaan verbergen of anderzijds ons moeten verstoppen. Integendeel: om te overleven moet de Joodse gemeenschap zijn identiteit juist behouden en versterken. Maar om antisemitisme te bestrijden moeten er ook coalities worden gevormd met niet-Joodse groeperingen, hetgeen we in Nederland duidelijk doen.

     

    Duidelijk werd verwoord dat antisemitisme van alle kanten komt: extreemrechts, extreem-links en Moslimextremisme. Om te voorkomen dat ik te depressief zou worden heb ik maar naar mijn autogarage gebeld om te vragen wanneer mijn nieuwe leaseauto klaarstaat. De auto was inmiddels wel al gearriveerd. Mijn depressie was al bijna verdwenen.

     

    Maar denkend aan de nieuwe auto dwaalden mijn gedachten af naar Jom Kippoer: G’d vroeg ons echt niet in welke auto wij hebben gereden. Wel zal Hij ons hebben gevraagd of wij onze medemensen geholpen hebben om op de juiste plaats aan te komen, hun doel te bereiken. G’d vroeg ons ook niet hoe groot ons huis was, maar wel hoeveel gasten er over de vloer kwamen. G’d zal ook geen navraag hebben gedaan over de grootte van onze klerenkast, onze garderobe, maar Hij zal wel graag weten hoeveel arme mensen we hebben mogen kleden. En, zo kwam het in mijn gedachten op, zal G’d ook niet geïnteresseerd zijn geweest in het aantal vrienden dat wij hadden, maar wel zal Hij benieuwd zijn aan hoeveel medemensen we vriendschap hebben gegeven. En tenslotte is het zelfs niet belangrijk in welke buurt we woonden, maar essentieel is wel hoe we omgingen met onze naasten.

     

    Ondertussen werd er gesproken over de veiligheid en beveiliging van synagogen en andere Joodse gebouwen. De veiligheidsdeskundige waarschuwde dat politici de neiging hebben te vergeten want het is alweer een tijdje geleden dat er een terreuraanslag heeft plaatsgevonden. Het moge stil zijn, maar de vijand slaapt niet en dus, waarschuwde de EU-deskundige, mogen de Joodse instellingen niet indommelen.

    Het was het dagje wel. Na overleg met mijn (lijf)arts zag hij geen bezwaar aan mijn deelname aan deze EU-conferentie, mits 1,50 m social distance, handen wassen en ventilatie, ventilatie, ventilatie. Ondertussen heb ik ervoor gezorgd dat ik de conferentie voor 18:00 uur heb verlaten zodat ik geen verplichting/advies heb om in quarantaine te gaan. Onderweg nog een hele tijd stilgestaan op een parking voor een belangrijk telefoongesprek.

     

    En nu dus thuis en rustig naar bed, dacht ik. Want er kwam nog een telefoontje want er was iets misgegaan bij een begrafenis. De functionaris functioneerde niet, was niet genoeg zichtbaar en kwam knullig over, zo in het kort was de inhoud van het gesprek dat ik met de zoon mocht voeren. Ik voel me schuldig, want ik had dus de lokale jonge rabbijn beter moeten uitleggen hoe e.e.a. in z’n werk gaat. Een gemiste kans. Juist bij een begrafenis is de pastorale zorg zo heel erg belangrijk. Of de kritiek op de rabbijn terecht was of niet, is niet relevant: het blijft een triest gegeven dat de zoon en ook de kleinkinderen met een naar gevoel zijn blijven zitten, en dat had niet gehoeven…..

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Beroepsgeheim! Dagboek van een Opperrabbijn 19 oktober 2020

    Vandaag kon ik min of meer de hele dag niet op de computer want er werd een nieuwe geïnstalleerd. Ik was redelijk bevreesd omdat het een hoogwaardige computer ging worden met daaraan ook een hoogwaardig prijskaartje. Ik wachtte al enige maanden tot het nieuwe wonder eindelijk vandaag zou arriveren. Waarom niet een eenvoudige goedkope die direct leverbaar was?  Bij een goede bekende, een oud-leerling, advies ingewonnen en toen kwam er dus een combinatie uit van een kleine lichte laptop en een groot zwaar scherm met toetsenbord en ingebouwde camera. Het grote scherm voor thuis op mijn Opperrabbinaal Hoofdkantoor (mijn Rabbinaat heeft de afmeting van één vierkante meter en bevindt zich in de hoek van onze woonkamer) met de kleine zeer lichte laptop die het scherm aanstuurt. Maar die kleine lichte laptop kan ook makkelijk meegenomen worden zodat ik zelfs vanuit de auto (als ik niet zelf achter het stuur zit!) verder kan met het beantwoorden van e-mails, het schrijven van mijn dagelijkse dagboek, het in elkaar fabriceren van Rab@Rik - levenslessen van de Opperrabbijn - dat op www.cip.nl verschijnt, het bekijken van diverse documenten en archieven, het in contact blijven met buitenlandse collega’s enz.  De operatie, het overzetten van al mijn gegevens, die bijna een hele dag duurde, viel mee. En u, beste dagboekenier, heeft de primeur om de eerste productie te mogen ontvangen. Lijst dus s.v.p. dit dagboek in, wie weet wat voor waarde dit in de toekomst zal krijgen!

     

    Hoewel dus per e-mail vandaag moeizaam bereikbaar, werkte de telefoon normaal. Weer van alles en nog wat door mekaar. Maar ik observeer iets vreemds. Regelmatig word ik gevraagd om naspeurwerk te verrichten over Joodse afkomst. Maar het aantal dat mij deze weken bereikt is wel erg groot. Met maar liefst zes gevallen ben ik bezig, bijna allemaal van niet-Nederlanders wier ouders of grootouders uit ons land afkomstig zijn. Bij bijna allemaal weten of vermoeden ze sinds kort dat ze afkomstig zijn van Joodse voorouders. Bij allen hadden de grootouders na de oorlog alles in het werk gesteld om de Joodse afkomst te verbergen en sinds kort is dat dan toch uitgekomen. En dus gaan de nazaten op zoek naar hun afstamming en dan kom je uiteraard uit bij de rabbijn, waar anders zou ik bijna zeggen. Ik voel me soms een gediplomeerd Joods vuilnisvat. Ik ben nu bezig met twee Nederlandse gevallen, een uit Nieuw-Zeeland, een uit Israel, een uit België en een heel lastige uit de voormalige Sovjet-Unie. Lastige klusjes die enerzijds een heel zakelijke aanpak behoeven, anderzijds erg gevoelig en emotioneel liggen. Ik heb het gevoel dat dit soort identiteitsproblematiek wordt aangewakkerd door het vele thuiszitten en ook door de confrontatie met de relativiteit van het leven, het wegvallen van zekerheden, die nu toch minder zeker blijken te zijn.

     

    Vragen of wij iemand kennen die een geschikte huwelijkspartner zou zijn voor zoon of dochter bereiken ons ook regelmatig, maar die zitten in de portefeuille van Blouma. Die kent altijd iedereen, weet de juiste vragen te stellen en heeft erg vaak al voor het kennismakingsgesprek per telefoon al een paar ideeën. Maar dan is er nog niemand getrouwd, zo snel gaat het ook weer niet. Deze week werden we gebeld door een vader die voor zijn dochter in Israel via een datelijst een keurige jongen had gevonden. Maar wat bleek, de jongen oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, had niet de hele waarheid over zichzelf opgegeven. En aan mij nu het verzoek of ik even de datasite kan aanspreken en/of ook de jongen een reprimande kan geven. Ja, wat moet ik daar nou weer mee, gonsde het door mijn hoofd. Ik ken die jongen nauwelijks tot niet. Maar het probleem loste zich automatisch op. Tien minuten na het telefoontje van de boze vader van het meisje belt de jongen uit Israel me zelf op. Hij heeft een probleem. Moet hij wel of niet meteen nog voor het eerste gesprek het kleine probleem dat hij met zich meedraagt vermelden. Als hij dat doet, zal niemand in hem geïnteresseerd zijn omdat hij a priori zal worden afgewezen. Anderzijds wil hij absoluut de waarheid niet verzwijgen. Na enig flitsend denkwerk heb ik hem een advies gegeven waarmee komende vaders niet boos kunnen worden en hij zonder onwaarheid te verkondigen, zonder bewust te verzwijgen en zonder zijn kansen op de datesite huwelijksmarkt te verkleinen, gewoon verder kan. Wat ik hem heb geadviseerd? Beroepsgeheim!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 17 september 2020

    shofar

      

    Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

     

    Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

     

    Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

     

    En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

     

    En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg - geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht - heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

    Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

    Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

     

    Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

     

    Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

    Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

     

    Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

     

    Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

     

    Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

    לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

              

     

     

     

     

                         

  • Dagboek van een Opperrabbijn 21 sept. 2020, Wie zijn schuldig? Ultraorthodoxe Joden en Arabieren…..

    Vandaag was ik aan het bijkomen van twee dagen Rosj Hasjana. Intensieve dagen en voor het eerst sinds lange tijd weer in de ´echte’ synagoge. De ventilatie was dusdanig goed dat er wordt gekeken of het misschien iets minder kan, om te voorkomen dat de ventilatie weliswaar beschermt tegen corona, maar we worden weggetocht vanwege de ijzige kou. En de helaas benodigde beveiliging was ook helemaal goed, als vanouds, voor de coronacrisis. Uiteraard en helaas waren er minder mensen aanwezig bij de diensten vanwege angst voor besmetting, hetgeen gerespecteerd moet worden, maar niet leuk is. En daarom toch even tot de leden van de Joodse Gemeente die dit jaar verstek lieten gaan vanwege corona: jullie hebben wel wat gemist! Het waren inspirerende diensten.

     

    Anders dan andere jaren was ook het sjofarblazen. De tonen waren uiteraard dezelfde, maar de locatie was aangepast. Ik blies namelijk voor de open tuindeur en dus kon de hele binnenstad meegenieten omdat ik namelijk over een zeer goede blaas beschik (Grapje. Leuk?) De beveiligers kregen van een buurvrouw de vraag of dat geluid uit de synagoge kwam, waarop de niet van humor gespeende beveiliger antwoordde dat het geschal waarschijnlijk afkomstig was van een pand achter de synagoge. Voor de sjoeltuin had zich een groep toeristen verzameld om mee te luisteren! Ik geloof dat het monumentendag was en indien dat niet zo was: het wemelde van de dagjesmensen die de binnenstad aandoen en verrast werden door een echte rabbijn, blazend op een echte ramshoorn in het echte stadshart.

