Goedbedoelde verkeerde woorden. Dagboek van een Opperrabbijn 18 januari 2021

 

We zijn weer terug naar normaal, althans bijna normaal, want e-mails en telefoontjes blijven nog steeds binnenkomen met woorden van medeleven. Die woorden van medeleven zijn ontzettend belangrijk en hebben invloed. Wat ik merk is dat sommige woorden van troost door de treurende volkomen verkeerd kunnen worden opgevat. Ikzelf heb hiervan totaal geen last gehad omdat ik weet dat de woorden goedbedoeld waren, maar het waren soms echt wel precies de verkeerde. Een klein voorbeeld: iemand ging me uitgebreid uitleggen dat ik het verlies van mijn zoon nooit meer te boven zal komen en mijn hele verdere leven zal ik eronder lijden. Het bewijs: hij kende een naast familielid die hetzelfde had meegemaakt en tot op zijn sterfbed door het verlies van een dochter van twintig depressief is gebleven, werkeloos is geworden en een wegkwijnend bestaan heeft geleden. Ik denk niet dat deze woorden echt troostend waren, ietwat knullig, maar zeker wel goedbedoeld. De meeste woorden waren echter begripvol, meelevend, bemoedigend. Wat ik persoonlijk erg ‘fijn’ heb gevonden dat er toch best een flink aantal mensen waren die dusdanig meeleefden dat hun eigen soortgelijke verdriet boven kwam en ik het gevoel kreeg dat ik hun meer tot steun was dan zij mij. Maar juist deze ontmoetingen waren voor mij heel erg waardevol en speciaal als mij dan werd gezegd, en dat gebeurde menigmaal: ik kwam hier om u te steunen, maar u heeft mij juist gesteund.

Veelvuldig kreeg ik de (ook weer goed bedoelde) opmerking dat men begreep dat ik voor anderen onder soortgelijke omstandigheden de juiste woorden wist te vinden, maar nu het mezelf betreft dat zeker anders ligt. “De woorden waarmee u anderen troost, kunt u natuurlijk niet tegen uzelf zeggen.” Ik begrijp die bemerking erg goed, maar het klopt helemaal niet. Als ik aan een ander uitleg hoe om te gaan met verlies en verdriet, hoe een gemis van een dierbare te plaatsen, dan sta ik volledig achter die woorden. Het zijn niet slechts woorden die uit een boekje zijn gehaald dat de titel had kunnen dragen: “Hoe troost ik de medemens (voor beginners)”. Ik zit zo helemaal niet in mekaar. Het nadeel hiervan is dat ik het verdriet van anderen die ik mag adviseren en/of steunen wel degelijk ‘mee naar huis neem’. En na een dramatische begrafenis of een onthulling van een monument ter nagedachtenis aan hen die werden vermoord, neig ik altijd een beetje richting ongezonde depressiviteit. Maar omdat ik duizend procent achter mijn woorden stond/sta die ik tot anderen richt in dit soort situaties, kan ik precies dezelfde woorden ook tegen mezelf zeggen en heb dat ook gedaan.

Ik stop nu, althans dat is mijn voornemen, met het terugblikken in mijn dagboek naar het verdriet dat ons is overkomen. Het leven gaat door en mijn dagboek over ‘Opperrabbijn in coronatijd’ moet gaan over mijn werkzaamheden in coronatijd. Nog een kort afrondende corona opmerking: de begrafenis in Londen hebben we bijgewoond per zoom. Zaterdagnacht hadden wij met nachtboot van de Stena Line naar Engeland willen gaan, maar Stena nam geen passagiers mee vanwege corona omdat 40 bemanningsleden positief waren getest.  En overdag per vliegtuig lukte niet vanwege coronatest die we niet op tijd konden krijgen. Uitstellen van de begrafenis is vanuit Joods halagisch perspectief niet juist. En los hiervan hebben mijn in Londen wonende kinderen sterk aangedrongen om niet te komen vanwege corona. Desalniettemin hebben wij natuurlijk sterk overwogen, wel gaan, niet gaan. En dus is het telefoontje, uiteraard goed bedoeld, dat we vanochtend kregen uit Londen met de mededeling dat we toch eigenlijk wel hadden moeten gaan ‘want dat was het laatste wat we nog voor hem konden doen’ minder geslaagd.

Ondertussen is onze kleinzoon uit Engeland, die bij ons kwam voor vier uurtjes op doorreis naar zijn Jesjiwa in Tel Aviv, alweer een maand bij ons. Wel gezellig. We hebben een fiets voor hem geregeld en hopen dat hij snapt dat we hier rechts rijden. Zijn pasgetrouwde broer met onze aangetrouwde kleindochter (hoe heet zoiets eigenlijk?) hebben aangekondigd om hier van donderdagavond tot zondag te komen (beiden voorzien van een negatieve test!) op doorreis naar Potsdam waar haar ouders wonen. Als de vier uur van zijn jongere broer veranderden in vier weken, dan leert mij een eenvoudige vermenigvuldiging dat de twee dagen al snel enige maanden zouden kunnen betekenen. Uiteraard zijn ze meer dan welkom, maar ik herinner mij een uitspraak van onze tante uit Israel. “Als de kinderen komen is dat een genoegen, maar als ze daarna vertrekken een opluchting”. Het zal de leeftijd wel zijn, hoewel mijn kleinzoon (die van de vier uur op doorreis), zich niet kan voorstellen dat zijn opa de zeventig al gepasseerd is vanwege het tempo van de dagelijkse snel-wandeling. Voor www.cip.nl heb ik vandaag zes artikeltjes geschreven en ik heb een aantal e-mails beantwoord die vanwege de treurweek onbeantwoord waren gebleven. Ook een vervolggesprek gehad voor een Tv-documentaire voor een opname voor een programma over, raadt u maar: Jodendom! Ze komen opnemen eind volgende week. Of mijn voorkeur uitging naar de ochtend of de middag. Ik koos voor de ochtend en vervolgens is er aangekondigd dat ze om 10:00 uur komen en tegen vieren weer huiswaarts keren. Als ik middag gezegd zou hebben waren ze waarschijnlijk blijven overnachten! De snel-wandeling duurde vandaag negentig minuten in plaats van een half uur. Conditie op peil houden is beter, denk ik, dan al die vitamine pillen. Zeker is het in ieder geval dat mijn snelwandelen aanzienlijk goedkoper uitpakt!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/