     

    Uitgaande Rosj Hasjana trof ik op mijn WhatsApp: “Voor de Joodse gemeenschap; gelukkig nieuwjaar. Zo mooi, de kruimels die straks in stromend water gestrooid worden als zonden die in het diepst van de zee worden geworpen. Zo goed voor de zoete dagen van inkeer richting Grote Verzoendag Jom Kippoer. Cruciaal, verzoenen brengt ons van ‘steeds opnieuw’ naar ‘nooit meer’, zei ik bij de herdenking van de fatale Slag om Arnhem, die de bevrijding ernstig vertraagde.” De afzender? Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem. Een mooi begin voor het nieuwe Joodse jaar. Meteen na afloop, zondagavond dus, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn van Mariupol die, net bijgekomen van een aanslag, corona had gekregen, via Odessa naar Israel was overgebracht in een privé ambulancevliegtuig en nu in een ziekenhuis in Israel ligt. Omdat ik hem voor sjabbat niet kon bereiken, was ik bezorgd en tijdens de gebeden kwam hij vele keren op in mijn gedachten. G’d zij dank is het goed met hem. Nou ja, goed?  Het ademhalen blijft een probleem, maar het zal goedkomen, verzekerde hij mij. Wat niet goed ging en waaraan ik me blijf ergeren, is de column in het Reformatorisch Dagblad van Alfred Muller. Ik citeer: “De belangrijkste oorzaak (van de tweede lockdown in Israel) is dat te veel burgers het te gemakkelijk hebben genomen om de kansen van de pandemie te verkleinen. Dat was voornamelijk het geval onder ultraorthodoxe Joden en Arabieren.” Terwijl wij in onze gebeden shalom vroegen aan de Eeuwige voor alle inwoners van Uw aarde, kon de heer Muller het niet nalaten om een polariserende opmerking te plaatsen. Het ware netjes geweest als hij zijn Israel column op Rosj Hasjana gebruikt zou hebben om Israel toe te wensen dat meer Israel omringende landen, Arabieren, het pad van de vrede zouden kiezen. Maar ja, denk ik dan heel stout, als er rust komt in het Midden-Oosten, waarover zal Muller dan moeten schrijven? En klopt het dat ultraorthodoxe Joden de coronaregels aan hun laars lappen? Zeker zullen er zijn die dat doen. Maar er zij ook ultra-anti-orthodoxe seculiere Joden die hetzelfde gedrag vertonen. Idem bij christenen, bij Islamieten bij….en bij…. En er zijn ook ultraorthodoxe Joden die fanatiek de coronaregels wel in acht nemen. Maar ja, dat vermelden polariseert niet en trekt dus geen lezers. Maar goed dat ik zijn column pas na Rosj Hasjana las, zodat ik me er op Rosj Hasjana niet aan hoefde te ergeren. En na Rosj Hasjana had ik eerst ook nog de bemoedigende WhatsApp van de Arnhemse burgermeester Ahmed Marcouch gelezen. Ik was dus gelukkig niet van mijn optimistische en goede Rosj Hasjana gevoel af te krijgen. En alsnog, want een goede wens komt nooit te laat: een goed, voorspoedig, gezond en vredig 5781, voor u en voor alle bewoners van Uw aarde.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 30 september 2020

    Doordat ik gisteren de hele dag niet heb bewogen, want ik zat of bij die conferentie of in de auto, ben ik nu al wakker. Het is tien voor drie in de ochtend. En dus heb ik me voorgenomen om dadelijk, als het echt ochtend is en ik het ochtendgebed heb uitgesproken, een stevige wandeling te gaan maken. En de rest van de dag? Vanmiddag komen er een aantal mensen op bezoek. Mensen die anders op mijn Rabbinaat zouden zijn gekomen. Maar omdat ik vanuit huis werk, komen ze nu naar Amersfoort en worden ze ontvangen in de tentsjoel/sjoeltent en niet in ons huis vanwege ventilatie en social distance. En verder zie ik wel wat er op mij afkomt. Of niet. Maar meestal is er altijd wel wat aan de rabbinale hand. Sowieso moet ik mijn zoomcursus voor de 60+, die ik donderdagmiddag ga geven, voorbereiden. Zo’n voorbereiding is qua tijd lastig in te schatten, maar enige uren zal het vergen. En ondertussen, als ik van verveling niet meer zou weten wat te doen, kan ik vast mijn toespraken voor de eerste dagen Soekot, het Loofhuttenfeest, voorbereiden. Dat zullen we in ieder geval al vier zijn. Een voor ingaande Soekot, dus vrijdagavond, een overdag bij de sjoeldienst, dan weer een toespraak zondagavond en dan zondag overdag bij de sjoeldienst. Voor mezelf moet ik wel aantekeningen maken wanneer ik wat zeg. Geen uitgeschreven toespraken, maar wel punten per toespraak op schrift om te voorkomen dat ik niet alle vier de toespraken door mekaar haal. Vier toespreken fabriceren neemt een fiks aantal uren die ik vandaag of morgen zal moeten inplannen.

     

    Maar het regulier kantoorwerk gaat ook door, maar dan vanuit huis. Zojuist een zogenaamde rabbinale verklaring afgegeven. Om lid te kunnen worden van een Joodse Gemeente of om elders in de wereld een Choepa, een Joods religieus huwelijk, te kunnen krijgen of om aan een pasgeboren jongetje een Brit Mila, besnijdenis, te kunnen geven, moet er een bewijs van Jood-zijn worden getoond. En dus wordt er van mij regelmatig om zo’n verklaring gevraagd. Uiteraard geef ik uitsluitend zo’n verklaring af als het Jood-zijn, hetzij van geboorte of vanwege een toetredingsprocedure, bewezen is. In feite heet zoiets een Jood-Verklaring, maar vanwege alle nare mogelijke associaties noem ik dat altijd een Rabbinale-Verklaring. Klinkt iets vriendelijker!

     

    Overigens heeft die boze meneer van gisteren (zijn boosheid was terecht!) het gesprek, nadat ik excuus had aangeboden en toegezegd persoonlijk de plechtigheid rond de onthulling van de grafzerk te zullen leiden, afgesloten met de volgende woorden: “zo, nu ben ik het kwijt en heeft u (dat ben ik dus) het probleem.” Dat deed me denken aan Moos en Saar. Het is midden in de nacht en Moos kan maar niet slapen. “Waarom slaap je niet?”, vraagt Saar. “Nou”, zegt Moos, “ik heb van onze buurman en onze goede vriend Sam tienduizend Euro geleend maar ik zie geen enkele mogelijkheid om het terug te betalen en pieker me dus suf.” Saar begint hierop te bonken op de muur. Sam wordt wakker en brult wat er aan de hand is. “Sam”, antwoordt Saar, “Moos kan je die tienduizend Euro onmogelijk terugbetalen.”  Dit gezegd hebbend zegt ze tegen haar Moos: “Zo, nu kan hij verder piekeren en jij rustig slapen”.

     

    En toch ben ik tevreden dat die boze mijnheer met zijn klacht over de niet goed verlopen begrafenis mij heeft gebeld. Natuurlijk ben ik niet schuldig, maar wel verantwoordelijk en dus was mijn excuus oprecht gemeend en hoop ik dat de boosheid, of beter verwoord de teleurstelling, door mij is overgenomen en bij de familie enigszins verzacht is.  Hij reageerde in ieder geval zeer positief op mijn voorstel dat ik zelf de plechtigheid ga leiden bij de onthulling van de matsewa-grafzerk.

    Maar: Ik heb inderdaad slecht geslapen, maar dat doe ik al jaren!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Dat gaat naar Den Bosch toe Zoete lieve Gerritje; Dagboek van een Opperrabbijn 20 oktober 2020

    Nadat ik gisteravond mijn dagboek had gesloten en verstuurd, ontving ik een bericht dat in Den Bosch, die vriendelijke stad van “Zoete lieve Gerritje”, een demonstratie had plaatsgevonden tegen de corona-maatregelen en dat tijdens deze demonstratie antisemitische kreten pur sang werden gescandeerd. Wie had ooit kunnen bevroeden dat anno 2020 die “Zoete Lieve Gerritje” vanuit mijn jeugd naar Den Bosch zou gaan om daar antisemitische en anti-politie leuzen te gaan verkondigen? Een duidelijke bevestiging van mijn grap over de vraag wie er schuldig is: “De Joden of de lantaarnpaal? Waarop dan als reactie komt: Hoezo de lantaarnpaal?” Een beangstigende ontwikkeling, waarvoor we onze ogen niet mogen sluiten.  Dat was dus het slechte nieuws of toch niet? Want hiermee is het wel duidelijk geworden dat de Joden niet schuldig kunnen zijn aan het Covid-19 virus omdat zij juist de veroorzakers zijn van de anti-coronamaatregelen en dus duidelijk niet van Covid-19 zelf! Of zie ik dat nu precies verkeerd en is dit een te optimistische vertaalslag en zijn wij Joden schuldig én aan het virus zelf én aan de antivirus maatregelen? Maar het echte goede nieuws, want dat is er ook altijd, is de boom van Anne Frank:

     

    Mijn echtgenote ontving van onze vriendelijke, uit oost Europa afkomstige en bejaarde tuinman de volgende e-mail: U e-mail heb ik gelezen. Deze week zal alle dagen regenen, behalve zaterdag. Maar dan viert u Sabbat. Volgende week maandag en dinsdag zal droog zijn. Maar dat moeten te zijner tijd nog een keer bekijken. Natuurlijk kom ik, als droog is. Een heel zeldzaam nieuws wil ik U vertellen: afgelopen week was ik gast bij mijn vriend in Flevoland. Hij was de directeur van de vermeerdering bedrijf daar voor de boomkwekerij. Hij heeft in zij tuin een jonge wilde kastanjeboom (Aesculus hippocastanum), die dit jaar droeg eerst vruchten. Hij vertelde, dat die kastanjeboom een van de 8 Kastanjebomen zijn die zijn broer heeft van Anne Frank Kastanje boom vermeerderd. Hij gaf me twee vruchten met de opzet een aan U te geven, een aan onze Dominee. Dat vond ik heel attent van hem. Maar, die heb ik nu in de koelkast gestopt om koude inductie te krijgen. In maart probeer ik in een pot bij mij te ontkiemen, en als dat lukt, kan ik de ene voor U voor € 0,- aanbieden. Ik hoop dat de vrucht gaat ontkiemen en ben onder de indruk van zijn bemoedigende schrijven. Gewoon, direct uit het hart, zonder franje en het zal geen krant of Facebook halen, alleen dus mijn dagboek.

     

    Ik was vandaag verder bezig met naspeurwerk over de vraag of iemand wel/niet Joods is, de organisatie rondom een overlijden en Ysselsteyn is nog steeds niet over, want er zijn er die inderdaad van mening zijn dat ook onze agressors en moordenaars geëerd moeten worden binnen het kader van verzoening! Er wordt mij hierbij vermeld dat inwoners van Ysselsteyn door geallieerde soldaten vermoord waren en dat ook de Nederlands soldaten in Indonesië herdacht worden, ondanks hun begane oorlogsmisdaden. Dat de moordenaar van Anne Frank, die ook op het ereveld ligt van Ysselsteyn, geen lof dient te verkrijgen, begrijpt de schrijver van de brief aan mij, maar toch……! Hij schijnt te vergeten dat ik geen bezwaar heb tegen respect tonen naar de jonge Duitse soldaten die gesneuveld zijn en gedwongen in het leger zaten. Mijn bezwaar betreft de SS’ers en SD’ers die geheel vrijwillig aan de Endlösung meewerkten en die daar ook in groten getale begraven liggen.

     

    Ondertussen ben ik benieuwd hoe er vanuit de Bisschoppen gereageerd gaat worden op het artikel in het laatste NIW over de (niet goede) positie van Paus Pius XII, de oorlogspaus. Verder was ik vandaag onaangenaam verrast over een artikel op de opiniepagina van het RD over de zorg in Christelijke kring dat christenen aan de voeten van rabbijnen het Oude testament gaan leren. Dit gaat uit van een Christelijke organisatie die vanuit Israel werkzaam is. Ik was ook gevraagd om regelmatig artikeltjes voor ze te gaan schrijven, maar bij nader inzien heb ik me hiervan gedistantieerd om redenen die ik niet aan het digitale papier wil toevertrouwen. Ondertussen heb ik mezelf ook een spiegel voorgehouden, want ik heb best veel Christelijke contacten. Wil ik Christenen bekeren? Absoluut niet. Ik wil coalities vormen, samen strijden voor de terugkomst van het geloof in G’d, voor moraliteit gebaseerd op Bijbelse waarden, voor het gezin als hoeksteen van onze samenleving en tegen antisemitisme. En als ik spreek over strijden, denk ik niet, G’d behoede, aan wapens maar aan gesprek, aan shalom, met gelovigen van andere denominaties en ook met ongelovigen, want ook ongeloof is een religie.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De ambassadeur als beproeving

    Hoewel het Joods Nieuwjaar en de Grote Verzoendag in het Nederlands vaak worden aangeduid als de Hoge Feestdagen, is het beter om te spreken van de Ontzagwekkende Dagen.  Om de een of andere onverklaarbare reden is het behalve de week voor de Ontzagwekkende Dagen, dagen van diepe bezinning, voor mij dit jaar ook de Maand van de Ambassadeurs.

     

    Met de ambassadeur van Israël heb ik zeker wekelijks whatsapp contact en de laatste weken hebben we elkaar ook fysiek vele keren ontmoet. Maar vandaag ontving ik een uitnodiging van de ambassadeur van Hongarije om op zijn ambassade te komen lunchen.  Maar indien ik niet reis, zo schrijft hij, dan is hij zeker bereid om naar mij te komen. Wat hij precies bedoelde met “indien ik niet reis” weet ik niet, want voor mijn gevoel “doe ik niet anders dan reizen”.

     

    Maar behalve Hongarije en Israel ontving ik ook een uitnodiging van de ambassadeur van Litouwen en de ambassadeur van Japan om aanwezig te zijn bij de opening van een fototentoonstelling genaamd “Kindness of One” geïnspireerd door het verhaal van de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk en de Japanse diplomaat Chiune Sugihara die in 1940 duizenden visums hebben geregeld om Joden in Litouwen daarmee de gelegenheid te geven Litouwen te ontvluchten en zo aan de Endlösung te ontkomen.

     

    Jan Zwartendijk en Chiune Sugihara zijn ook uitgebreid aanwezig op de tentoonstelling “Redders in Nood” in het Israel Producten Centrum in Nijkerk. Het trieste is dat deze twee reddende engelen niet alleen na de oorlog geen erkenning hebben gekregen, maar integendeel: Sugihara heeft in de gevangenis gezeten en onze Zwartendijk kreeg na de oorlog in plaats van een Koninklijke Onderscheiding een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het redden van duizenden Joden. Sick! Die reprimande heeft hem zeer diep geraakt, zijn leven werd hier verder door getekend.

     

    Dat heette dus bevrijd Nederland. Ik voel de woede in mij opkomen en denk dan meteen aan mijn lieve vader die ook na zijn afschuwelijke onderduikperiode verre van een 'welkom-terug' heeft gekregen, gelijk de overgrote meerderheid van de Joodse overlevenden. Na de oorlog, ja u leest het goed, zijn nog bij mijn vader ruiten ingeslagen. Niet door moslims, maar door ‘gewone’ Nederlanders!

    Even terug naar al die ambassadeurs: Waarom, zo vroeg ik me af, plotseling al die ambassadeurs zo vlak voor de Ontzagwekkende Dagen?

     

    De Baal Sjemtov, de stichter van het Chassidisme, heeft steeds onderstreept dat uit alles dat een mens tegenkomt een les valt te halen. Op Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, wordt het komende jaar vastgelegd en bepaald. Wie rijk zal worden, gezond, enz. Maar ook wordt het gehele wereldgebeuren vastgelegd. Wordt het Trump of Biden.

     

    Natuurlijk zullen beiden campagne moeten voeren en zal het Amerikaanse volk moeten stemmen, maar wie er wint wordt op Rosj Hasjana al bepaald. Of we dan wel of niet nog invloed kunnen uitoefenen op het verloop van 5781, zal ik nog wel een van de komende dagboeken behandelen, vermoed ik.

     

    Maar een ding is zeker: onze gebeden en onze opstelling gedurende de Ontzagwekkende Dagen zijn op het komende jaar van invloed. En dus, als ik plotsklaps een aantal onverwachte ontmoetingen krijg met ambassadeurs, is dat geen toeval maar wordt van mij kennelijk verwacht dat ik hun beïnvloed om ten opzichte van Israël en de Joodse Gemeenschap in hun landen een positieve opstelling te betrachten. Kennelijk wil G’d van mij dat ik niet uitsluitend mezelf probeer te verbeteren (en dat is al een flinke klus!), maar dat ik ook mijn opgebouwde netwerk breed ga inzetten om voor de samenleving een goed en gezegend jaar te verkrijgen. Zo heeft ieder zijn taak en opdracht.

     

    Maar waar ook ik voor moet waken is hoogmoed. Die ambassadeurs zijn poppetjes die ik ten goede kan aanwenden, maar diezelfde poppetjes kunnen ook valkuilen zijn of zelfs handlangers van de afgod genaamd “IK”.  Die ambassadeurs bieden dus niet alleen de mogelijkheid voor mij om ze te gebruiken in de strijd tegen antisemitisme, antizionisme en iedere andere vorm van onrecht, maar ze zijn multifunctioneel. Want ze zijn ook allen beproevingen: gebruik ik ze ten goede of misbruik ik ze voor mijn eigen roem en hunker naar eer?

     

    Zondag jl. was ik in Postdam, Duitsland. Er was een feestelijke bijeenkomst vanwege een nieuwe Thora die de Joodse Gemeente, de Synagogengemeinde, had gekregen. De Joodse Gemeente beschikt weliswaar over een aantal gehuurde lokalen waar de synagogediensten worden gehouden, maar een eigen gebouw, een echte sjoel, is er nog niet. Maar die is wel in de maak. De Landesregierung van Brandenburg, waar Postdam onder valt, heeft de Joodse Gemeenschap toegezegd om een plaatsvervanger te bouwen voor de vorige synagoge die in de Kristalnacht in vlammen opging.

     

    Geweldig dat ze een nieuwe synagoge gaan bekostigen! Maar één probleem: de Landesregierung wil bepalen hoe die synagoge er uit gaat zien en geeft geen ruimte aan de Joodse gemeenschap om zelf de inrichting en het aangezicht te bepalen. In mijn toespraak omschreef ik dit als volgt: normaliter is er eerst een synagoge en daarna wordt de Thora binnengeleid. Hier was het precies andersom: de Thora is er al, maar de synagoge moet nog gebouwd worden. De les: de Thora moet de synagoge, het omhulsel, bepalen en niet het omhulsel, het gebouw, de Thora.

     

    Van alles wat op onze weg komt moeten we iets leren, speciaal in deze week voor de Ontzagwekkende Dagen. Mijn lichaam is de synagoge en de Thora mijn bezieling. Wie laat ik de boventoon voeren?   

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • De echte Zeven Wereldwonderen, Dagboek van een Opperrabbijn 13 oktober 2020

    Uiteraard ontvang ik vele e-mails over van alles en nog wat. Fijn dat we ondanks alle lockdown-maatregelen toch nog de mogelijkheid hebben om te communiceren. Zelfs bestaat de mogelijkheid om indien er door de week geen mogelijkheid bestaat om naar de synagoge te gaan voor het ochtend-, middag- en avondgebed mee te doen met de diensten bij de Klaagmuur in Jeruzalem! Het klinkt natuurlijk erg interessant om aan te geven dat je dermate veel e-mails ontvangt dat je geen tijd hebt om ze allemaal te lezen en dus blokkeert. Ik blokkeer niet, geef openhartig toe dat ze niet allemaal mijn interesse krijgen, maar er zitten soms prachtige gedachten tussen. Neem bijvoorbeeld deze, die mooi past bij het Scheppingsverhaal dat we aanstaande sjabbat in alles sjoels ter wereld lezen (als ze nog open mogen zijn!):

     

    Aan een klas op school wordt door de juffrouw gevraagd aan de kinderen om de Zeven Wereldwonderen op te schrijven. Uiteindelijk, na stemmen, kwamen de volgende wonderen eruit: 1/de Pyramides in Egypte; 2/de Taj Mahal; 3/ Grand Canyon; 4/ het Panamakanaal; 5/ Empire State Building; 6/ St Pieters Basiliek; 7/ de Chinese Muur. Er was echter één meisje in de klas dat haar papiertje nog niet had ingeleverd. Op de vraag waarom zij nog niets had opgeschreven zei ze dat ze er niet uit kwam. Er zijn zoveel wonderen op deze wereld, zoveel gebouwen, natuurverschijnselen, technieken, medicijnen. Ik weet niet welke een groter wonder is. Maar eigenlijk denk ik aan heel iets anders als we spreken over wonderen, zei het meisje. Voor mij zijn er wonderen die al die gebouwen, uitvindingen en natuurverschijnselen overtreffen. Ik denk eraan dat ik kan 1/ aanraken; 2/ smaken; 3/ zien; 4/ horen; 5/ voelen; 6/ lachen; 7/ liefhebben. Dat zijn voor mij de Zeven Wereldwonderen. Dat kleine meisje heeft gelijk. En weet u, ik ontmoet juist in deze coronatijd mensen die zo intens dankbaar zijn dat ze gezond zijn, dat al hun zintuigen werken en dat ze ook nog kunnen lachen en houden van.  Wie is gelukkig, wordt gevraagd in de Spreuken der Vaderen, hij die tevreden is met wat hij bezit. En dus ben ik dankbaar dat zoveel mensen aan mij denken en mij e-mails sturen, ook als ze slechts hiervoor eenmaal op een knopje hoeven te drukken.

     

    Ik heb een beetje een soft day. Niets schokkends, maar wel iets heel moois in lijn met de Zeven allergrootste Wereldwonderen. Vandaag was ik in Etrog Amerpoort. Dit is de voortzetting van wat eens de afdeling verstandelijk gehandicapten van het Sinai Centrum was, bekend als de ‘kinderafdeling’. Nog Zeven bewoners van weleer wonen hier in hun nieuwe thuis. Ze eten koosjer, weten zich in een Joodse omgeving en worden met liefde omringd. Maar inmiddels zijn alle kinderen van toen hoogbejaard. Ludwig vierde vorige week zijn 80ste verjaardag. Jaap Kleve is daar een van de ‘oude’ medewerkers en hij zorgt er met een enorme overgave voor dat alles zoveel mogelijk Joods en koosjer blijft. Geweldig zijn inzet. Vanwege de verhuizing naar een nieuwe locatie waren er ook veel nieuwe medewerkers en mocht ik dus aantreden om te vertellen over Jodendom. Altijd weer is het schitterend, bijna ontroerend, te zien hoe medewerkers in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zich inzetten voor ‘hun’ bewoners. Zij beschouwen hun werk niet als werk maar als roeping en dus willen ze goed de achtergrond van ‘hun’ bewoners weten en bovenal aanvoelen. En dus mag ik terugkomen na dit eerste hernieuwde contact. Ik vind dat ook fijn, want zo kan ik iets betekenen voor medemensen die niet de top van de samenleving vormen, maar gewoon oprecht en kinderlijk eerlijk zijn. Hier ligt mijn hart. Ik denk terug aan mijn werkzaamheden in het Sinai Centrum, aan de gerontopsychiatrische afdeling, de psychiatrie, ambulante zorg en ‘de kinderafdeling’.  Ik mocht ze Joodse les geven. Alef, beet, weet, gimmel….de melodie welt weer in me op. Ze klapten allemaal mee. Zij die konden zingen zongen. Ze omhelsden me, wuifden als ik wegging. En een week later zongen we weer precies dezelfde liedjes. Alef, beet, weet, gimmel, dalet… Jarenlang! En ook vandaag wuifde Sakia naar me toen ze me zag. Ik had haar moeder beloofd altijd een oogje in het zeil te houden, waar nodig voor haar belangen op te komen, als haar moeder er niet meer zou zijn. Waarschijnlijk gelooft u mij niet, maar het werk in de Sinai was zo mooi. Er viel weliswaar geen eer mee te behalen, maar dat was juist het mooie. Als rabbijn krijg je applaus. Ook veel tegenstand, maar als het applaus de tegenwerking overstemt, ben je geslaagd. Steeds politiek, commentaar, politiek. Maar natuurlijk ook steun en instemming. Maar altijd spanning! In mijn Sinai werk was alles uitsluitend gericht op hulp aan de medemens in geestelijke nood of aan de medemens die geestelijk zwaar of geheel hulpbehoevend was. Ik droom terug naar die tijd. Ik voel me weer aanwezig bij de patiëntenbesprekingen. Ik waan me weer in Londen op mijn driemaandelijkse reis met een psychiater en een specialist op het gebied van ouderenzorg om daar de lokale Joodse gemeenschap te helpen, want het Sinai was een topper van een ongekend hoog niveau. Drie dagen waren we dan in Londen voorzien van een bomvolle agenda om te helpen, te helpen en nogmaals te helpen.

     

    Ik word wakker. Die Sinai-tijd is voorbij. Maar is dat zo? Waak je ervoor, zo spreek ik tegen mezelf, om de essentie uit het oog te verliezen. Staar jezelf niet bot op het grote en imponerende werk waarmee je als opperrabbijn kunt scoren! Luister naar dat ene meisje dat de echte Zeven Wereldwonderen wist te benoemen.

     

    Het was een goede dag. Even terug bij het Sinai Centrum. En wat ik eraan overhield? “Een prachtige bos bloemen voor uw Blouma”. Geweldig!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De eerste Lockdown, de Ark van Noach. Dagboek van een opperrabbijn18 oktober 2020

    Om 8:10 uur viel sjabbat jl. plotseling de stroom uit. Dat is altijd lastig, maar speciaal op sjabbat omdat ik geen storingsdienst kan bellen (Ook als de telefoon het nog zou doen). Water voor koffie en thee in de sjabbat-ketel was keurig vrijdagavond voor het begin van de sjabbat aangezet, de maaltijd voor sjabbatmiddag stond in de slow cooker te pruttelen, verlichting, freezer en koelkast, verwarming…..niets werkte meer. Ik naar de elektriciteitkast, naast de voordeur, om te kijken of de aardschakelaar wellicht de schuldige was. Maar ook als dit het geval zou zijn geweest, dan nog had ik weinig kunnen doen: Sjabbat! En toen kwam mijn Reformatorisch Dagblad de brievenbus binnenvallen.

     

    Ik meteen de deur opengedaan en mijn elektrische probleem aan de bezorger kenbaar gemaakt. De bezorger van het RD begreep het probleem meteen. “Ik kijk wel even wat er aan de hand is, want u kunt dat niet vanwege sjabbat!”. Hij dook meteen de elektriciteitskast in, kon niets afwijkends vinden en ging vervolgens kijken of er elders in de wijk ook problemen waren. Vijf minuten later was hij terug en vertelde mij dat de hele buurt zonder stroom zit. Op dat moment ging het licht weer aan. Wat was ik blij met mijn Reformatorisch Dagblad dat dus niet alleen de krant brengt, maar ook het licht! En dus ging ik met een gerust hart naar de synagoge waar het begin van Genesis werd gelezen met daarin o.a.: Toen zei G’d “Er zij licht” en er was licht!

     

    Vorige week had ik in mijn dagboek mijn ongenoegen kenbaar gemaakt over de voorgenomen herdenking op de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Reden: daar liggen Duitsers en Nederlanders die in de oorlog zwaar fout waren geweest. Vrijdagmiddag, ruim voor het begin van de sjabbat, een journalist aan de telefoon. Kennelijk was mijn https://niw.nl/een-gezonde-winter/ in de Limburgse mediawereld doorgedrongen. Ik heb de journalist netjes te woord gestaan met als gevolg dat ik na de sjabbat veel reacties op mijn e-mail aantrof. Mijn Ysselsteyn-afkeer had het brede Limburgse publiek via de Limburgse Radio, TV en andere media bereikt.

     

    De Sjabbat en de aan de Sjabbat gekoppelde sjabbatrust was nog nauwelijks voorbij of een collega belt op vanwege een sterfgeval. De vrouw van de voormalige voorzitter van de Joodse gemeente Zwolle was op hoge leeftijd overleden, gewoon ouderdom, maar toch. Heinneringen komen bij mij boven. Regelmatig was ik bij hun thuis voor overleg. Ook een e-mail met de vraag om een oudere man te bellen die vrijdag een slecht-nieuws-bericht had gekregen van zijn huisarts. Ik dus meteen in de telefoon. Kijken wat ik voor hem zou kunnen betekenen. We hebben lang gesproken en blijven contact houden.

     

    En op Sjabbat zelf? Sjoeldienst, maar met minder mensen dan gewoonlijk. ’s Middags gelernd met mijn leerling, de computeringenieur, met wie ik al meer dan tien jaar iedere sjabbatmiddag eerst een uur wandel en dan enige uren lern. Omdat aanstaande sjabbat de geschiedenis van Noach wordt gelezen, doken wij de Ark in (niet fysiek!). Noach kreeg voor het uitbreken van de zondvloed de opdracht van G’d om in de Ark te gaan. En toen het buiten weer droog was moest hij de Ark weer te verlaten. Waarom, zo wordt de vraag gesteld, moest hij opdracht krijgen om de Ark te verlaten. Het was toch droog! Het antwoord bevat een belangrijke levensles. In de Ark heerste een sfeer van echte Sjalom, vergelijkbaar met het Paradijs. Noach vond dat fijn. Waarom de wereld met al zijn beslommeringen en misère intrekken? Maar G’d gaf duidelijk aan dat het afzonderen van de samenleving onjuist is. In die wereld met al zijn beproevingen hebben wij de opdracht om Hem te dienen door juist een bijdrage te leveren aan de ons omringende samenleving, ook als afsluiten voor ons persoonlijk plezieriger zou zijn. Geen Joodse kloosters dus!

     

    Maar voordat de Zondvloed begon kreeg Noach de opdracht om juist de Ark binnen te gaan en zich wel af te sluiten van de wereld. Zonder corona te willen vergelijken met de Zondvloed, zijn er tijden dat wij, u en ik, juist midden in de wereld moeten staan om de medemens te helpen en om te socialiseren, maar er zijn ook perioden dat we tijdelijk juist niet naar buiten mogen, social distance. Hoelang moeten we binnenblijven? Weten we niet. Maar gelijk Noach niet protesteerde en in de Ark bleef toen dat van hem werd verlangd, zo ook moeten wij binnenblijven, ook als we dat lastig vinden. Het is buiten even te gevaarlijk, helaas. Aanstaande sjabbat wordt in alle synagogen ter wereld gelezen over de Ark van Noach, de eerste mondiale Lockdown.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De lege spaarrekening van mijn moeder, Dagboek 7 oktober ’20

    Al tientallen jaren streef ik ernaar om bij bijzondere verjaardagen een felicitatiebrief te sturen aan mijn gemeenteleden. Omdat ik afhankelijk ben van de lokale vrijwillige bestuurders in het aanleveren van de data, heeft dat af en toe tot gevolg dat sommige leden geen mazzeltov ontvangen. En dan zijn er onder hen die dat jammer vinden omdat ze een officiële felicitatie vanuit ons Opperrabbinaat toch op prijs hadden gesteld. Het oogt allemaal zo eenvoudig, maar soms kunnen juist de eenvoudige klusjes erg gecompliceerd worden door allerlei langs elkaar lopende gebeurtenissen.

     

    Want als er dan geen schrijven van mij bij de jubilaris verschijnt, of veel te laat, dan heeft dat teleurstelling tot gevolg. Doordat het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam vanwege corona gesloten is, gaat het dus niet goed met mijn verjaardagbrieven. Mijn gewaardeerde collega rabbijn Spiero stuurde mij de brieven voor deze maand (we zijn al halverwege de Joodse maand Tisjrei!) gisteravond laat op (hij kon niet eerder het kantoor binnen!) en dus ben ik vanochtend vroeg, toen ik toch wakker was, alles gaan printen en van een paar persoonlijke woorden met de hand gaan voorzien.  Bij sommigen excuus aangeboden vanwege te late verzending, een bijlage over de Hoge Feestdagen bijgevoegd, in de enveloppe gestopt, postzegel geplakt en klaar om naar de brievenbus te brengen. Opgestaan om 3:15 uur en pas klaar om 6 uur! Reden: printer werkte niet. Overigens is het in mijn meer dan 40 jaar mazzeltov-brieven-schrijven ook sporadisch fout gegaan. Een felicitatie naar iemand die net was overleden. Is me twee keer gebeurd. Reden: de eerste keer overleed de jarige nadat ik mijn felicitatiebrief keurig op tijd had verstuurd en de tweede keer had de vrijwillige secretaris van een Joodse Gemeente ons Rabbinaat vergeten te informeren van het overlijden. Sindsdien bellen we vooraf al jarenlang  alle gemeenten op om te vragen of…. Maar los hiervan vinden velen het fijn om ook officieel een mazzeltov te ontvangen. Een kleinigheidje, en niet op het niveau van bijvoorbeeld mijn gesprek maandag aanstaande in Den Haag met de Ambassadeur van Polen over het verbod op export vanuit Polen van koosjer geslacht vlees. Als die wet wordt aangenomen is dat voor heel Europa een groot probleem en los daarvan: welke landen gaan volgen? Maar wie zegt mij dat mijn verjaardagbriefje aan een hoogbejaarde, dat kleinigheidje, minder belangrijk is? En omdat ik dus toch al achter de computer zat vanochtend in de vroege uurtjes, heb ik ook nog even het volgende briefje opgesteld:

     

     I Join the chorus of prominent Jewish leaders in asking Am Israel to join together as one to help save the life of Rueven Michaelli who has already sacrificed so much and who has suffered greatly in his life. I cannot stress enough the need for us to join together in the coming days before the last days of Sukkot and to quickly raise the amount of money needed to help save Reuven's life. His life is in imminent danger now, and we are fighting to keep him alive. Together we can and must save an innocent Jewish life! 

     

    Een man in grote nood. Ken ik hem? Helemaal niet. Maar een jongere collega (de meeste collega’s zijn inmiddels jonger!) die werkzaam is in Canada als gevangenisrabbijn benaderde mij met dit kennelijk schrijnenede geval. Klopt het? Is deze persoon een schrijnend geval? Ik ken deze rabbijn en weet dat hij zich met hart en ziel inzet om de medemens in nood te helpen met gedrevenheid en overgave. En dus heb ik hem bovenstaande tekst gestuurd, mijn logo en een fotootje van mezelf. Dankbaar ben ik dat ik hier iets kan betekenen. Het tekstje had ik in een kwartiertje gefabriceerd. Een kwartier even nadenken en hiermee een collega behulpzaam zijn en een medemens in deplorabele omstandigheden vitale hulp verlenen. Ik dank G’d dat ik zo gedurende de Soeka-dagen iets voor de medemens mag betekenen.

     

    Maar verdrietig word ik van de omkoopaffaire in de Gemeente Rotterdam. Het geeft een deuk in mijn vertrouwen in onze overheid. Toen wij pas in Amersfoort woonden wilden wij een aanbouw doen. Onze kleine keuken uitbreiden met een paar meter en aan de zijkant van ons rijtjeshuis een kantoortje voor mij. Keihard werd dat afgewezen door iemand van de Gemeente. Tot huilens toe heeft mij echtgenote op het stadhuis gezeten. Nu, 40 jaar later, mag iedereen aanbouwen wat hij maar wil. Op de millimeter werden wij gecontroleerd op het kleine stukje dat wij wel mochten aanbouwen aan onze keuken. Ik had dus kennelijk een Rolex horloge moeten aanbieden, ware het niet dat omkopen van het ouderwetse Jodendom verboden is…….en waar is het geld op de spaarrekening gebleven van mijn moeder. Zuinig als ze was heeft ze voor de oorlog, nog ongetrouwd, heel braaf gespaard. Na de oorlog was de rekening leeg en niemand wist waar het geld was gebleven. En al die bankrekeningen van de tientallen ooms en tantes van mijn vader, neven en nichten? En de huizen waarin ze woonden? Ik herinner mij dat ik aan een burgemeester vroeg, vijftig jaar na de oorlog, waarom nu pas een monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joodse ingezetenen. Want in die periode was ik bijna wekelijks aan het onthullen. Als ik bij ons thuis op tafel een tafelkleed zag had ik bijna automatisch de neiging om die van de tafel te trekken. De nog redelijk jonge burgemeester legde me het uit: zijn voorganger wilde liever de jaren ’40-’45 zo stil mogelijk houden. Maar de bescherming, beveiliging, die onze Overheid mij nu biedt, ongevraagd en met bezieling, geeft mij een heel dankbaar gevoel en doet mij de lege spaarrekening van mijn moeder bijna vergeten.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Een gezonde winter! Dagboek van een Opperrabbijn, 12 oktober 2020

    Tijdens de oorlog werden Duitsers die zich vrijwillig bij de SS en de SD hadden aangesloten en Nederlandse handlangers van de Nazi’s begraven in de Gemeenten waar ze waren doodgegaan of gefusilleerd. Na de oorlog wilden de Gemeenten waar die Jodenjagers en ander gespuis begraven lagen hun stoffelijke resten niet langer op die lokale kerkhoven dulden. Het Ministerie van Defensie stelde toen een stuk grond in Ysselsteyn beschikbaar waar dat tuig herbegraven moest worden. Die dodenakker in Ysselsteyn is dus een verzamelbak van SS-tuig, Nederlandse SD-ers, collaborateurs, waarvan een aantal door het verzet was gefusilleerd, en ook nog ‘gewone’ Duitse soldaten. Ook de persoon die Anne Frank en haar familie op transport liet stellen ligt daar begraven.

     

    Een herdenking op een begraafplaats waar alleen gesneuvelde ‘gewone’ soldaten begraven liggen, zelfs als dat uitsluitend Duitse soldaten zouden zijn, is in mijn optiek een totaal ander verhaal. Daar herdenken is het overwegen zeker waard. Maar hier in Ysselsteyn eer betonen aan verraders en moordenaars die er vrijwillig voor gekozen hebben om o.a. mijn familie uit te moorden en/of ze naar de gaskamers te hebben gestuurd? No way! En dus heb ik de petitie alsnog getekend, hoewel ik van nature niet zo’n ondertekenaar ben. Ik voegde mijn naam toe aan de petitie om te voorkomen dat ook maar iemand zou kunnen denken dat ik hen hun gruweldaden heb vergeven, omdat het al zolang geleden zich heeft afgespeeld, omdat het inmiddels geschiedenis is geworden, omdat de misdaden zijn verjaard…. Neen dus. Dit soort misdaden tegen de menselijkheid kan en mag niet verjaren en verworden tot oude spannende geschiedenis. Ben ik dan haatdragend? Toen jaren geleden in het Sinai Centrum (Joods psychiatrisch centrum) de vraag kwam of wij als Joodse instelling kinderen van foute ouders willen behandelen, liet ik duidelijk horen: zeker! Wij mogen kinderen niet straffen voor fouten van hun ouders en ik ben dankbaar dat ik die slachtoffers van de oorlog mocht helpen, omdat ook zij slachtoffers zijn van die afschuwelijke donkere jaren. Dat hun ouders tegenover mijn ouders stonden, maakt hen niet minder slachtoffer, niet minder second generation. Uiteraard spreken we hier wel over kinderen die lijden omdat ook in hun optiek hun ouders ‘fout’ waren. Ik herinner mij een ontmoeting in Israel van mijn echtgenote met een dochter van een Duitse SS-er. Huilend omarmden die dochter en mijn Blouma elkaar: een hartverscheurend en indrukwekkend tafereel!

     

    En terwijl ik vanuit mijn auto bovenstaande informatie over Ysselsteyn bevestigd wist te krijgen, was ik op weg naar Den Haag samen met de secretaris van het NIK. Een afspraak met de Ambassadeur van Polen de heer Marcin Czepelak. (Vraag me niet hoe deze naam uit te spreken. Ik merk dat die ambassadeurs uit die voormalige Oostbloklanden allemaal van die onuitspreekbare namen hebben.)  Het was een goed en vriendschappelijk gesprek. Het ging over de dreigende nieuwe wet die export van in Polen geslacht koosjer vlees wil gaan verbieden. De Poolse Joden zullen voor binnenlands gebruik koosjer mogen blijven slachten, maar export? Dat zou een brug te ver moeten worden. De ambassadeur begreep goed dat het hier niet alleen een praktisch en zakelijk probleem betreft. Hij voorzag heel duidelijk dat indien Polen de export gaat verbieden meerdere EU-landen zullen volgen en aan het eind van de politieke rit zal er geen koosjer vlees meer te verkrijgen zijn binnen de EU, ook niet in Nederland. Daarover bestond bij de Ambassadeur geen twijfel. Maar hij voelde ook haarscherp dat het verbod op export van koosjer vlees de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte een pijnlijke dreun zou geven, hun Jood-zijn diep zou raken. Ook Joden die nooit koosjer eten en misschien koosjer eten als onzin en niet-meer-van-deze-tijd beschouwen, worden, zo gaf de ambassadeur zelf aan, net zozeer getroffen door deze maatregel. Want het moge dan zo zijn dat zij geen koosjer vlees nuttigen, toch is het verbod op de export van koosjer vlees een aanslag op hun Joodse identiteit.

     

    En nu dan aan het eind van deze dag dit dagboek aan het digitale papier toevertrouwd en hopelijk nog puf om de Soeka, de Loofhut, vanavond nog af te breken en weg te zetten tot volgend jaar. En tot dan? Hopelijk rust en een zeer spoedige verlossing van het kwaad dat corona wordt genoemd en ook het Joodse leven in ons polderlandje behoorlijk, of beter geformuleerd ‘onbehoorlijk’, onder druk zet! Zelfs op Jom Kippoer waren er Joodse Gemeenten die geen sjoeldienst hadden. En dit jaar moeten nu veel minder loofhutten die bij de synagogen stonden worden afgebroken. Reden? Ze werden helaas vanwege corona ook niet opgebouwd! Aan het eind van al deze Joodse Feestdagen wensen wij elkaar, en ik u dus ook: een gezonde winter!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Het kind van foute ouders

    Ik meen dat ik het al een keer aan mijn dagboek had toevertrouwd. In het gebouw van het IPC, het Israel Producten Centrum te Nijkerk, is een expositie gaande, genaamd “Redders in nood”. Een must voor de jeugd om te zien hoe mensen bereid waren met gevaar voor eigen leven zich in te zetten voor de medemens. Daar heb je hem weer, denk u waarschijnlijk, want ik heb deze expositie al meerdere keren genoemd in mijn dagboek.

     

    Een onderdeel van de expositie zijn drie deuren. Je wordt uitgenodigd om bij alle drie aan te bellen en dan krijg je het volgende te horen. Er wordt opengedaan en Ds. Overduin vraagt de bewoner of voor één enkele nacht twee Joden die in grote nood verkeren bij hun mogen overnachten. Huis één wordt kwaad en beschuldigd Ds. Overduin van het nodeloos in gevaar brengen van zijn gemeenteleden. Deur twee wil graag helpen, maar is bang. Deur drie zegt spontaan 'ja'. Waarom ik dit wederom vermeld? Bij de herdenking van de razzia in Twente vermeldde de burgemeester van Enschede dat ds. Overduin, een Enschedese predikant, meer dan duizend Joden aan onderduikplaatsen had geholpen. Dit was mij uiteraard bekend. Maar daarna vertelde de burgemeester nog iets, hetgeen voor mij nieuw was.

     

    Na de oorlog heeft ds. Overduin geld ingezameld om kinderen en vrouwen van NSB-ers te helpen. Overduin heeft ook aangeklopt bij een rijke Joodse man die de verschrikkingen van de oorlog had overleefd, maar uiteraard bijna al zijn naasten had verloren. De Joodse man weigerde over de brug te komen. Geld aan vrouwen en kinderen van NSB-ers? Absoluut niet. Daarop heeft Overduin de zoon van die rijke man benaderd en hem gevraagd zijn vader te overtuigen om wel te geven, hetgeen uiteindelijk is gelukt. Ik vroeg mij tijdens de toespraak van de burgemeester pijlsnel af hoe ik gehandeld zou hebben. Wel of niet kinderen van foute ouders steunen?

    In het Sinai Centrum werd mij, ik schat zo’n twintig jaar geleden, een soortgelijk dilemma voorgelegd. Als Sinai Centrum waren/zijn wij gespecialiseerd in trauma’s ten gevolge van oorlogsgeweld. En ook de second generation behoort tot onze expertise. Kinderen van ouders die de hel van Auschwitz hebben overleefd hebben het soms erg moeilijk gehad in hun jeugd want zij werden opgevoed door ouders die erg beschadigd waren. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook voor kinderen wier vader en/of moeder na de bevrijding werden opgepakt, wellicht jaren in de gevangenis moesten doorbrengen en zeker sociaal werden geïsoleerd. In feite hadden die kinderen hetzelfde probleem als de Joodse kinderen. Aan mij werd toen gevraagd of het ethisch verantwoord was, vanuit de Joodse optiek, om ook kinderen van foute ouders te behandelen. Mijn antwoord op die vraag was een stellig ‘ja’.

     

    De kinderen, mits ze uiteraard niet zelf ook antisemieten waren, zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders. Ik had wel als voorwaarde gesteld dat het Joodse kind en het NSB-kind niet in dezelfde wachtkamer mogen zitten. Dat zou zeker voor het Joodse kind te confronterend kunnen zijn, te emotioneel. Vergeet niet dat beide kinderen, inmiddels natuurlijk volwassen, psychisch in de knel zitten. Ik mag van beiden niet verwachten dat ze met dezelfde zakelijkheid waarmee ik ernaar kijk, de emotionele afstand weten te bewaren.

     

    Dit gonsde pijlsnel door mijn hoofd toen ik de Enschedese burgemeester hoorde vertellen dat ds. Overduin ook kinderen van foute ouders hielp. Even dacht ik dat Overduin na de bevrijding de fout was ingegaan, onze tegenstander was geworden. Maar direct kwam de link naar het Sinai Centrum in mij op en ben ik ter plekke ds. Overduin nog meer gaan waarderen.

     

    En ook flitste door mijn hoofd die Nederlandse vrouw die op mijn vrouw, Blouma, afkwam in Jeruzalem, en tegen haar zei: "Waarschijnlijk wil je mij geen hand geven, want mijn vader was in de oorlog een SS'er." Mijn Blouma gaf haar wel de hand, met innige warmte. En toen ze afscheid van elkaar namen, omhelsden ze elkaar. Ik herinner me dat de tranen in mij opkwamen toen ik die omhelzing zag.

     

    Na de toespraken, na de gebeden, na het blazen op de sjofar en na de twee minuten stilte, kwam een mij onbekende niet-joodse mevrouw naar mij toe. Haar naam was Overduin, een nichtje van de verzetsheld. Zij wist niet van de tentoonstelling in Nijkerk. En als ik het goed heb begrepen wist ze ook niet van de razzia herdenking in Enschede. Maar, en nu komt het, zij volgt trouw mijn dagboek en vernam daar over de jaarlijkse herdenking en besloot te gaan.

     

    We gaan een afspraak maken en ik wil haar persoonlijk bij de expositie rondleiden. Maar vooral wil ik haar de drie deuren laten zien en de drie verschillende reacties laten horen toen dominee Overduin aanbelde. 

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik stop er (niet) mee! Dagboek 8 okt. 2020

    Het is vandaag wel en niet mijn laatste dagboek. Laat ik nog iets duidelijker zijn. Vlak voor Pesach werd ik benaderd door Prof. Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier. Het Joods Historisch Museum, onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier, wil graag dat ik een dagboek ga bijhouden, “Dagboek van een opperrabbijn in Coronatijd”. Mijn wellicht ietwat onnozele vraag was wat er dan gaat gebeuren met dat dagboek. Het antwoord was ontluisterend duidelijk: voorlopig niets. Misschien in de toekomst voor een tentoonstelling, of een uitgave, of….we zien wel.

     

    Ik dus braaf in de digitale pen geklommen vanuit mijn quarantaine in Montreal. Een paar weken voor Pesach was ik daar namelijk aangekomen in de veronderstelling dat voor Pesach alles weer normaal zou zijn! Hoe het verder is gegaan ondervindt u allen nog steeds aan den lijve. Maar na enige tijd was mijn werk toch een beetje een monnikenwerk, wat voor een rabbijn natuurlijk niet fijn is. Werken zonder respons, spreken voor een lege zaal. En toen kwam CIP in mijn gedachten opwellen.

     

    Misschien is mijn vriendje Rik Bokelman, bekend van de Rab en Rik show van enige jaren geleden, en ook nog de baas van CIP, wellicht geïnteresseerd voor zijn CIP. Prof. Schrijver helemaal akkoord en ook Rik. En zie, maanden achtereen vijf keer per week op een christelijke website een Joodse rabbijn. Ondertussen verschijnt het dagboek ook op diverse facebooken, op Joods bij de EO, Christenen voor Israël en is enige tijd geleden is het enige Nederlands Israëlitische Weekblad, het NIW, ook mee gaan doen.

     

    Maar even los van de inhoud van de dagboeken en het bereik: in een periode waarin het eeuwenoude virus genaamd antisemitisme weer stevig aan het opleven is, is het juist van belang dat er geen geestelijke social distance is, maar dat er coalities worden gevormd. Antisemitisme is namelijk niet alleen een Joods probleem, maar het probleem van de brede samenleving. In de Tweede Wereldoorlog waren er niet uitsluitend 6 miljoen Joden vermoord, maar kwamen meer dan 52 miljoen mensen om het leven! Mijn dagboek voelde ik als een soort brugbouwproject. Een handreiking, een teken van verbondenheid, een demonstratie van eenheid in diversiteit.

     

    CIP gaat dus nu stoppen met mijn dagboek. Maar www.niw.nl en de diverse facebooken gaan gewoon verder, omdat het Joods Cultureel Kwartier, mijn oorspronkelijke opdrachtgever, mij geen rust gunt.

    Maar neem ik dan afscheid van CIP?

    Zeker niet.

     

    Rab & Rik gaan op een andere manier samen verder. Direct na Soekot, het Loofhuttenfeest. Iedere sjabbat wordt er in de hele wereld een vastgelegd deel, een Sidra, uit de Thora voorgelezen. Drie keer per week ga ik gedachten uit de Sidra van de week brengen. Op maandag, woensdag en vrijdag zullen die gedachten verschijnen. Dat is dus de taak van Rab(bijn). Rik (Bokelman) zal, voordat het op CIP verschijnt, de tekst hebben doorgenomen en Rik zal dan aan Rab per gedachte twee vragen stellen die Rab dan weer mag gaan beantwoorden.  En dan precies over een jaar hebben we de hele Thora doorgelernd en gaat CIP dit in boekvorm uitgeven.

    We stoppen dus zeker niet en toch ook weer een beetje wel. Maar het belangrijkste is, dat er een brug is geslagen tussen jullie, de CIP-lezers, en wij, de Joodse Gemeenschap. Dat we hopelijk ervan doordrongen zijn dat we veel gemeen hebben en moeten proberen met ons gemeengoed samen op te trekken in een samenleving die dreigt steeds verder van de Eeuwige af te dwalen. Een samenleving ook die momenteel gebukt gaat onder het coronavirus. Corona zal worden aangepakt, daar komt met G’ds hulp zeer spoedig een vaccin voor. Maar tegen dat eeuwenoude virus genaamd antisemitisme zal het veel lastiger zijn te strijden. Dat virus ondergaat bij voortduring mutaties. In de tijd van de Kruistochten was het virus dodelijk omdat de Joden de oprichter van het Christendom gedood zouden hebben. In de Middeleeuwen veroorzaakten wij de pest en waren wij zelf dus het virus. Mijn ouders hadden in de Shoah het verkeerde ras. En ik ben zionist.

     

    En toch geven we de moed niet op en hoop ik dat ik met mijn dagboeken op CIP coalities heb mogen maken om samen eensgezind te strijden voor een betere wereld.  Een wereld waar de echte shalom zal heersen voor ‘alle bewoners van Uw aarde’.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceerde  deze bijzondere stukken dagelijks en het NIW gaat er gewoon mee door!

    Naschrift CIP.nl:Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je uit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag! Vanaf volgende week vind je bij ons iedere week drie nieuwe levenslessen en inspirerende antwoorden op vragen die je wellicht altijd hebt willen stellen! En het dagboek? Gaat gewoon verder en is te volgen via www.niw.nl.

     

  • Laat die anderen maar eens uitverkoren zijn

    Maandag zal er geen dagboek van mij te lezen zijn. Natuurlijk zal er zich op vrijdag, sjabbat en zondag van alles en nog wat hebben afgespeeld, maar maandag is het Jom Kippoer-Grote Verzoendag en gelijk ik geen publicaties wil op de sjabbat, wil ik ook geen publicaties op de Grote Verzoendag omdat het dagboek dan op de Grote Verzoendag zelf geplaatst zal worden. Dus u en ik een vrije dagboek-dag! En dinsdag ben ik dus weer in de lucht of beter gezegd: online!

    Ondertussen heb ik vandaag lichamelijk werk verricht: de soeka-loofhut gebouwd. De dinsdag na Jom Kippoer word ik in Brussel verwacht voor een after-Rosh Hashana receptie voor Europarlementariërs. Voorafgaande aan deze bijeenkomst is er een bespreking met EU-leiders over antisemitisme, vrijheid van godsdienst en veiligheid. Maar of ik naar Brussel kan, weet ik nog niet want de provincie Utrecht is inmiddels rood, heeft men mij verteld. (Dit moest mij verteld worden want, omdat ik kleurenblind ben, zie ik het zelf niet!).

    Het was vandaag een volle Halagische dag. Meer dan gewoonlijk kreeg ik allerlei Joods wettelijke vragen voorgelegd: wel of niet medicijnen innemen op de Grote Verzoendag waarop we meer dan 25 uur niet eten en niet drinken; vragen over wel/niet Joods zijn; een vraag over lidmaatschap; een herziening van een reglement lidmaatschap Joodse Gemeente; een vraag ten aanzien van een Joods religieuze huwelijksinzegening; ……: …… . Het was vandaag echt een Halagische potporie! En ondertussen stromen de e-mails binnen over de sjoeldiensten op de Grote Verzoendag die worden afgelast in Israël en in vele andere landen.

    Helaas heb ik door de potporie mijn voorgaan in de dienst nog niet kunnen voorbereiden. Ingaande Jom Kippoer ga ik voor van 20:15 – 21:30 uur en dan de volgende dag van 9:30 – 13:00 uur non stop, dan weer van 16:30 – 20:30 uur en dan ook nog een toespraak. Hoe zal het dit jaar zijn? Veel minder mensen dan andere jaren. Maar op z’n minst hebben we een dienst, terwijl elders…Overigens houdt mijn gewaardeerde collega rabbijn Shimon Evers de toespraak maandagavond en doet hij dienst van 13:00-16:15 uur overdag op de Grote Verzoendag, ook geen sinecure.

    Vanavond nog een zoom-cursus gegeven voor RabbijnenNL en zag ik tot mijn vreugde op CIP dat SGP-fractievoorzitter Kees vd Staaij z’n verbazing kenbaar maakt, of beter geformuleerd zijn verbijstering, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van mening is en blijft dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) terecht investeert in het bekeuren van het Israël Producten Centrum vanwege in hun ogen foutief gelabelde flessen wijn. Wat een opwinding om niets! Maar goed, wel goede gratis reclame voor het IPC in Nijkerk. Dat de dreiging vanuit Libanon steeds grilliger wordt en dat ook in diverse landen in de EU-opslagplaatsen liggen met dat levensgevaarlijke materiaal waarmee recentelijk half Beroet van de kaart is geveegd, krijgt geen aandacht. Neen, die paar flesjes wijn uit Israël, dat is hoofdprioriteit.

    Wij Joden, Israël dus, zijn het Uitverkoren Volk, vandaar waarschijnlijk die extra aandacht? Regelmatig hoor ik vanuit de Joodse Gemeenschap: laat die anderen maar eens een tijdje uitverkoren zijn! Het deed me even denken aan de uitspraak van Albert Einstein: “De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen; niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen.” Wellicht een idee om deze wijsheid boven de ingang van ons eigen Ministerie van Buitenlandse Zaken te plakken.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Liegende asielzoekers

    Enige weken geleden heb ik kennis mogen maken met Ds. Pieter de Boer en we hebben binnenkort een ontmoeting. Ik vroeg me eigenlijk een beetje af waarom ik deze ‘strenggelovige predikant’ zou moeten ontmoeten. Maar, zo is mijn levensregel inmiddels geworden, ga nooit kennismakingen uit de weg.

     

    Toen ik gisteren op CIP een video bekeek over wel/niet dames met broeken in de kerk, dacht ik: nu begrijp ik waarom Ds. de Boer mij wil spreken! Ik denk dat we veel gemeenschappelijk zullen hebben en vermoed dat hij interpretaties van Bijbelteksten aan de Joodse wijze van omgaan met teksten wil toetsen. Het Jodendom kent zijn grondteksten, Tenach-Oude Testament, en hoe uit die grondteksten conclusies te halen of wetten af te leiden, daartoe is dan weer een G’ddelijk systeem dat van meet af aan de Tenach-basis zat gekoppeld. Een rabbijn is geschoold in het afleiden uit de grondteksten aan de hand van dat ‘systeem’. Wat dat betreft heb ik het veel makkelijker dan Ds. de Boer die zelf iets zal moeten vinden. Bij ons, het Traditionele Jodendom, is het vergelijkbaar met een computer, er is sprake van input en output. Ik ben dus benieuwd naar ons gesprek!

     

    Ondertussen heeft mijn Blouma net gelezen dat op Soekot een sjoelbezoeker in Hamburg voor de sjoel is aangevallen door een verwarde man die een papiertje in zijn zak had waarop stond geschreven dat hij een nazi was. De Joodse man ligt ernstig gewond in het ziekenhuis. Het is toch wel frappant dat steeds meer verwarde mensen aanslagen plegen op Joodse doelen. Kennelijk zijn ze ondanks hun verwardheid wel in staat het onderscheid tussen Joden en niet-joden te kunnen bepalen!

     

    Tussen het afhalen van mijn nieuwe leaseauto en het lezen van de handleiding door, hadden we natuurlijk gasten in onze soeka die even een kopje koffie kwamen drinken en de lofzegging uitspreken over de loelav. Overigens heb ik wel een toepasselijk nummerbord gekregen: J-000-RT. De J natuurlijk van Joods en RT is de afkorting van Rabbinaal Toezicht. Dan uiteraard de vraag wat de betekenis is van de drie cijfers die ik maar even als 000 heb weergegeven. Het zou kunnen zijn dat ik aan de drie cijfers ook een bepaalde betekenis zou kunnen geven, maar zelfs als dat mogelijk zou zijn geweest weiger ik dat te doen omdat ik een tegenstander ben van eigen gemaakt gegoochel met getallen. Dus ik beperk me tot Joods Rabbinaal Toezicht hetgeen een mooie ezelsbrug is om mijn nummerbord te onthouden. En over mijn aversie tegen het spelen met getallen zal ik nog weleens een andere keer schrijven.

     

    Waar ik me in mijn gedachten mee bezig hield, was een kop in de Telegraaf die luidde: “Bij honderden ‘minderjarige’ asielzoekers was afgelopen jaar ernstige twijfel of ze wel de waarheid spraken over hun leeftijd.” En verder in het artikel werd ook belicht dat honderden Oegandese vluchtelingen pretendeerden homoseksueel te zijn om zo voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen. Wat een oplichters, flitste het door mijn hoofd. Maar na de eerste flits: wat is er mis mee dat ze een verkeerde leeftijd hebben opgegeven? Mijn eigen schoonvader was volgens de officiële papieren 4½ jaar jonger dan hij feitelijk was. Oplichter? Zeker! Maar als hij niet had opgelicht in de voormalige USSR zou mijn echtgenote naar alle waarschijnlijkheid nooit het levenslicht hebben kunnen aanschouwen omdat mijn schoonvader als gelovige Jood er in het Russische leger nooit levend zou hebben afgebracht.

     

    Hij heeft door die valse papieren 4½ jaar langer moeten werken om recht te hebben op pensioen en zijn smoesje dat hij ouder was werd in Engeland niet geaccepteerd. Overigens zijn/waren zowel mijn schoonmoeder alsook mijn schoonvader Poolse vluchtelingen, terwijl ze nog nooit in Polen waren geweest. O ja, mijn eigen vader heette niet Aron Salomon Jacobs, maar Arie Bijlsma, volgens zijn vervalste persoonsbewijs en er stond op zijn persoonsbewijs geen grote vette J terwijl hij toch echt volledig Joods was. En de opa van een van mijn schoonzoons had zich in de rij na aankomst in Auschwitz een paar jaar ouder opgegeven omdat hij begreep dat te jong de gaskamer zou betekenen. Het is dus allemaal niet zo zwart-wit. Natuurlijk kunnen wij in Nederland niet de hele wereld opnemen, maar ik begrijp dat mensen proberen te overleven…………wat een tragedies!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Loofhuttenfeest

    Het voelde vreemd, maar langzaam ben ik eraan gaan wennen om mensen niet meer op kantoor en zelfs niet meer in huis maar in onze tentsjoel te ontvangen. En zo ontving ik vandaag vier mensen in de Jacobs’ tent. Ondertussen raak ik wel een beetje gestrest van alle (terechte?) paniek. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Vervolgens wordt er bij mij op aangedrongen dat ik alle bestuurders benader met advies wat ze wel en/of niet moeten doen met wel/niet bijeenkomsten en/of wel/niet synagogediensten gedurende het Loofhuttenfeest-Soekot. Na enig polderwerk heb ik de volgende tekst samengesteld, door twee hoogleraren laten bekijken en vervolgens laten versturen aan de Joodse Gemeenten:

     

    Aan de besturen, rabbijnen en voorgangers van de Joodse Gemeenten,

    Allereerst wens ik u allen nog vele jaren in voorspoed, goede gezondheid en shalom.

    Waarschijnlijk ten overvloede wil ik u erop attenderen dat in het geval er in uw kehilla sjoeldiensten de komende Jom Tov dagen zullen plaatsvinden, het een absolute vereiste is de regels van het RIVM te volgen. Met name is het van belang dat ook en juist in kleinere sjoels de afstand van 1½ meter wordt gerespecteerd en ik kan niet genoeg benadrukken dat ventilatie van essentieel belang is.

    Gezien de grootte en de ventilatiemogelijkheden van sjoel tot sjoel verschillen, verwacht ik dat er per gemeente naar bevind van zaken wordt gehandeld en het advies van de regering t.a.v. het dragen van mondkapjes ook in deze wordt meegenomen.

    Gut shabbos en gut Jom Tov!

     

    Uiteindelijk is iedere synagoge anders qua oppervlakte, qua ventilatiemogelijkheden en qua bezetting. Ondertussen is mijn loelav-stel aangekomen en ook de etrog en zitten we nog te tobben of we de eerste dagen Soekot, sjabbat en zondag wel/niet naar Maastricht zullen gaan. In Maastricht zal namelijk een catering zijn (vanuit Antwerpen) die andere jaren in Beekbergen is en onder mijn rabbinale toezicht staat. Er zullen nu maar weinig mensen komen en de cateraar is nog nerveuser dan als alles gewoon is. Er zijn twee geboden gekoppeld aan Soekot. 1: het ‘wonen’ is de soeka- loofhut gedurende het gehele Loofhuttenfeest en 2: het loelav-bensjen. En hoewel dit mijn dagboek is en geen cursus Jodendom voor beginners, toch even een minimale uitleg.

     

    Nadat we de Ontzagwekkende Dagen achter ons hebben gelaten, gaan we nu feitelijk alles opnieuw beleven, maar dan vanuit vreugde. We weten ons omringd door de loofhut en beseffen dat we afhankelijk zijn van Boven. De essentie van de loofhut is namelijk het dak dat van riet of andere takken is gemaakt. Je kunt door het riet de hemel zien en voelen (als het regent) en beseft de relativiteit van het beschermende huis. Maar ook nemen we vier soorten vruchten in onze hand. De loelav (dadelpalm), 3 Mirthe-takjes, 2 wilgentakjes en de etrog, een citrusvrucht. Die vier vruchten nemen we samen en spreken daarover een lofzegging uit. De dadel heeft een heerlijke smaak, maar ruikt niet. De Mirthe-takjes ruiken heerlijk, maar hebben geen smaak. De wilgentakjes ruiken niet en hebben ook geen smaak. De etrog ruikt heerlijk en smaakt voortreffelijk.

     

    Dit wijst op de vier soorten Joden. Sommige hebben veel kennis (smaak). Anderen leggen de nadruk op het doen van goede daden, maar qua kennis scoren ze niet hoog. Dan zijn er ook nog mensen die niet veel geboden naleven en ook hun kennis is minimaal. Tenslotte is er de etrog die uitmunt in kennis en in het naleven van de geboden in de praktijk. We nemen deze vier soorten samen en zwaaien ermee naar alle kanten en benadrukken hiermee o.a. de eenheid die het Joodse volk steeds moet nastreven en ook in de wereld moet brengen aan andere volkeren. Een mondiale eenheid in diversiteit!

     

    De loofhut zal in Maastricht bij de synagoge staan want om een loofhut bij het hotel te bouwen moest er een bouwvergunning zijn, die niet werd verkregen. Doet me denken aan die man die zijn loofhut voor zijn huis midden op de straat had gebouwd. Politie komt en sommeert hem om de loofhut af te breken. Na langdurig gefilosofeer en tegenpruttelen, stemt de man eindelijk in om de loofhut, die hij net had opgebouwd, af te breken maar, zo heeft hij netjes weten te bedingen: het afbreken hoeft pas over acht dagen! (En mocht u het niet snappen: over acht dagen is het geen Loofhuttenfeest meer en hebben we geen soeka meer nodig!)

     

    We gaan dus, zoals het er nu voorstaat, morgen naar Maastricht en maandag, als we weer terug hopen te zijn, komt m’n nieuwe auto en hopelijk ook de nieuwe computer, want de computer die ik nu gebruik heeft bijna de snelheid van een invalide slak. De nieuwe computer is er al bijna, want de factuur had ik al ontvangen en zelfs al betaald ook. Naar ik begrijp zal de nieuwe computer twee keer zo snel werken als de huidige. Met als resultaat: of het schrijven van uw dagboek kost mij de helft van de tijd of het dagboek zal 2 x zo lang zijn, want ik werk per uur, niet per woord.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…. Dagboek van een opperrabbijn 14 oktober 2020

     

    Vandaag heb ik enige uren op Muiderberg rondgelopen en gezocht naar de graven van mijn overgrootouders, de ouders van mijn opa. Vandaag precies acht jaar geleden is mijn moeder overleden en had ik dus vandaag Jaartijd. Extra aan tsedaka, liefdadigheid, gedoneerd en natuurlijk lang bij het graf van mijn moeder gestaan. Zevenennegentig jaar heeft mijn moeder op deze aarde doorgebracht. Meer dan zestig jaar mocht ik haar als moeder hebben. En omdat ik toch op Muiderberg was heb ik uiteraard ook de graven van mijn grootouders bezocht en ook die van de ouders van mijn opa Jacobs. Veld C, rij 46, graf 82 en 83.  Maar ook heb ik gezocht en helaas niet gevonden.

     

    Een Israëlische arts die nu in België aan een van de Universitaire Ziekenhuizen is verbonden, probeert uit te vinden wie haar Nederlandse groot- en overgrootouders waren. En dus werd ze in contact gebracht met mij. We hebben al familie weten op te sporen waarvan zij het bestaan überhaupt niet wist. En ook die opgespoorde familie wist niet dat er nog nazaten van hun overgrootvader in leven waren. Vanochtend, net voordat ik naar Muiderberg vertrok, ontving ik de foto van haar oma. Oma was 43 jaar toen zij, haar man en haar kinderen stierven. Op 15 mei 1940 stierven ze allen, ze zagen de bui al hangen en namen zich het leven. Ik hoopte hun graven op Muiderberg te kunnen vinden, gezocht maar niet gevonden. Waar ze dan wel hun laatste rustplaats hebben gevonden wil ik nog uitvinden. Hun kleindochter, de arts, wil hun graven bezoeken. En al zoekend kwam ik het graf tegen van notaris Joseph Sanders, geboren in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma. Moet de oom zijn geweest van mijn oma, gezien de verdere namen op de zerk. Nooit van zijn bestaan geweten. Maar ik heb zoveel niet geweten, want mijn lieve vader en moeder wilden mij, hun enige kind, niet belasten met al het verdriet dat zij moesten meemaken. En dus weet ik niet wie hun ooms en tantes, neven en nichten waren. Ik heb er ook nooit naar gevraagd. Ik denk dat ik intuïtief aanvoelde dat er over de oorlog niet gesproken mocht worden, hoewel wel alles zich voor of na de oorlog afspeelde. Kennelijk heeft die periode tussen voor en na de oorlog niet bestaan. Mijn kinderen weten meer over het leven van mijn ouders in die periode dan ik. Maar één opmerking van mijn opa, de vader van mijn moeder, bleef en blijft in mijn geheugen gegrift. Mijn moeder vertelde me ieder jaar weer op 10 mei dat toen opa, haar vader, de vliegtuigen van de moffen boven Steenwijk hoorde en zag vliegen, hij zijn handen omhoog hief en uitriep: Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…… Opa, oma en mijn moeder en haar twee broers hebben de oorlog wel overleefd. Wat er gebeurd is met hun twee pleegkinderen, Joodse vluchtelingetjes uit Oostenrijk, weet ik niet. Is nooit over gesproken. Steeds weer die oorlog en de vertaalslag naar het opkomend antisemitisme van nu. Misschien trek ik het aan, lok ik het uit. Ik weet het niet. Morgen spreek ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Den Helder. Weer dus de oorlog. En ook weer die oorlog toen ik een telefoontje kreeg van een hoogleraar. Hij wil me spreken want hij is een ‘vader-Jood’’. Een afschuwelijke benaming voor iemand die alleen een Joodse vader heeft en dus niet Joods is. Zijn grootvader was een orthodoxe Jood uit Polen. Hun zoontje weten ze net voor de Duitse bezetting naar Nederland te krijgen. En dan komt ook hier een bezetting en het jongetje, dan inmiddels al een puber is, duikt onder. Het jongetje gaat na de oorlog trouwen met de dochter van zijn duikouders. En dus heeft hun zoon, de hoogleraar, een probleem. Hij valt tussen de niet-joodse wal en het Joodse schip. En wie lijdt hieronder het meest? De dochter van de Professor. We, de Professor en ik, gaan een kop koffie drinken, kijken waar ik iets kan betekenen voor hem en zijn dochter. Zeggen dat hij toch Joods is omdat ook vader-joden Joods zijn, klinkt leuk, lost niets op en klopt niet. Vergelijkbaar met een arts die een zieke patiënt vertelt dat de ziekte nauwelijks een ziekte is. Ja. Professor, u heeft een probleem. Ontkennen lost het probleem niet op, maar misschien stoppen we te spreken over de vader-jood als probleem. Laten we het een uitdaging noemen, klinkt beter oplosbaar. Tenslotte nog dit: mijn enige oude lieve tante, vandaag 93 geworden en die ik net heb gesproken, is van mening dat de schuld van de noodzaak tot verscherping van de corona-regels bij de veertigers ligt, die weigerden afstand te houden en zich aan de corona-wetten te onderwerpen. Waarom weigerden ze volgens mijn tante zich aan de corona-regels te houden? Ze hadden de oorlog niet meegemaakt!

     

    Ziet u het? Zelfs mij lieve intelligente tante die ik alleen maar belde om haar mazzeltov te wensen, lukte het om de oorlog weer op tafel te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl